Staatsolie Maatschappij Suriname wil de elektriciteitsproductie uitbreiden met twee nieuwe machines die samen een vermogen van 34 megawatt leveren. Algemeen directeur Annand Jagesar heeft president Jennifer Simons op donderdag 17 september geïnformeerd over deze investering en de ontwikkelingen binnen de offshore olie- en gassector.
Met de uitbreiding is naar schatting USD 54 miljoen gemoeid. Dit bedrag omvat niet alleen de aanschaf van de machines, maar ook de bouw van een machinehal en de benodigde voorzieningen om de opgewekte elektriciteit af te voeren.
Volgens Jagesar kunnen de levertijden van machines voor elektriciteitsopwekking door ontwikkelingen op de wereldmarkt flink oplopen. Staatsolie wil daarom tijdig de benodigde capaciteit veiligstellen.
“Dat is een behoorlijke hoeveelheid energie en elektriciteit die we kunnen leveren”, aldus de Staatsolie-directeur.
Staatsolie overlegt daarnaast met de Energie Bedrijven Suriname (EBS) over de manier waarop kan worden ingespeeld op de verwachte groei van de elektriciteitsvraag. Die vraag zal naar verwachting verder toenemen door de ontwikkeling van de offshore olie- en gasindustrie.
Eerste gasproductie Blok 52 rond 2030
Tijdens het onderhoud op het Kabinet van de President kwamen ook de gasontwikkelingen in Blok 52 aan bod. Staatsolie werkt daar samen met het Maleisische energiebedrijf Petronas aan een mogelijk gasproject.
Jagesar verwacht dat er binnenkort belangrijke ontwikkelingen rond het project bekendgemaakt kunnen worden. Het streven is om rond 2030 de eerste hoeveelheid gas te produceren.
Voordat de definitieve investeringsbeslissing, de zogeheten Final Investment Decision (FID), kan worden genomen, moeten nog enkele stappen worden doorlopen. Volgens Jagesar zijn deze met de president besproken en heeft Staatsolie de benodigde ondersteuning toegezegd gekregen.
Ook de voortgang van het GranMorgu-project verloopt volgens de Staatsolie-directeur positief. De planning blijft erop gericht om in 2028 de eerste olie te produceren. In datzelfde jaar zouden ook de eerste betalingen uit het project naar Suriname kunnen vloeien.








