De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft op woensdag 8 juli een informatie- en dialoogavond gehouden over het adviesdocument voor een Surinaams local contentbeleid. Vertegenwoordigers van de overheid, Staatsolie, het georganiseerde bedrijfsleven en andere belanghebbenden spraken tijdens de bijeenkomst over de wijze waarop Suriname meer voordeel kan halen uit de ontwikkeling van de offshore olie- en gassector.
VSB-bestuurslid Jan van Charante opende de bijeenkomst namens voorzitter Rekha Bissumbhar. Hij benadrukte dat het bedrijfsleven gezamenlijk richting wil geven aan een beleid dat ervoor moet zorgen dat de economische kansen uit de olie- en gasindustrie zoveel mogelijk ten goede komen aan Surinaamse ondernemingen, werknemers en instellingen.
Staatsolie presenteert visie op nationaal beleid
Namens Staatsolie presenteerden Vandana Gangaram Panday, vicepresident van het Staatsolie Hydrocarbon Institute, Local Content Manager Simone Tjon A Loi en algemeen directeur Anand Jagessar de belangrijkste onderdelen van het adviesdocument.
Gangaram Panday ging in op het juridische raamwerk, de uitgangspunten en de visie achter het voorgestelde beleid. Volgens haar is een samenhangend nationaal beleidskader noodzakelijk om Surinaamse bedrijven en werknemers optimaal te laten profiteren van de verwachte economische activiteiten in de offshore olie- en gassector.
Tjon A Loi gaf vervolgens een overzicht van de initiatieven die Staatsolie sinds 2022 heeft ontwikkeld om Suriname voor te bereiden op de sector. Zij noemde onder meer programma’s voor personeelsontwikkeling, leveranciersontwikkeling en institutionele versterking.
Ook het SURICAP-programma, het Blue Wave-programma, investeringen in technisch onderwijs, internationale studiebeurzen en het Energy Jobs Platform kwamen aan de orde. Volgens Tjon A Loi investeert Staatsolie al vóór de eerste olieproductie in de ontwikkeling van menselijk kapitaal en de versterking van lokale ondernemingen.
Jagessar benadrukte dat transparante aanbestedingsprocedures, tijdige informatievoorziening en een goed functionerende Local Content Unit belangrijke voorwaarden zijn voor het welslagen van het beleid. Ook moeten Surinaamse bedrijven verder professionaliseren en betere toegang krijgen tot financiering.
Volgens hem is samenwerking tussen de overheid, het bedrijfsleven en internationale investeerders noodzakelijk om de kansen uit de olie- en gassector om te zetten in duurzame economische ontwikkeling.
Bedrijfsleven wil bredere beoordeling ondernemingen
Namens het georganiseerde bedrijfsleven presenteerden Roger Hogenboom van de VSB en Nicole Deira van de Associatie van Surinaamse Fabrikanten een gezamenlijk Local Content Framework. Het voorstel kwam tot stand na overleg met de Suriname Energy Chamber en de Foundation for Sustainable Hydrocarbon.
In het framework wordt onderscheid gemaakt tussen de juridische definitie van een Surinaams bedrijf en de daadwerkelijke bijdrage die een onderneming aan de lokale economie levert. Volgens de organisaties moet deze benadering zorgen voor meer objectiviteit, rechtszekerheid en transparantie.
Ook werd een voorstel gepresenteerd voor een onafhankelijk certificerings- en governancesysteem. Werkzaamheden zouden daarbij kunnen worden ingedeeld in Tier 1-, Tier 2- en Tier 3-activiteiten.
Bij de beoordeling van bedrijven zou volgens het voorstel niet alleen naar het eigendom moeten worden gekeken, maar ook naar investeringen, lokale werkgelegenheid, kennisoverdracht en economische waardecreatie.
De organisaties vroegen daarnaast aandacht voor de concurrentiepositie van Surinaamse bedrijven. Lokale ondernemingen hebben volgens hen vaak te maken met hogere financieringskosten, beperkte toegang tot kapitaal en een kleinere schaalgrootte dan internationale bedrijven.
Daarom zou bij aanbestedingen niet uitsluitend de laagste prijs doorslaggevend moeten zijn. Ook de economische meerwaarde die een onderneming voor Suriname creëert, zou moeten worden meegewogen.
Ondernemers noemen transparantie grootste uitdaging
Tijdens interactieve peilingen konden de aanwezigen aangeven welke knelpunten zij ervaren bij deelname aan de olie- en gassector. Transparantie werd daarbij het vaakst genoemd.
Ondernemers zeiden behoefte te hebben aan meer duidelijkheid over aanbestedingen, besluitvorming en toekomstige opdrachten. Met tijdige informatie zouden bedrijven zich beter kunnen voorbereiden en gerichter kunnen investeren.
Certificeringseisen, een gebrek aan relevante ervaring en beperkte toegang tot financiering werden het vaakst genoemd als redenen waarom ondernemingen verwachten niet in aanmerking te komen voor opdrachten.
Ook hoge eisen op het gebied van gezondheid, veiligheid, milieu en naleving van regelgeving, beperkte personele capaciteit, hoge investeringskosten en zorgen over eerlijke markttoegang werden als belemmeringen genoemd.
De uitkomsten sloten volgens de VSB aan bij aandachtspunten die eerder tijdens een validatiesessie met het georganiseerde bedrijfsleven waren vastgesteld. Transparantie, capaciteitsontwikkeling, certificering en toegang tot financiering worden gezien als belangrijke voorwaarden voor succesvolle deelname van Surinaamse bedrijven.
De bijeenkomst werd afgesloten met een vraag- en antwoordsessie tussen vertegenwoordigers van Staatsolie, het bedrijfsleven en de overige aanwezigen.
Volgens de VSB moeten de gedeelde inzichten bijdragen aan de ontwikkeling van een transparant, uitvoerbaar en toekomstbestendig local contentbeleid. Het uiteindelijke doel is om duurzame economische groei te bevorderen en de deelname van Surinaamse bedrijven aan de olie- en gassector te vergroten.










