De overheidsschuld van Suriname bedroeg in augustus 2026 volgens president Jennifer Simons SRD 177,8 miljard, gelijk aan 100,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Tijdens haar jaarrede op woensdag 30 september kondigde zij aan dat de regering de schuldquote vanaf 2027 verder wil laten dalen.
De president wees erop dat de schuld uiteindelijk moet worden teruggebracht tot onder het wettelijke obligoplafond van 60 procent van het bbp. Een concrete termijn waarbinnen die grens moet worden bereikt, noemde zij niet.
De regering wil de daling realiseren door begrotingsdiscipline, economische groei, vergroting van de staatsinkomsten en verstandig schuldbeheer. Ook moeten nieuwe financiële verplichtingen waarvoor geen dekking bestaat, worden voorkomen.
“Niet door noodzakelijke ontwikkeling af te remmen”, benadrukte Simons.
Minder afhankelijk van directe leningen
Volgens de president moeten productieve investeringen die groei, export, werkgelegenheid en staatsinkomsten kunnen vergroten, zoveel mogelijk op andere manieren dan met directe leningen worden gefinancierd.
De overheid wil de basisvoorwaarden en noodzakelijke publieke investeringen verzorgen, terwijl voor belangrijke ontwikkelingsprojecten private investeringen worden aangetrokken. Simons stelde daarbij dat overheidsinvesteringen zichzelf moeten terugverdienen.
“Onze financiële koers moet voor iedereen helder zijn: vóór de grote olie-inkomsten komen, moet het financiële huis van de Staat op orde zijn”, zei zij.
Obligaties ingezet voor herfinanciering
In de jaarrede gaf Simons ook een toelichting op recente internationale financiering. Op 6 november 2025 werden volgens haar twee obligaties uitgegeven voor gezamenlijk US$ 1,575 miljard, met looptijden van vijf en tien jaar. In februari 2026 volgde een heropening van de tienjarige obligatie ter waarde van US$ 265 miljoen.
De opbrengsten zijn volgens de president hoofdzakelijk gebruikt voor herfinanciering en het beter beheersbaar maken van bestaande schulden. Daarbij werden onder meer de obligatie met vervaldatum 2033 teruggekocht en afgelost en het aan toekomstige olie-inkomsten gekoppelde Value Recovery Instrument afgekocht.
Ook zijn bepaalde commerciële en bilaterale schulden vervroegd afgelost, waaronder verplichtingen aan crediteuren van de Club van Parijs. Daarnaast werden middelen gereserveerd voor rentebetalingen op de nieuwe obligaties tot en met mei 2028.
Uit de heropening van de tienjarige obligatie is volgens de jaarrede ongeveer US$ 185 miljoen toegewezen aan dringende projecten, waaronder landbouwprojecten en herstel van gezondheidszorgvoorzieningen en onderwijsfaciliteiten.
Begrotingstekort blijft uitdaging
Tegenover het streven naar een lagere schuldquote staat voor 2027 een geraamd begrotingstekort van SRD 10,8 miljard, oftewel 4 procent van het bbp. De regering verwacht SRD 70,1 miljard aan inkomsten en SRD 80,9 miljard aan uitgaven.
Simons benadrukte daarom dat nieuwe financieringsbeslissingen binnen een bredere schuldstrategie moeten passen. Het Bureau voor de Staatsschuld werkt volgens haar samen met het ministerie van Financiën en Planning en de Centrale Bank aan de ontwikkeling van een lokale kapitaalmarkt, met technische ondersteuning van IMF/CARTAC.
De aangekondigde daling betreft de schuld als percentage van het bbp. De jaarrede bevat geen concreet afbouwschema voor het nominale schuldbedrag van SRD 177,8 miljard.






