Een ruime meerderheid van de Surinamers twijfelt eraan of de toekomstige inkomsten uit olie en gas verstandig zullen worden beheerd. Nieuw perceptieonderzoek laat tegelijk zien dat veel burgers vrezen dat de verwachte welvaart vooral bij een kleine groep zal terechtkomen.
Ruim zes op de tien respondenten hebben weinig tot geen vertrouwen in het beheer van toekomstige olie- en gasinkomsten van Suriname. Uit het Landelijk Perceptieonderzoek Suriname 3.0 blijkt dat 36 procent weinig vertrouwen heeft en 25 procent helemaal geen vertrouwen. Samen gaat het om 61 procent van de ondervraagden.
Daartegenover staat een relatief kleine groep die positief is over het toekomstige beheer. Elf procent zegt redelijk vertrouwen te hebben en slechts 1 procent heeft veel vertrouwen. Nog eens 27 procent neemt een neutrale positie in. Volgens de onderzoekers wijst dit op brede twijfel over de vraag of Suriname de toekomstige inkomsten verantwoord en in het algemeen belang zal beheren.
De zorgen gaan verder dan alleen de manier waarop het geld zal worden beheerd. Zeven op de tien respondenten, 70 procent, verwacht dat de voordelen van olie en gas vooral bij een kleine groep mensen terecht zullen komen. Daarmee raakt de discussie over olie- en gasinkomsten ook rechtstreeks de vraag hoe toekomstige welvaart over de samenleving zal worden verdeeld.
Wantrouwen over olie- en gasinkomsten breed aanwezig
Het wantrouwen komt volgens het onderzoek voor in alle opleidingsgroepen. Onder respondenten die HBO- of universitair onderwijs hebben gevolgd, heeft ongeveer twee derde weinig of geen vertrouwen in verstandig beheer. De onderzoekers stellen dat het gebrek aan vertrouwen daarmee niet kan worden teruggebracht tot één specifieke maatschappelijke groep.
Ook tussen districten zijn duidelijke verschillen zichtbaar. In Brokopondo gaf 81 procent van de ondervraagden aan weinig of geen vertrouwen te hebben. In Saramacca is dat 67 procent en in Marowijne 66 procent. In Nickerie ligt het percentage met 47 procent het laagst, gevolgd door Coronie met 50 procent. Omdat het aantal respondenten per district verschilt, moeten deze districtscijfers zorgvuldig worden geïnterpreteerd.
Voor veel Surinamers is niet de olierijkdom, maar het beheer ervan de grootste zorg.
Corruptie en slecht bestuur wegen zwaar
Het beperkte vertrouwen sluit aan bij een andere opvallende uitkomst van het onderzoek. Corruptie en slecht bestuur worden door 65 procent genoemd als een belangrijk risico voor de toekomstige ontwikkeling van Suriname. Politieke instabiliteit volgt met 32 procent, terwijl criminaliteit en economische instabiliteit beide door 26 procent worden genoemd.
Daarnaast is 91 procent het eens met de stelling dat goed bestuur en minder corruptie belangrijker zijn voor de toekomst van Suriname dan nieuwe olie- en gasinkomsten. De uitkomsten suggereren dat veel burgers de discussie over de energiesector niet alleen zien als een economische kwestie. Transparantie, toezicht, verantwoording en een eerlijke verdeling spelen minstens zo sterk mee.
Regering werkt aan regels voor beheer olie- en gasinkomsten
De zorgen uit het onderzoek komen op een moment dat Suriname zich voorbereidt op de verwachte offshore olieproductie vanaf 2028. President Jennifer Simons zei op 3 augustus dat het Spaar- en Stabilisatiefonds een belangrijke rol moet spelen bij de toekomstige ontwikkeling. Volgens de president wordt opnieuw gekeken naar aanpassing van de wet die dit fonds regelt. De regering heeft hierover gesprekken gevoerd met internationale organisaties, banken en financiële deskundigen.
Ook het Internationaal Monetair Fonds heeft eerder gewezen op de noodzaak om de financiële en institutionele regels vóór de grote inkomstenstroom goed te laten functioneren. Het IMF stelde dat Suriname belangrijke juridische stappen heeft gezet, maar dat delen van de praktische uitvoering nog achterlopen. Key News berichtte eerder uitgebreid over de waarschuwingen van het IMF over het beheer van toekomstige olie-inkomsten.
Meerderheid wil ook sparen voor toekomstige generaties
Tegenover het wantrouwen staat een duidelijke opvatting over wat met de toekomstige inkomsten zou moeten gebeuren. Maar liefst 83 procent steunt het idee dat een deel van de olie en gasinkomsten moet worden gespaard voor toekomstige generaties. Ook vindt 79 procent dat Surinamers voorrang moeten krijgen bij nieuwe banen en economische kansen die door olie en gas ontstaan.
De combinatie van deze cijfers laat zien dat er wel degelijk verwachtingen bestaan over de komende oliewelvaart, maar dat veel respondenten voorwaarden stellen aan de manier waarop die wordt benut. De bevolking wil volgens het onderzoek niet alleen economische groei zien, maar ook goed bestuur, investeringen voor de lange termijn en concrete voordelen voor de eigen samenleving.
Onderzoek uitgevoerd onder 1.786 Surinamers
Het Landelijk Perceptieonderzoek Suriname 3.0 werd door onderzoeksbureau NIKOS uitgevoerd tussen 25 juni en 21 juli 2026. In totaal namen 1.786 personen van 18 jaar en ouder deel. De respondenten kwamen uit 49 ressorten in negen districten. Sipaliwini werd vanwege bereikbaarheid en de grote afstanden tussen woongebieden niet opgenomen in het onderzoek.
De onderzoekers stellen dat de gehanteerde steekproef een representatief beeld geeft van de opvattingen en verwachtingen van de bevolking, maar vermelden ook dat 60-plussers in de steekproef oververtegenwoordigd zijn en Marrons enigszins ondervertegenwoordigd. De uitkomsten over het vertrouwen in olie- en gasinkomsten geven desondanks een duidelijk politiek en maatschappelijk signaal: de vraag hoe Suriname het toekomstige geld beheert en verdeelt, leeft nu al sterk onder de bevolking.






