Suriname heeft maandag 2 november 2026 tijdens de vierde Universal Periodic Review (UPR) in Genève verantwoording afgelegd over de mensenrechtensituatie in het land. Minister van Justitie en Veiligheid Harish Monorath presenteerde namens de regering de resultaten over de periode 2021 tot en met 2026.
Hoewel volgens de regering vooruitgang is geboekt op verschillende terreinen, blijven onder meer de erkenning van grondenrechten van Inheemse en Tribale volken, verbetering van detentieomstandigheden en de oprichting van onafhankelijke mensenrechteninstellingen belangrijke aandachtspunten.
De beoordeling vond plaats tijdens de 53e zitting van de UPR-werkgroep van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Bij dit periodieke onderzoek wordt nagegaan hoe landen hun internationale verplichtingen op het gebied van mensenrechten naleven en welke verbeteringen noodzakelijk zijn.
Minister Monorath benadrukte tijdens zijn presentatie dat de bescherming en bevordering van mensenrechten een voortdurende verantwoordelijkheid van de Staat vormen. Volgens hem moet de internationale beoordeling niet alleen inzicht geven in de behaalde resultaten, maar ook duidelijk maken in hoeverre het overheidsbeleid daadwerkelijk bijdraagt aan verbeteringen voor de bevolking.
Mensenrechteninstituut nog niet operationeel
Een van de belangrijkste aandachtspunten is de oprichting van een onafhankelijk Nationaal Mensenrechteninstituut. Hoewel Suriname al geruime tijd werkt aan de wettelijke en institutionele voorbereidingen, is het instituut nog niet operationeel.
De regering streeft ernaar de instelling in 2027 volledig te laten functioneren. Daarvoor moet de wettelijke basis verder worden uitgewerkt. Ook moeten de onafhankelijkheid, financiering en benoemingsprocedures worden gewaarborgd.
Op het gebied van wetgeving wees Monorath op de afschaffing van de doodstraf in zowel het gewone als het militaire strafrecht. Daarnaast keurde De Nationale Assemblée op 23 juli 2026 wetgeving goed die toetreding tot het Tweede Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten mogelijk maakt. De internationale toetredingsprocedure moet nog worden afgerond.
Ook de toetreding van Suriname tot het Verdrag tegen Foltering in november 2021 werd als een belangrijke ontwikkeling genoemd.
Grondenrechten blijven onopgelost
De collectieve rechten van Inheemse en Tribale volken vormden eveneens een belangrijk onderdeel van de beoordeling. Suriname beschikt nog altijd niet over een volledig operationeel wettelijk kader waarmee de collectieve grondenrechten van deze gemeenschappen worden erkend en beschermd.
Het wetsontwerp hierover is nog in behandeling bij De Nationale Assemblée. Volgens de regering moet het in mei 2026 gelanceerde Land Rights Project 2026–2030 bijdragen aan verdere consultaties en de ontwikkeling van een uitvoerbare wettelijke regeling.
Monorath onderstreepte het belang van betekenisvolle betrokkenheid van de gemeenschappen bij besluiten die hun woon- en leefgebieden raken. Daarbij werd verwezen naar het beginsel van vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming.
De uitvoering van maatregelen ter bescherming van collectieve rechten blijft daarmee een belangrijk vraagstuk voor de komende jaren.
Meer rechters, maar toegang tot recht blijft uitdaging
Op het gebied van de rechtspleging presenteerde de regering de uitbreiding van de rechterlijke macht als een belangrijke verbetering. Op 23 oktober werden vijftien nieuwe rechters geïnstalleerd, waarmee het totale aantal rechters op 45 kwam.
Daarnaast wordt verwacht dat elf rechterlijke trainees in 2027 hun opleiding zullen afronden. Ook wordt gewerkt aan uitbreiding van de capaciteit van het Openbaar Ministerie.
De regering wil juridische dienstverlening verder decentraliseren, zodat inwoners van districten en afgelegen gemeenschappen gemakkelijker toegang krijgen tot rechtspraak en juridische bijstand.
Tegelijkertijd erkende Monorath dat de omstandigheden binnen het gevangeniswezen verdere verbetering vereisen. Vooral de detentie-infrastructuur, gespecialiseerde medische zorg en onafhankelijk toezicht blijven aandachtspunten.
Voor de begeleiding en resocialisatie van gedetineerden zijn inmiddels achttien gecertificeerde casemanagers ingezet.
Kinderbescherming en sociale voorzieningen
Ook de bescherming van kinderen kreeg aandacht tijdens de beoordeling. Suriname heeft met de Wet Kinderombudspersoon een wettelijke basis gecreëerd voor een gespecialiseerde instelling die moet toezien op kinderrechten.
De instelling is echter nog niet operationeel. Een werkgroep bereidt de verdere uitvoering voor.
Daarnaast heeft het parlement op 20 oktober 2026 wetgeving goedgekeurd die toetreding tot vier Haagse verdragen op het gebied van internationale kinderbescherming en familierecht mogelijk maakt. De internationale procedures en praktische uitvoering moeten nog worden afgerond.
Op sociaal gebied wees de regering op de verhoging van financiële ondersteuning voor ouderen, personen met een beperking en kwetsbare huishoudens. Ook de Algemene Kinderbijslag is verhoogd.
Onderwijs en gezondheidszorg in binnenland
De bereikbaarheid van onderwijs en gezondheidszorg in het binnenland blijft volgens de regering een structurele uitdaging.
Grote afstanden, beperkte transportmogelijkheden, gebrekkige infrastructuur en tekorten aan gekwalificeerd personeel bemoeilijken de toegang tot basisvoorzieningen.
De regering zegt te werken aan digitale onderwijsmogelijkheden, verbetering van schoolvervoer en voedselondersteuning voor leerlingen. Binnen de gezondheidszorg wordt ingezet op betere toegang tot eerstelijnszorg.
Volgens Monorath beïnvloeden de geografische omstandigheden en beperkte financiële middelen het tempo waarin noodzakelijke verbeteringen kunnen worden doorgevoerd.
Illegale goudwinning en milieuvervuiling
Tijdens de UPR kwam ook de aanpak van milieudelicten aan de orde. Daarbij werd specifiek aandacht besteed aan illegale goudwinning en mogelijke verontreiniging van water en bodem.
De in april 2024 opgerichte Environmental Crime Unit van het Korps Politie Suriname houdt zich bezig met het onderzoeken van milieudelicten. Als voorbeelden noemde de regering onderzoeken in Gunsi en Godo Olo in respectievelijk juli en oktober 2026.
De autoriteiten werken hierbij samen met onder andere het Openbaar Ministerie, de Nationale Milieuautoriteit en het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg.
De regering erkent dat het uitvoeren van waterkwaliteitsonderzoek nog beperkingen kent, waardoor Suriname gedeeltelijk afhankelijk is van buitenlandse ondersteuning.
Andere landen doen aanbevelingen
Tijdens de interactieve dialoog hebben verschillende landen volgens de regeringsverklaring zowel waardering uitgesproken voor de gepresenteerde vooruitgang als aanbevelingen gedaan voor verdere verbetering.
De aandacht ging onder meer uit naar onafhankelijk toezicht op politieoptreden, bescherming van journalisten en mensenrechtenverdedigers, bestrijding van mensenhandel, kinderbescherming en de rechten van personen met een beperking.
Ook werd gewezen op de noodzaak om onafhankelijke mensenrechteninstellingen daadwerkelijk operationeel te maken en de collectieve rechten van Inheemse en Tribale volken beter te beschermen.
Minister Monorath benadrukte dat internationale samenwerking noodzakelijk blijft om de bestaande uitdagingen aan te pakken.
De beoordeling maakt duidelijk dat verschillende maatregelen weliswaar wettelijk zijn voorbereid of beleidsmatig zijn aangekondigd, maar nog niet volledig zijn uitgevoerd. De komende jaren zal moeten blijken in hoeverre deze voornemens worden omgezet in concrete verbeteringen voor de bevolking.
De officiële VN-agenda van de vierde UPR-beoordeling van Suriname biedt toegang tot de documenten en informatie over de behandeling.







