Voorgestelde strengere regels van de Europese Unie (EU) voor resten van bestrijdingsmiddelen op landbouwproducten kunnen gevolgen hebben voor de export van landbouwproducten uit Noord-, Midden- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied.
De onderzoeksresultaten zijn dinsdag 27 oktober 2026 bekendgemaakt door het IICA. Het onderzoek is uitgevoerd door het internationale adviesbureau Bryant Christie Inc. (BCI) en richt zich op de mogelijke gevolgen van het Europese voorstel Food and Feed Safety Simplification Package, ook bekend als Omnibus X.
Het voorstel voorziet onder meer in strengere normen voor de maximaal toegestane resten van pesticiden op landbouwproducten die in de Europese Unie worden ingevoerd. Voor bepaalde werkzame stoffen zouden de toegestane hoeveelheden worden teruggebracht tot de laagste concentratie die betrouwbaar kan worden gemeten.
Volgens de onderzoekers kan deze wijziging gevolgen hebben voor producten die momenteel voldoen aan bestaande internationale voedselveiligheidsnormen.
Zuid-Amerika loopt grootste financiële risico
Uit de studie blijkt dat Zuid-Amerika in absolute bedragen het sterkst wordt blootgesteld aan mogelijke handelsbeperkingen. De jaarlijkse waarde van de betrokken landbouwexport wordt voor deze regio geschat op 29,7 miljard Amerikaanse dollar.
Voor Noord-Amerika gaat het om ongeveer 10,8 miljard dollar, terwijl Midden-Amerika met 4,81 miljard dollar en het Caribisch gebied met 427 miljoen dollar worden genoemd.
Brazilië heeft met 15,4 miljard dollar de hoogste geschatte waarde aan landbouwexport die mogelijk door strengere regels wordt geraakt. Daarna volgen de Verenigde Staten met 7,68 miljard dollar en Argentinië met 4,62 miljard dollar.
Ook Peru, Canada, Colombia, Chili, Costa Rica en Ecuador behoren tot de landen waarvoor aanzienlijke handelswaarden mogelijk onder druk komen te staan.
Het IICA benadrukt dat deze bedragen geen voorspelde economische verliezen vertegenwoordigen. Het gaat om de waarde van landbouwproducten waarvan de toegang tot de Europese markt mogelijk door nieuwe voorschriften wordt beïnvloed.
Guyana sterk afhankelijk van Europese afzetmarkt
Opvallend is de positie van Guyana, dat volgens het onderzoek van de onderzochte landen het sterkst afhankelijk is van de Europese markt. Maar liefst 42,7 procent van de onderzochte landbouwexportwaarde van Guyana is bestemd voor de Europese Unie.
Ook Honduras (39 procent), Panama (37,1 procent), Costa Rica (35,6 procent), Belize (31,8 procent) en de Dominicaanse Republiek (31,5 procent) vertonen een sterke afhankelijkheid.
Regionaal gezien is Midden-Amerika het meest kwetsbaar. Van de onderzochte landbouwexportwaarde uit deze regio gaat 28,1 procent naar de Europese Unie. Voor Zuid-Amerika bedraagt dit aandeel 16,9 procent en voor Noord-Amerika 6,7 procent.
Hoewel Suriname niet afzonderlijk wordt genoemd in de bekendgemaakte onderzoeksresultaten, maakt de studie duidelijk dat strengere Europese invoervoorschriften gevolgen kunnen hebben voor landbouwexporteurs in verschillende delen van het Amerikaanse continent.
Koffie, soja, bananen en andere producten mogelijk getroffen
De onderzoekers hebben verschillende landbouwproducten geïdentificeerd die door de voorgestelde wijzigingen met strengere toelatingseisen kunnen worden geconfronteerd.
Sojabonen en koffie vertegenwoordigen samen ongeveer de helft van de exportwaarde van de twintig grootste landbouwproductcategorieën die vanuit het Amerikaanse continent naar de Europese Unie worden uitgevoerd.
Daarnaast worden onder meer bananen, ananas, palmolie, aardnoten, cacao, mango’s, avocado’s, druiven en asperges genoemd.
Voor Costa Rica zijn vooral de ananas- en bananensector van belang. Honduras is onder meer afhankelijk van koffie en palmolie, terwijl de Dominicaanse Republiek kwetsbaar kan zijn bij de uitvoer van bananen, cacao en mango’s.
In totaal onderzochten de onderzoekers 151 werkzame stoffen in pesticiden. Daarvan zijn 63 stoffen geïdentificeerd waarvoor bestaande Europese residulimieten mogelijk verder worden aangescherpt.
Volgens de studie kunnen dergelijke aanpassingen landbouwproducenten dwingen hun bestrijdingsmethoden en productieprocessen te wijzigen. Dit kan leiden tot hogere productiekosten en gevolgen hebben voor hun concurrentiepositie.
IICA pleit voor wetenschappelijk onderbouwde regels
IICA-directeur-generaal Muhammad Ibrahim benadrukt dat de studie bedoeld is om landen te voorzien van technische informatie waarmee zij de mogelijke economische gevolgen van de Europese voorstellen beter kunnen beoordelen.
Volgens Ibrahim moeten internationale handelsregels worden gebaseerd op wetenschappelijke inzichten en erkende internationale normen, waarbij zowel voedselveiligheid als een voorspelbare internationale handel worden gewaarborgd.
Ook wordt gewezen op het belang van overleg tussen de Europese Unie en landbouwexporterende landen.
De onderzoekers adviseren aanvullende studies per land en landbouwproduct. Daarbij moet onder meer worden gekeken naar het daadwerkelijke gebruik van pesticiden, de aanwezigheid van resten op exportproducten, beschikbare alternatieven en de kosten die producenten moeten maken om aan nieuwe regels te voldoen.
Mogelijk ook gevolgen voor export naar Verenigd Koninkrijk
De studie wijst verder op onderhandelingen tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk over een overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen.
Een dergelijke overeenkomst zou ertoe kunnen leiden dat Europese voorschriften voor pesticidenresten ook op de Britse markt van toepassing worden.
Volgens het IICA zijn verdere technische analyses en internationale onderhandelingen noodzakelijk om de gevolgen van de voorgestelde regels in kaart te brengen.
De uiteindelijke economische gevolgen hangen onder meer af van de definitieve Europese regelgeving, de gebruikte bestrijdingsmiddelen, de mate waarin producenten zich kunnen aanpassen en de beschikbaarheid van alternatieve exportmarkten.







