Suriname wil dat de G-Zero-landen gezamenlijk investeringsklare projecten ontwikkelen en daarmee gericht klimaatfondsen, ontwikkelingsbanken, filantropische organisaties en de private sector benaderen.
President Jennifer Simons heeft dit donderdag 24 september tijdens het G-Zero Forum in New York voorgesteld als onderdeel van een pakket maatregelen waarmee de alliantie van politieke erkenning moet overgaan naar concrete financiering en samenwerking.
De G-Zero bestaat uit Suriname, Bhutan, Madagaskar en Panama. Het samenwerkingsverband brengt landen bijeen die koolstofneutraal of koolstofnegatief zijn en grote natuurlijke ecosystemen in stand houden. De alliantie werd in november 2024 tijdens de COP29 in Bakoe gelanceerd.
Volgens Simons moeten de landen hun positie gebruiken om meer internationale financiering beschikbaar te krijgen voor het behoud en duurzaam beheer van bossen, biodiversiteit en andere natuurlijke hulpbronnen. Suriname stelt daarom voor een gezamenlijke investeringspijplijn op te zetten met projecten die klaar zijn om voor financiering te worden aangeboden.
Waarde natuur beter aantonen
Een ander onderdeel van het Surinaamse voorstel is dat de G-Zero-landen beter in kaart brengen wat zij technisch, financieel en institutioneel nodig hebben. Hiervoor zou een gezamenlijk G-Zero Needs and Support Framework moeten worden ontwikkeld.
Daarnaast wil Suriname dat de landen beter kunnen aantonen welke economische en ecologische waarde hun natuurlijke ecosystemen vertegenwoordigen. Daarvoor zouden onder meer systemen voor monitoring, rapportage en verificatie moeten worden verbeterd. Ook het gebruik van data en zogenoemde Natural Capital Accounting, waarbij de waarde van natuurlijke hulpbronnen wordt meegenomen, moet volgens het voorstel worden versterkt.
Het doel daarvan is onder meer zichtbaar te maken welke bijdrage landen leveren door ecosystemen die ook voor het mondiale klimaat van belang zijn in stand te houden.
Concrete resultaten richting COP31
Simons wil verder een structureel mechanisme voor technische samenwerking en kennisuitwisseling binnen de alliantie. Experts uit de vier landen zouden volgens haar nauwer moeten samenwerken, ervaringen moeten delen en gezamenlijk methodieken en capaciteit moeten ontwikkelen.
Bij het aantrekken van grotere investeringen moeten volgens de president tegelijkertijd ecologische en sociale waarborgen worden gehanteerd. Zij wees daarbij op participatie en een rechtvaardige verdeling van de voordelen, onder andere voor inheemse volken, lokale gemeenschappen, vrouwen en jongeren.
Suriname wil dat de G-Zero uiterlijk richting COP31 aantoonbare resultaten kan presenteren. Er zouden tegen die tijd gezamenlijke prioriteiten moeten zijn vastgesteld, aanspreekpunten moeten zijn aangewezen en een technisch samenwerkingsmechanisme moet functioneren. Ook moeten financieringspartners en investeringsklare projecten zijn geïdentificeerd en moet er een routekaart voor uitvoering liggen.
Volgens Simons moet de samenwerking uiteindelijk niet leiden tot extra bureaucratie, maar bestaande nationale systemen versterken en verbinden. De bredere inzet is volgens haar dat landen die grote hoeveelheden natuurlijk kapitaal beschermen, daar ook economische ontwikkeling en meer welvaart voor hun bevolking uit kunnen halen.








