TAS-directeur Wendy Jap-A-Joe legt zich niet neer bij het standpunt van minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) dat haar benoemingstermijn is verstreken en haar bestuurlijke verantwoordelijkheden onmiddellijk moeten worden overgedragen.
In een officiële brief van dinsdag 20 oktober 2026 stelt zij dat haar arbeidsovereenkomst voorziet in rechtszekerheid en continuïteit van het bestuur. Daarmee verzet zij zich tegen de juridische grondslag waarop de Raad van Commissarissen (RvC) het voorlopige bestuur van de telecomautoriteit wil overnemen.
De reactie van Jap-A-Joe volgt op een schrijven van minister Landveld, met kenmerk MIN-SEC 1582-26, waarin de bewindsman haar officieel meedeelt dat haar vijfjarige zittingsperiode als directeur van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) is verstreken. De minister heeft daarbij aangegeven dat de overdracht van haar bestuurlijke verantwoordelijkheden onmiddellijk moet plaatsvinden.
Landveld verwijst naar de presidentiële resolutie uit oktober 2021 waarmee Jap-A-Joe werd benoemd. Volgens de minister moet de RvC binnen de wettelijke kaders maatregelen treffen om de bestuurlijke continuïteit en de werkzaamheden van TAS veilig te stellen. Dat blijkt uit de berichtgeving over het schrijven van de TCT-minister.
Jap-A-Joe beroept zich op arbeidsovereenkomst
In haar reactie, gedateerd 20 oktober 2026 en voorzien van referentienummer Dir/DSU/260666, laat Jap-A-Joe weten kennis te hebben genomen van de inhoud van de ministeriële brief. Zij wijst echter op de bestaande arbeidsrechtelijke afspraken.
“Ik wijs u evenwel op de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, waarin uitdrukkelijk is voorzien in de rechtszekerheid en continuïteit van het bestuur van de TAS”, schrijft zij.
Jap-A-Joe stelt vervolgens dat er geen sprake is van ontstentenis van de directeur, zoals bedoeld in artikel 4 lid 2 van de Wet Telecommunicatievoorzieningen.
Met deze reactie betwist zij het standpunt dat het voorlopige bestuur van TAS automatisch bij de RvC komt te liggen. De directeur maakt daarmee duidelijk dat zij de uitleg van de minister en de commissarissen niet onderschrijft.
RvC verklaarde Jap-A-Joe eerder onbevoegd
De brief volgt op een algemene mededeling van de RvC, waarin de commissarissen verklaarden dat Jap-A-Joe vanaf dinsdag 20 oktober niet langer bevoegd is om TAS als directeur te vertegenwoordigen.
Volgens de RvC werd zij bij presidentiële resolutie van 20 oktober 2021 voor vijf jaar benoemd. De raad stelt dat haar benoeming op 19 oktober 2026 van rechtswege is geëindigd.
De commissarissen maakten daarbij duidelijk dat Jap-A-Joe vanaf dinsdag geen documenten meer namens TAS mag ondertekenen, betalingen of opdrachten mag autoriseren of andere directeursbevoegdheden mag uitoefenen.
Volgens de RvC berust het voorlopige bestuur van de telecomautoriteit op grond van artikel 4 lid 2 van de Wet Telecommunicatievoorzieningen bij de raad. De commissarissen hebben tevens aangegeven dat handelingen die Jap-A-Joe na het verstrijken van haar benoemingstermijn verricht, niet zonder uitdrukkelijke schriftelijke bevestiging door het bevoegde bestuur worden aanvaard.
Brunswijk: geen ontslag zonder resolutie
Ook ABOP-voorzitter Ronnie Brunswijk heeft zich uitgesproken over het conflict. In een interview bij ABC Suriname stelde hij dat Jap-A-Joe niet zonder een formele ontslagresolutie uit haar functie kan worden verwijderd.
Volgens Brunswijk moet een beëindiging van het directeurschap volgens de daarvoor geldende wettelijke procedure plaatsvinden. Hij uitte bovendien kritiek op de poging om Jap-A-Joe maandag uit haar kantoor te verwijderen, waarbij ook de politie betrokken was.
Brunswijk stelde dat er eerder met president Jennifer Geerlings-Simons afspraken waren gemaakt over de aanpak van de problemen binnen TAS. Daarbij zou zijn gesproken over de noodzaak van onderzoek.
De ABOP-voorzitter heeft zich al langer kritisch uitgelaten over de behandeling van de TAS-directeur. In september stelde hij in De Nationale Assemblée dat ABOP-functionarissen volgens hem worden gecriminaliseerd. Daarbij verwees hij nadrukkelijk naar de situatie binnen TAS.
Regering wees eerder schorsing af
De nieuwe ontwikkeling is opmerkelijk, omdat de regering eerder onvoldoende aanleiding zag om Jap-A-Joe te schorsen.
In augustus besloot de Raad van Ministers niet akkoord te gaan met een verzoek van de RvC om de directeur te schorsen. De door de commissarissen aangevoerde argumenten waren volgens de regering onvoldoende om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen.
Minister Landveld benadrukte vervolgens dat directie en RvC hun werkzaamheden moesten voortzetten. Key News berichtte hierover eerder in het artikel ‘Directeur en RvC TAS moeten weer samenwerken ondanks lopende conflict’.
Ook tijdens een interview met Key News in september ging Landveld uitgebreid in op de kwestie. De minister stelde toen dat de media niet de aangewezen plaats waren om interne bestuursconflicten uit te vechten.
Hij legde uit dat een voordracht voor ontslag of schorsing eerst aan de Raad van Ministers moet worden voorgelegd en vervolgens aan de president.
Volgens Landveld had de Raad van Ministers het eerdere verzoek onvoldoende onderbouwd bevonden. De minister benadrukte dat de wettelijke procedure gevolgd moest worden.
Lees ook: ‘Landveld: Media niet de plek voor dialoog tussen TAS-RvC en ministerie’.
Juridische strijd over benoeming en arbeidsovereenkomst
Met de nieuwste brief van Jap-A-Joe verschuift het conflict nadrukkelijk naar de juridische betekenis van haar benoeming en arbeidsovereenkomst.
Waar de minister en de RvC stellen dat de wettelijke benoemingstermijn is verstreken, beroept Jap-A-Joe zich op de contractuele bepalingen die volgens haar de rechtszekerheid en de bestuurlijke continuïteit waarborgen.
Het onderscheid tussen de benoeming als directeur en de arbeidsovereenkomst kan hierbij van doorslaggevend belang zijn. Het verstrijken van een benoemingstermijn hoeft immers niet zonder meer te betekenen dat ook alle arbeidsrechtelijke verplichtingen eindigen. Omgekeerd geeft het bestaan van een arbeidsovereenkomst niet automatisch het recht om wettelijke directeursbevoegdheden te blijven uitoefenen.
Op basis van de beschikbare correspondentie kan nog niet worden vastgesteld welke juridische uitleg uiteindelijk doorslaggevend is.
President en vicepresident geïnformeerd
Jap-A-Joe heeft afschriften van haar reactie gestuurd aan president Jennifer Geerlings-Simons, vicepresident Gregory Rusland, tevens voorzitter van de Raad van Ministers, en de Raad van Commissarissen van TAS.
Daarmee ligt het geschil opnieuw rechtstreeks bij de hoogste regeringsautoriteiten.
Vooralsnog is onduidelijk of de regering een aanvullend besluit zal nemen naar aanleiding van het verweer van Jap-A-Joe. Evenmin is duidelijk hoe de bestuurlijke bevoegdheden binnen TAS in de komende periode in de praktijk zullen worden uitgeoefend.
De telecomautoriteit bevindt zich daarmee in een situatie waarin de directeur, de toezichthouder en de verantwoordelijke minister verschillende standpunten innemen over de juridische gevolgen van het einde van de benoemingstermijn. De verdere afhandeling zal moeten uitwijzen wie bevoegd is het bestuur van TAS voort te zetten.









