Negen verdachten zijn op woensdag 24 juni 2026 door de kantonrechter veroordeeld in de strafzaak rond de vondst van ruim 546 kilo cocaïne in een toestel van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM). De drugs waren verstopt in een ruimte achter de cockpit, waar de boordcomputers van het vliegtuig zich bevinden.
Het gaat om de verdachten A.O., S.D., E.B., R.T., G.R., G.B., D.P., O.Z. en L.G. Zij zijn schuldig bevonden aan overtreding van de Wet Verdovende Middelen. Volgens de rechter hebben de verdachten 546.700 gram cocaïne uitgevoerd.
De verdachten S.D. en E.B. kregen een gevangenisstraf van vijf jaar en zes maanden opgelegd, met aftrek van de tijd die zij al in voorarrest hebben doorgebracht. De overige zeven verdachten werden veroordeeld tot zes jaar cel, eveneens onder aftrek van het voorarrest.
Daarnaast moeten alle negen veroordeelden een geldboete van SRD 50.000 betalen. Als zij die boete niet betalen, kan deze worden vervangen door zes maanden hechtenis. De kantonrechter heeft ook beslist dat het bevel tot gevangenhouding van kracht blijft.
De in beslag genomen cocaïne wordt onttrokken aan het verkeer. De telefoontoestellen die tijdens het onderzoek in beslag waren genomen, moeten volgens het vonnis worden teruggegeven aan de verdachten.
Volgens de kantonrechter is uit het onderzoek gebleken dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten. Bij de beoordeling heeft de rechter onder meer gekeken naar verklaringen van verdachten en getuigen, bevindingen van de digitale recherche, rapportages van de forensische opsporing en processen-verbaal van de politie.
De verdachten S.D. en E.B. kregen een lagere straf dan de overige verdachten, omdat zij volgens de kantonrechter vanaf het begin openheid van zaken hebben gegeven. Dat is meegewogen bij de strafoplegging.
Het Openbaar Ministerie had tegen alle negen verdachten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht jaar geëist, samen met een geldboete van SRD 50.000. Ook had de vervolging gevraagd om de cocaïne te onttrekken aan het verkeer en de in beslag genomen telefoons terug te geven.
Voor twee verdachten, A.O. en O.Z., had het OM daarnaast gevraagd om een verbod om gedurende vijf jaar functies uit te oefenen die verband houden met publieke taken of beveiliging op de luchthaven. De kantonrechter ging niet mee in dat verzoek, omdat deze verdachten zich voor het eerst voor de strafrechter moesten verantwoorden.
De verdediging had tijdens de behandeling van de zaak voor meerdere verdachten vrijspraak gevraagd. De raadslieden van L.G. en G.B. vroegen om vrijspraak van de volledige tenlastelegging. Ook de raadsman van O.Z. vroeg om integrale vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De raadsman van A.O., G.R. en D.P. stelde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was geleverd voor betrokkenheid van zijn cliënten bij de uitvoer van drugs. De kantonrechter ging daar niet in mee en achtte de betrokkenheid van alle negen verdachten bewezen.









