TotalEnergies ziet nog steeds extra oliepotentieel in Blok 58 voor de kust van Suriname. Volgens Artur Nunes da Silva, General Manager van TotalEnergies Suriname, hoeft de huidige raming van 750 miljoen vaten olie voor het GranMorgu-project niet als eindpunt te worden gezien, meldt Oilnow in hun berichtgeving.
Nunes da Silva deed zijn uitspraken tijdens een presentatie over GranMorgu, het eerste grote offshore-olieproject van Suriname. Het project wordt ontwikkeld door TotalEnergies, APA Corporation en Staatsolie en richt zich in eerste instantie op de velden Krabdagu en Sapakara. Deze velden moeten de drijvende productie-, opslag- en overslagfaciliteit, de zogenoemde FPSO, van olie voorzien.
De olievoorraden bevinden zich in diepe reservoirs van ongeveer 4.500 meter. Vooralsnog wordt uitgegaan van naar schatting 750 miljoen vaten olie, maar volgens Nunes da Silva is er binnen Blok 58 mogelijk meer aanwezig. “Mijn overtuiging is dat er nog steeds prospectiviteit is in Blok 58 en dat we uiteindelijk meer zullen hebben,” zei hij. Daarbij benadrukte hij geen onrealistische verwachtingen te willen wekken.
TotalEnergies werkt volgens hem samen met Staatsolie en partner APA om dat extra potentieel verder in kaart te brengen en uiteindelijk te benutten. Nunes da Silva stelde dat via de FPSO mogelijk meer geproduceerd kan worden dan de huidige 750 miljoen vaten waarop het project is gebaseerd.
Het GranMorgu-project is voortgekomen uit een omvangrijke exploratie- en beoordelingscampagne tussen 2020 en 2023. In die periode werden veertien putten geboord om de olievoorraden en de technische haalbaarheid van het project vast te stellen. Volgens TotalEnergies leverde die campagne voldoende zekerheid op om het project richting de definitieve investeringsbeslissing te brengen.
De ontwikkeling omvat in totaal 32 putten, ongeveer 200 kilometer aan onderzeese leidingen en een FPSO die een centrale rol krijgt in de productie. Volgens Nunes da Silva zal het boorprogramma ook na de eerste olieproductie doorgaan. Daarmee moet de productie verder worden opgebouwd en moet het plateau van de FPSO worden ondersteund.
“Bij first oil is het project eigenlijk pas voor ongeveer 80 procent gevorderd, omdat we daarna doorgaan met boren,” gaf hij aan. Voor Suriname zal vooral de productiefase belangrijk zijn. Die fase moet gedurende een periode van 20 tot 25 jaar inkomsten, werkgelegenheid en economische activiteit opleveren. Volgens Nunes da Silva bestaat bovendien de mogelijkheid dat de productieperiode daarna nog wordt verlengd.











