Suriname groeit. Er wordt gebouwd. Winkels worden groter, ondernemers investeren en overal verrijzen nieuwe panden. Daar is op zichzelf niets mis mee.
Maar groei zonder ruimtelijke ordening wordt op den duur chaos.
De afgelopen periode heb ik twee situaties gezien die voor mij precies laten zien waar het probleem zit.
Achter supermarkt Tulip aan de Gemeenlandweg wonen mensen die dagelijks te maken hebben met het geluid van apparatuur van het bedrijf.
De Nationale Milieu Autoriteit (NMA) heeft metingen verricht. Daarbij is gebleken dat het geluid de toegestane waarden fors overschrijdt.
Waarom ontdekken we dit pas nadat het bedrijf er staat, de machines draaien en bewoners overlast ervaren?
Is vóór de bouw onderzocht wat de gevolgen voor de omliggende woningen zouden zijn? Is vooraf gekeken waar airco-units, koelinstallaties, ventilatoren en andere apparatuur zouden worden geplaatst? Is berekend hoeveel geluid deze samen produceren? Is gekeken naar de afstand tot de woningen?
En vooral: wie heeft de belangen van de bewoners vooraf meegewogen?
Want meten nadat mensen maandenlang klagen, is geen ruimtelijke ordening.
Dat is proberen de schade achteraf te beperken.
Een kolossaal pand naast een woning
Afgelopen zaterdag stond ik aan de Anton Dragtenweg op een locatie waar pal naast een woonhuis een kolossaal pand wordt neergezet.
Je hoeft geen architect of stedenbouwkundige te zijn om te zien wat zo’n gebouw voor de woning ernaast kan betekenen. Een enorme bouwmassa kan licht wegnemen, natuurlijke ventilatie verminderen en het karakter van de directe woonomgeving totaal veranderen.
Ook daar wil ik weten: wie kijkt hier vooraf naar?
Een bouwvergunning kan betekenen dat een gebouw technisch mag worden neergezet. Maar daarmee is nog niet de vraag beantwoord of zo’n gebouw op die plaats thuishoort.
Dat verschil lijkt Suriname maar niet goed te willen begrijpen.
Wij hebben regels. Wij hebben de Bouwwet. Wij hebben de Stedebouwkundige Wet uit 1972.
Wij hebben de Hinderwet. Wij hebben vergunningen en instanties.
Maar wat wij niet hebben, is een modern en goed werkend stelsel waarbij vooraf duidelijk is: dit is woongebied, hier hoort bedrijvigheid van deze omvang niet thuis, hier mag hoogbouw wel of niet, hier gelden grenzen voor geluid, verkeer, parkeren en andere vormen van hinder. Ook de nabijheid van bijvoorbeeld een school zou daarbij moeten worden meegewogen.
De overheid kent het probleem al jaren
De overheid weet trouwens al jaren dat dit een probleem is.
In 2023 kondigde de overheid zelf een strenger beleid aan voor zakenpanden in woongebieden. Daarbij werden geluid, stof, hitte, geur, drukte en verstoring van het woongenot expliciet genoemd als problemen die kunnen ontstaan wanneer bedrijven midden in woonwijken worden gevestigd.
We zijn inmiddels drie jaar verder.
De nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening werd op 14 januari 2025 als initiatiefwet bij De Nationale Assemblée ingediend.
Dat gebeurde nog tijdens de vorige parlementaire periode.
Daarna kwamen de verkiezingen van 25 mei 2025. Op 29 juni 2025 trad een nieuw parlement aan en op 16 juli 2025 een nieuwe regering.
Inmiddels zijn we in augustus 2026.
De wet staat nog steeds bij DNA als ingediend wetsvoorstel.
Dat is opmerkelijk, want juist de huidige regering schrijft in haar eigen begroting voor 2026 dat zij wil komen tot de aanname, operationalisering en handhaving van de Wet Ruimtelijke Ordening, inclusief het wettelijk verankeren van zonerings- en structuurplannen.
Waar wacht Suriname dan nog op?
Terwijl parlement en regering praten over ruimtelijke ordening, wordt er iedere dag verder gebouwd. En iedere vergunning die vandaag wordt afgegeven zonder een duidelijk bestemmingskader, kan morgen leiden tot een conflict tussen ondernemer en bewoner.
Een regeringswisseling mag geen reden zijn om ruimtelijke ordening opnieuw vijf jaar vooruit te schuiven.
Ondertussen gaat het bouwen gewoon door.
Dat is precies het probleem.
Wij bouwen eerst en proberen daarna te ordenen.
Waar was de controle vóór de bouw?
Als bewoners vervolgens klagen, komen instanties meten. Dan komen inspecteurs kijken. Dan worden er brieven geschreven. Dan moet worden onderzocht welke vergunning is afgegeven en onder welke voorwaarden.
Maar waar was die zorgvuldigheid vóórdat de eerste paal de grond in ging?
En dan komt er nog iets bij: weet de gemiddelde burger eigenlijk waar hij terechtmoet als zijn woongenot wordt bedreigd?
Bij een bouwwerk moet een bewoner naar Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening, onder meer naar Bouw- en Woningtoezicht of de Bouwpolitie, om te laten controleren of er een bouwvergunning is en of daadwerkelijk volgens het goedgekeurde bouwplan wordt gebouwd.
Gaat het om een bedrijf dat mogelijk hinder veroorzaakt, dan kan ook de districtscommissaris in beeld komen vanwege de Hinderwet. Voor bepaalde bedrijven kan bovendien een buurtonderzoek van belang zijn.
Bij geluidsoverlast, trillingen, uitstoot, stof of andere milieuhinder moet de burger weer bij de Nationale Milieu Autoriteit zijn.
En voor bepaalde bedrijfsvergunningen komt ook Economische Zaken in beeld.
Dus stel je voor: naast jouw huis verrijst ineens een enorm bedrijfspand en jij wilt weten of alles volgens de regels gebeurt. Waar begin je?
Bij de DC? Bij de Bouwpolitie? Bij OWRO? Bij Economische Zaken? Bij de NMA?
Waarom moet een burger zelf langs verschillende instanties om uit te zoeken wie zijn woonomgeving eigenlijk moet beschermen?
Dat systeem moet veel duidelijker.
Bewoners moeten eerder duidelijkheid kunnen krijgen
Een bewoner zou bovendien niet moeten wachten totdat het pand klaar is. Zodra er twijfel bestaat, moet schriftelijk kunnen worden gevraagd: is voor dit adres een vergunning afgegeven? Wat is precies goedgekeurd? Kloppen de hoogte, de afstand tot de perceelsgrens en de bestemming van het gebouw? Wordt er gebouwd volgens de tekeningen?
En als een bedrijf machines en installaties plaatst vlak bij woningen, moet vooraf duidelijk zijn welke geluidsnormen gelden en wie daarop toeziet.
Dat brengt mij opnieuw bij Tulip.
Als de NMA nu vaststelt dat de toegestane geluidswaarden fors worden overschreden, dan moet niet alleen worden gevraagd hoe dat geluid nu wordt teruggebracht.
Er moet ook worden gevraagd:
- Welke controle vond vóór de ingebruikname plaats?
- Is onderzocht wat de apparatuur voor de achterliggende woningen zou betekenen?
- Is er een buurtonderzoek geweest?
- Welke voorwaarden zijn aan de vergunningen verbonden?
- En welke instantie heeft vooraf vastgesteld dat deze situatie verantwoord was?
Dit zijn geen vragen tégen ondernemers.
Ondernemers hebben juist baat bij duidelijke regels. Als vooraf duidelijk is waar een bepaald type bedrijf wel en niet kan worden gevestigd, voorkomt dat later conflicten, investeringsverlies en procedures.
Maar een bewoner heeft óók rechten.
Wie een woning koopt of bouwt in een woongebied, mag enige zekerheid verwachten dat niet enkele jaren later pal naast zijn slaapkamer een enorme bedrijfsinstallatie verschijnt, vrachtwagens af en aan rijden of machines dag en nacht staan te draaien.
Een woonwijk moet in de eerste plaats geschikt blijven om te wonen.
Economische ontwikkeling is belangrijk, maar niet iedere economische activiteit hoort op iedere plek.
Dat is geen ondernemershaat.
Dat heet ordening.
Daarom zijn bestemmingsplannen noodzakelijk
En juist daarom zijn bestemmingsplannen zo belangrijk.
Daarmee bepaal je vooraf: hier wonen we, hier komt handel, hier kan industrie, hier is hoogbouw toegestaan, hier moet groen blijven en hier gelden bijzondere voorwaarden.
Dan hoeft een burger niet pas in actie te komen wanneer zijn nachtrust al verdwenen is.
Dan hoeft de NMA niet pas te gaan meten wanneer machines al volop draaien.
Dan hoeft de overheid niet achteraf te proberen twee belangen, die inmiddels frontaal met elkaar zijn gebotst, weer bij elkaar te brengen.
Suriname heeft al sinds 1972 een Stedebouwkundige Wet waarin zelfs het begrip bestemmingsplan voorkomt.
Meer dan vijftig jaar later zouden we verder moeten zijn.
Dus voordat er nog meer grote zakenpanden midden tussen woningen verrijzen, zou de overheid zichzelf twee simpele vragen moeten stellen:
Niet alleen: mag dit gebouw hier worden neergezet?
Maar vooral:
Hoort dit gebouw hier thuis, en wat betekent het voor de mensen die er al wonen?
Als wij die vraag pas stellen wanneer de buren niet meer kunnen slapen, hun tuin niet meer rustig kunnen gebruiken of hun woning letterlijk in de schaduw komt te staan, dan zijn we te laat.
Dat is geen ruimtelijke ordening.
Dat is ruimtelijke wanorde.
Tra Fas’ De
In Tra Fas’ De deelt auteur Gloria Bottse haar visie op maatschappelijke, politieke en bestuurlijke vraagstukken in Suriname. De rubriek biedt ruimte voor kritische duiding, reflectie en opinie, met als doel verdieping te brengen in onderwerpen die de samenleving raken.








