Afgelopen vrijdag waren kapitein Joan van der Bosch van Pikin Poika en Jacintha Jong-A-Lok-Dundas, bewoonster van Houttuin, te gast in mijn liveprogramma.
Op het eerste gezicht ging het om twee totaal verschillende dossiers. Maar naarmate het gesprek vorderde, werd één ding steeds duidelijker: zij vertelden in wezen hetzelfde verhaal.
Niet over partijpolitiek.
Niet over economische groei.
Maar over de vraag of de stem van de gemeenschap daadwerkelijk wordt gehoord.
Kapitein Joan van der Bosch vertelde hoe de massale vissterfte en de mogelijke verontreiniging van de Saramaccarivier het dagelijks leven van de dorpen langs de rivier hebben ontwricht. Op advies van de autoriteiten mogen bewoners voorlopig geen water of vis uit de rivier gebruiken, totdat duidelijk is welke stof of stoffen de vissterfte hebben veroorzaakt.
Dat betekent dat er niet meer kan worden gevist, kleding niet langer in de rivier kan worden gewassen en kinderen niet meer in het water kunnen spelen. Voor deze gemeenschappen is de rivier veel meer dan alleen een waterweg. Zij is een bron van voedsel, een ontmoetingsplaats en een belangrijk onderdeel van hun cultuur en dagelijks bestaan.
Kapitein Van der Bosch gaf aan dat verschillende dorpen langs de Saramaccarivier hebben besloten zich te verenigen om gezamenlijk voor hun belangen op te komen. De onvrede richt zich volgens haar vooral op de communicatie vanuit de autoriteiten. De gemeenschappen ervaren dat zij onvoldoende worden geïnformeerd en betrokken bij ontwikkelingen die hun leefomgeving rechtstreeks raken.
Ook in Houttuin leven grote zorgen. Jacintha Jong-A-Lok-Dundas vertelde over de onrust onder bewoners vanwege plannen voor de opslag van radioactief materiaal in de nabijheid van een woongebied. De bewoners willen duidelijkheid over de mogelijke risico’s voor hun gezondheid, hun kinderen en hun leefomgeving.
Ook daar klinkt de kritiek dat de communicatie met de gemeenschap tekortschiet en dat veel vragen onbeantwoord blijven.
De bewoners van Houttuin en de dorpen langs de Saramaccarivier hebben inmiddels besloten gezamenlijk op te trekken. Hoewel de dossiers van elkaar verschillen, delen de gemeenschappen dezelfde zorgen: de bescherming van hun gezondheid en leefomgeving, betere communicatie vanuit de overheid, meer transparantie bij de besluitvorming en respect voor de rechten van mensen die rechtstreeks met de gevolgen worden geconfronteerd.
Wie denkt dat het om op zichzelf staande gebeurtenissen gaat, hoeft alleen maar naar de Marowijnerivier te kijken. Al jarenlang bestaan daar zorgen over kwikvervuiling als gevolg van goudwinning. Ook daar vragen gemeenschappen aandacht voor de gevolgen voor hun gezondheid, hun leefomgeving en hun bestaanszekerheid.
Drie verschillende gemeenschappen.
Eén terugkerend patroon.
Steeds opnieuw gaat het om mensen die zich zorgen maken over hun gezondheid en leefomgeving. Steeds opnieuw klinkt de roep om betere communicatie, meer transparantie en daadwerkelijke betrokkenheid bij besluiten die hun leven rechtstreeks beïnvloeden.
Voor inheemse en tribale gemeenschappen speelt daarnaast nog een ander belangrijk beginsel: Free, Prior and Informed Consent, beter bekend als FPIC. Dit houdt in dat deze gemeenschappen vooraf, vrijwillig en op basis van volledige informatie moeten worden betrokken bij besluiten die hun traditionele woon- en leefgebieden raken.
Ook internationale rechterlijke uitspraken hebben Suriname gewezen op de verplichting om de collectieve rechten van deze gemeenschappen te beschermen. Volgens de betrokken gemeenschappen wordt aan die verplichtingen in de praktijk nog onvoldoende invulling gegeven.
In eerdere artikelen heeft TFD al aandacht gevraagd voor het belang van sterke en onafhankelijke instituties. Niet omdat instituties een doel op zich zijn, maar omdat juist zij het verschil moeten maken wanneer de gezondheid, veiligheid en rechten van burgers onder druk komen te staan.
Sterke milieu-instanties, voldoende deskundigheid, onafhankelijk toezicht en transparante communicatie zijn geen luxe. Zij vormen de basis van goed bestuur.
De situaties in Houttuin, langs de Saramaccarivier en langs de Marowijnerivier laten zien waarom institutionele versterking niet langer kan worden uitgesteld. Gemeenschappen willen niet pas worden geïnformeerd wanneer een vergunning al is verleend of wanneer zich een milieuramp heeft voorgedaan. Zij willen vanaf het begin worden betrokken bij besluiten die hun woon- en leefomgeving raken.
Opvallend is ook dat deze vraagstukken nog altijd weinig structurele aandacht krijgen in De Nationale Assemblée. Natuurlijk worden er incidenteel vragen gesteld, maar een breed debat over de bescherming van gemeenschappen, hun leefomgeving en de naleving van nationale en internationale verplichtingen blijft uit.
Juist het parlement heeft de taak de regering kritisch te controleren en erop toe te zien dat wetten en regels niet alleen worden vastgesteld, maar ook daadwerkelijk worden nageleefd.
Suriname staat aan de vooravond van een economische transformatie. De ontwikkeling van de olie- en gassector biedt grote kansen. Maar ontwikkeling is pas echte vooruitgang wanneer ook de mensen die het dichtst bij die ontwikkeling wonen zich gehoord, beschermd en gerespecteerd voelen.
Een van de belangrijkste taken van de overheid is het garanderen van een veilige woon- en leefomgeving. Daarvoor zijn goede wetten nodig, maar wetten alleen beschermen geen mensen.
Zonder onafhankelijke instituties, deskundig toezicht, effectieve handhaving en een overheid die daadwerkelijk optreedt wanneer dat nodig is, blijven wetten papieren tijgers. Burgers hebben weinig aan beleidsstukken en wettelijke bepalingen als zij in de praktijk niet merken dat die worden nageleefd.
Goed bestuur wordt uiteindelijk niet beoordeeld op wat er op papier staat, maar op wat mensen dagelijks ervaren in hun woon- en leefomgeving.
De bewoners van Pikin Poika en Houttuin en de gemeenschappen langs de Saramacca- en Marowijnerivier vragen geen voorkeursbehandeling. Zij vragen om iets wat iedere burger mag verwachten: duidelijke communicatie, transparante besluitvorming, respect voor hun rechten en een overheid die niet pas verschijnt wanneer er een crisis uitbreekt, maar ook aanwezig is voordat besluiten worden genomen.
Misschien is de belangrijkste ontwikkeling van de afgelopen dagen niet eens de samenwerking tussen Houttuin en de dorpen langs de Saramaccarivier.
De werkelijke boodschap is dat steeds meer gemeenschappen elkaar weten te vinden, omdat zij dezelfde zorgen delen en dezelfde behoefte hebben: een overheid die luistert, communiceert en verantwoordelijkheid neemt.
Ontwikkeling begint immers niet met een vergunning.
Ontwikkeling begint met luisteren.
Tra Fas’ De
In Tra Fas’ De deelt auteur Gloria Bottse haar visie op maatschappelijke, politieke en bestuurlijke vraagstukken in Suriname. De rubriek biedt ruimte voor kritische duiding, reflectie en opinie, met als doel verdieping te brengen in onderwerpen die de samenleving raken.











