Het Nationaal Ontwikkelingsplatform heeft van de president de opdracht gekregen om binnen één jaar een ontwikkelingsplan op te stellen dat de koers van Suriname tot 2050 uitstippelt. De uitgangspunten die hierbij worden gehanteerd, zoals “inclusieve ontwikkeling” en een plan dat “mét de samenleving” wordt gemaakt, klinken hoopgevend en lijken aan te sluiten bij internationale standaarden voor mensenrechten en goed bestuur. Toch laat de huidige opzet nu al een diepe kloof zien tussen galmende retoriek en democratische praktijk.
Vanwege het cruciale belang van een langetermijnvisie, nu nog dringender door de naderende inkomsten uit de olie- en gassector, is het essentieel om vanaf het begin kritisch te kijken naar de randvoorwaarden van dit proces. Als Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) pleiten wij altijd voor een benadering waarin mensenrechten, structurele participatie en goed bestuur vanaf het begin centraal staan. Vanuit dat oogpunt behoeft de huidige opzet van het platform een aantal cruciale versterkingen.
Wie zit aan tafel?
De huidige samenstelling van het platform leunt zwaar op politieke actoren, het traditionele bedrijfsleven, economen zoals verenigd in de VES, die bedankten voor een plek, en enkele doorgewinterde experts die aan menig ontwikkelingsplan van Suriname hebben meegeschreven.
Deze keuze legt een behoorlijke bias bloot: de overheid beschouwt ontwikkeling blijkbaar vooral als een zaak van politieke en economische actoren. Maatschappelijke organisaties en mensenrechten worden in deze gedachtengang naar de zijlijn geschoven, als actoren die te zijner tijd “gehoord” zullen worden. Wanneer dat is, op welke wijze dat gebeurt en wie die eer te beurt zal vallen, blijft nog koffiedik kijken.
Maar een duurzame, menswaardige toekomst voor Suriname bouw je niet op met een politiek-economisch model waar mensenrechten achteraf op worden geplakt. Mensenrechten en goed bestuur moeten het normatieve fundament zijn waarop de toekomst wordt gebouwd.
De gekozen eenzijdige focus dreigt het proces te veranderen in een besloten overleg tussen politieke en economische actoren. Dat voorspelt weinig goeds voor de beloofde effectieve en brede participatie van burgers, maatschappelijke organisaties, grassroots-collectieven en inheemse en tribale gemeenschappen in het binnenland.
Om echte participatie en daadwerkelijke duurzame ontwikkeling te garanderen, dringen wij aan op onafhankelijke en deskundige toetsing, een bindend participatieprotocol, een realistischere planning en juridische verankering in mensenrechtenverdragen. Wij gaan daar hieronder dieper op in.
Vier randvoorwaarden voor succes
Om te garanderen dat het uiteindelijke ontwikkelingsplan daadwerkelijk een weerspiegeling wordt van de noden en ambities van alle Surinamers, moet het proces aan de volgende vier randvoorwaarden voldoen:
1. Gegarandeerde onafhankelijke en deskundige toetsing
Om belangenverstrengeling te voorkomen, mogen de partijen die het plan schrijven niet tegelijkertijd hun eigen werk beoordelen. Het voorgestelde conceptplan dient te worden onderworpen aan een onafhankelijke, openbare Human Rights, Sustainability & Gender Impact Assessment, oftewel een mensenrechten-, duurzaamheids- en gendereffectrapportage. Deze beoordeling moet worden uitgevoerd door externe maatschappelijke en wetenschappelijke actoren, die daarover een openbaar rapport uitbrengen.
De Surinaamse gemeenschap kan dan zelf beoordelen hoeveel van de bevindingen van de externe deskundigen in de finale versie worden verwerkt.
2. Een transparant en bindend procesprotocol
Echte participatie gaat verder dan het organiseren van enkele hoorzittingen om achteraf “draagvlak te peilen” of wensenlijsten te inventariseren. Het platform dient vóór de start van zijn werkzaamheden een openbaar protocol te publiceren waarin het hele totstandkomingsproces van het plan wordt uiteengezet.
Hierin moet vooral helder worden vastgelegd hoe de inbreng van het maatschappelijk middenveld en gemeenschappen wordt verzameld en verwerkt in het plan, hoe het binnenland effectief wordt bereikt en hoe het principe van Free, Prior and Informed Consent (FPIC) voor inheemse en tribale gemeenschappen, conform internationale standaarden, wordt gegarandeerd.
3. Juridische verankering in mensenrechtenverdragen
Ontwikkeling mag niet slechts worden gedefinieerd in termen van macro-economische groei of het managen van grondstoffenopbrengsten in zeer algemene termen, die daarna door elke nieuwe regering weer op haar eigen manier worden geïnterpreteerd.
Wij vragen de expliciete garantie dat het plan juridisch wordt verankerd binnen de internationale mensenrechtenverdragen waarbij Suriname partij is. Dit betekent dat voorop moet staan hoe tekortkomingen in de realisatie van mensenrechten zullen worden aangepakt, inclusief het recht van iedereen op gelijkwaardige toegang tot goed onderwijs en gezondheidszorg, de collectieve rechten van inheemse en tribale volken, vrouwen- en kinderrechten, LGBTQI-rechten, milieurechten en alle andere fundamentele politieke, burgerlijke, economische, sociale en culturele rechten.
4. Herziening van de onrealistische planningstermijn
Een termijn van twaalf maanden is bijzonder kort om een gedragen visie, laat staan een goed onderbouwd en becijferd plan, voor de komende twintig jaar mét de samenleving op te stellen. Vanwege de geografische en logistieke barrières in ons land dreigt dit tijdsbestek te leiden tot een haastige en oppervlakkige consultatieronde die hoofdzakelijk de kuststrook bereikt.
De termijn voor de maatschappelijke en districtsbrede visieontwikkeling moet worden verlengd om er een geloofwaardig participatief proces van te maken.
Het succes van Suriname in 2050 zal moeten worden afgemeten aan de mate waarin de rechten, waardigheid en levensstandaard van elke Surinaamse burger zijn verbeterd. Het is nu aan het platform en de regering om te bewijzen dat “inclusiviteit” meer is dan een mooie term in een persbericht. Het werkproces moet daadwerkelijk participatief zijn en gericht op concrete, haalbare doelstellingen die gebaseerd zijn op en geborgd worden door mensenrechtenprincipes en principes van goed bestuur.
Voor de goede orde: BINI ambieert geen zitting in dit platform. Een gezonde democratie vraagt om een scherpe scheiding van rollen. Dat betekent overigens niet dat wij aan de zijlijn staan. Wij, zowel BINI als de aangesloten organisaties afzonderlijk, werken constructief samen met overheidsorganen op allerlei gebieden en onder alle regeringen.
Ons werk met onder meer de BINI Beleidsmonitoring Rapporten, onze analyses van partijprogramma’s sinds 2015, schaduwrapportages aan VN-verdragslichamen en bijdragen aan de totstandkoming van wetgeving, heeft ons geleerd dat een onafhankelijke, controlerende en adviserende functie van buitenaf onmisbaar is om de kwaliteit van beleid duurzaam te bewaken.
BINI – Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur
Disclaimer
Key News en The Key Network respecteren de vrijheid van meningsuiting zoals vastgelegd in de Grondwet van de Republiek Suriname. Ingezonden artikelen mogen echter niet worden gebruikt om personen te belasteren, ongefundeerde beschuldigingen te uiten, of de reputatie van individuen of Key News te schaden.
Artikelen die dergelijke inhoud bevatten, worden geweigerd. Key News kan op geen enkele wijze juridisch aansprakelijk worden gesteld voor de inhoud van ingezonden artikelen.
De volledige verantwoordelijkheid voor de inhoud van een ingezonden artikel ligt bij de auteur, en de inhoud weerspiegelt niet noodzakelijkerwijs de mening van Key News.











