Elke paar jaar lijkt het zich te herhalen: grootschalige schoonmaakacties, opruimcampagnes en oproepen aan de samenleving om het land netjes te houden.
De laatste grote was die bij Son Oso.
Onder verschillende regeringen zijn er initiatieven geweest om Suriname schoner te maken, met als bekend voorbeeld de ‘Krin Kondre’-actie die rond 2013 werd gelanceerd onder president Desi Bouterse. Het doel was duidelijk: het land opschonen en burgers bewust maken van hun rol daarin.
Daarnaast zien we regelmatig dat burgers zelf het initiatief nemen. Buurtbewoners organiseren opruimdagen, vrijwilligers trekken de straat op met vuilniszakken en handschoenen, en maatschappelijke groepen proberen het verschil te maken. Dat laat zien dat er wel degelijk betrokkenheid is.
Toch blijft het resultaat vaak tijdelijk.
Want hoe goed bedoeld en intensief deze acties ook zijn, na verloop van tijd keert het vuil terug. Het voelt als dweilen met de kraan open.
De overheid heeft hierin zonder twijfel een belangrijke taak.
Een goed functionerende vuilophaaldienst, voldoende prullenbakken op strategische plekken en regelmatige lediging daarvan zijn basisvoorzieningen. Wanneer die ontbreken of tekortschieten, wordt het voor burgers ook moeilijker om zich correct te gedragen.
Maar daar ligt niet de kern van het probleem.
De grootste verantwoordelijkheid ligt uiteindelijk bij de burger zelf.
Want zelfs met een perfect systeem van afvalinzameling blijft één factor doorslaggevend: gedrag. Als mensen hun afval op straat blijven gooien, illegaal blijven dumpen of geen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leefomgeving, zal geen enkele schoonmaakactie blijvend effect hebben. De overheid kan blijven opruimen, maar zal altijd achter de feiten aanlopen zolang die mentaliteit niet verandert.
De vraag is dus: wat is er nodig om die omslag wél te maken?
Het antwoord ligt in een combinatie van handhaving, educatie en cultuurverandering. Strengere controles en boetes kunnen helpen om ongewenst gedrag af te remmen. Tegelijkertijd is bewustwording cruciaal – al op jonge leeftijd moet duidelijk worden gemaakt dat een schone omgeving een gezamenlijke verantwoordelijkheid is.
Interessant is om te kijken naar landen als Curaçao en Barbados. Daar lijkt het besef bij een groter deel van de bevolking te zijn doorgedrongen. Straten zijn over het algemeen schoner, en burgers lijken zich bewuster van hun rol in het geheel. Dat is geen toeval, maar het resultaat van jarenlange inzet op gedragsverandering, gecombineerd met duidelijke regels en consequent optreden. Toeristen komen graag in een schoon land.
Suriname kan daar lessen uit trekken.
Want uiteindelijk begint een schoon land niet bij een campagne of een opruimactie, maar bij een mentaliteit.
Pas wanneer die verandert, heeft schoonmaken zin.
Anders blijft het precies wat het nu vaak is: een tijdelijke oplossing voor een structureel probleem.