Tijdens de begrotingsbehandeling bracht DNA-lid Sampi opnieuw de uitvoering van de internationale vonnissen onder de aandacht. Want hoewel hierover al jaren wordt gesproken, wachten de betrokken gemeenschappen nog steeds op concrete resultaten.
Om te begrijpen waarom deze kwestie zo belangrijk is, moeten we terug naar de oorsprong van deze zaken.
In 2007 deed het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten uitspraak in de zaak van het Saramakaanse volk tegen de Staat Suriname. Deze zaak was aangespannen nadat de overheid hout- en mijnbouwconcessies had uitgegeven in traditioneel woon- en leefgebied zonder dat de betrokken gemeenschappen daar voldoende inspraak in hadden.
Acht jaar later, in 2015, volgde een tweede belangrijke uitspraak. Dit keer in de zaak van de Kaliña- en Lokono-volkeren uit Beneden-Marowijne. Ook zij stapten naar internationale instanties omdat zij vonden dat hun traditionele gronden niet werden erkend en beschermd.
Het gaat dus niet om een conflict dat gisteren is ontstaan.
Het gaat om gemeenschappen die jarenlang hebben geprobeerd hun zorgen onder de aandacht te brengen en uiteindelijk geen andere keus hadden dan naar een internationaal hof hun zaak voor te leggen omdat zij vonden dat in eigen land niemand naar hun luisterde.
Best beschamend!
Beide keren kreeg Suriname van het Hof een duidelijke opdracht. Er moesten stappen worden gezet om de collectieve rechten van inheemse en tribale volken te erkennen en beter te beschermen. Er moest gewerkt worden aan wetgeving. Er moest meer duidelijkheid komen over grondrechten. En gemeenschappen moesten beter worden betrokken bij besluiten die hun leefgebied raken.
Dat was in 2007.
Dat was in 2015.
We zijn inmiddels in 2026.
Negentien jaar na het Saramaka-vonnis en elf jaar na het Kaliña- en Lokono-vonnis wordt er nog steeds gesproken over uitvoering.
Dit dossier behoort allang niet meer toe aan één regering of één politieke partij.
In negentien jaar tijd hebben verschillende regeringen het land bestuurd. Verschillende parlementen hebben begrotingen goedgekeurd. Ministers zijn gekomen en gegaan. Politieke partijen hebben elkaar afgewisseld in de regering.
Maar de uitvoering blijft achter.
Ondertussen zien we steeds vaker spanningen ontstaan rond concessies, grondgebruik en natuurlijke hulpbronnen. We hebben wat er in Pikin Saron is gebeurd.
We hebben de spanningen in en rond verschillende gemeenschappen meegemaakt. Natuurlijk heeft iedere situatie zijn eigen achtergrond.
Maar niemand kan ontkennen dat onzekerheid over grondrechten al jarenlang een bron van frustratie vormt.
En frustratie die jarenlang wordt genegeerd, verdwijnt niet. Die stapelt zich op.
Maar niemand die zich druk maakt over het onrecht dat al zolang voortduurt.
We verwachten meer dan nieuwe commissies, nieuwe studies en nieuwe overlegmomenten.
Wat nodig is, is uitvoering.
Laten we stoppen met praten over de mensen en beginnen met praten met de mensen.Want een vonnis dat bijna twintig jaar later nog steeds niet volledig is uitgevoerd, is meer dan een juridisch vraagstuk.
Het is een spiegel die ons laat zien hoe moeilijk Suriname het soms vindt om woorden om te zetten in daden.
We praten veel en doen bijna niets concreet.
Tra Fas’ De
In Tra Fas’ De deelt auteur Gloria Bottse haar visie op maatschappelijke, politieke en bestuurlijke vraagstukken in Suriname. De rubriek biedt ruimte voor kritische duiding, reflectie en opinie, met als doel verdieping te brengen in onderwerpen die de samenleving raken.












