President Jennifer Simons noemt de strafklacht in de TAS-affaire ernstig en wil minister Harish Monorath hierover spreken. In het programma Kal Aaj Aur Kal zei zij ook dat zij de samenleving ‘geen knollen voor citroenen’ gaat verkopen. Dat zijn stevige woorden van een president over een minister uit haar eigen regering.
Die woorden hebben gevolgen.
Want wat hoort de samenleving hierin? Dat de president reden heeft om zich zorgen te maken. Dat zij de zaak niet gaat goedpraten. Maar bedoelt zij daarmee ook dat zij meer weet dan zij op dat moment vertelt?
Dat laatste hoeft niet zo te zijn, maar die indruk kan wel ontstaan. Daarom is zorgvuldigheid in deze kwestie belangrijk.
Woorden die politieke gevolgen hebben
De uitdrukking ‘geen knollen voor citroenen verkopen’ betekent dat je mensen geen misleidend verhaal wilt voorhouden. Wanneer de president dat zegt over een affaire waarin haar minister wordt genoemd, krijgt haar boodschap extra gewicht.
Daarmee heeft zij zijn positie politiek onder druk gezet. Zij heeft hem niet schuldig verklaard, maar wel publiekelijk de twijfel over zijn positie versterkt.
Daarom had zij duidelijker moeten zeggen wat zij precies bedoelt. Vindt zij het feit dat er een strafklacht tegen haar minister ligt ernstig? Gaat het om de inhoud van de beschuldigingen? Of om informatie die zij zelf al heeft bekeken?
Dat zijn verschillende zaken.
Tra Fas’ De (TFD) heeft de strafklacht al eerder gepubliceerd. De inhoud verdient aandacht en onderzoek. Maar een strafklacht is nog geen bewijs van schuld. Dat geldt voor Monorath, maar ook voor voormalig TAS-directeur Wendy Jap-A-Joe.
De verantwoordelijkheid van de president
Tegelijkertijd kan de president niet doen alsof deze kwestie haar regering niet aangaat.
Artikel 90 van de Grondwet bepaalt dat zij staatshoofd én hoofd van de regering is. Zij legt verantwoording af aan De Nationale Assemblee (DNA). Artikel 110 geeft haar de bevoegdheid ministers te benoemen en te ontslaan.
Zij heeft dus een eigen verantwoordelijkheid om te beoordelen of een minister kan blijven functioneren.
Een gesprek met Monorath past binnen die verantwoordelijkheid. Zij mag uitleg verlangen. Zij mag beoordelen wat de kwestie betekent voor het vertrouwen in hem als minister. Daarvoor hoeft zij niet onder alle omstandigheden op een strafvonnis te wachten. Maar zij moet wel zorgvuldig uitleggen waarop een bestuurlijk besluit berust.
Bestuurlijke verantwoordelijkheid is geen persoonlijke aangelegenheid
De formulering dat zij zich ‘persoonlijk met de zaak gaat bemoeien’ is daarom niet precies genoeg. Zij voert het gesprek zelf, maar handelt als regeringsleider.
Het gaat om de uitoefening van haar ambt, niet om een persoonlijke aangelegenheid.
En het ambt stelt grenzen.
Artikel 131, lid 3, van de Grondwet verbiedt inmenging in de opsporing, vervolging en zaken die bij de rechter aanhangig zijn. Artikel 145 legt de verantwoordelijkheid voor opsporing en vervolging bij het Openbaar Ministerie (OM).
De president moet haar bestuurlijke beoordeling dus duidelijk onderscheiden van het strafrechtelijke onderzoek.
Dat onderscheid had zij ook in haar woorden kunnen maken. Bijvoorbeeld door te zeggen dat de klacht zorgvuldig moet worden onderzocht, maar dat het strafrechtelijke onderzoek niet tot haar taken behoort.
Zij kan als regeringsleider met Monorath spreken over zijn functioneren.
Dan weet iedereen waarvoor zij verantwoordelijkheid neemt.
Onduidelijkheid voedt speculatie
Nu blijft er ruimte voor uiteenlopende interpretaties.
Heeft zij nog vertrouwen in hem? Heeft zij al stukken gezien die haar zorgen baren? Of wil zij vooral laten zien dat zij niemand de hand boven het hoofd houdt?
Ook een bespreking binnen de coalitie neemt die onduidelijkheid niet weg.
De coalitie kan praten over politieke samenwerking en vertrouwen. Of strafbare feiten zijn gepleegd, wordt echter niet aan die tafel bepaald. Politieke afspraken vervangen bovendien geen verantwoording aan DNA en de samenleving.
Op basis van deze uitspraken kan niet worden vastgesteld dat Simons zich met het strafrechtelijke onderzoek heeft bemoeid.
Maar kritiek op haar formulering is wel terecht.
Woorden van een president zijn geen losse opmerkingen. Zeker niet wanneer zij betrekking hebben op de minister van Justitie en Veiligheid.
De samenleving verdient duidelijkheid
Als Simons zegt dat zij het volk geen knollen voor citroenen gaat verkopen, mag het volk vervolgens een helder verhaal verwachten.
Welke bestuurlijke zorgen heeft zij? Welke normen gelden
Tra Fas’ De
In Tra Fas’ De deelt auteur Gloria Bottse haar visie op maatschappelijke, politieke en bestuurlijke vraagstukken in Suriname. De rubriek biedt ruimte voor kritische duiding, reflectie en opinie, met als doel verdieping te brengen in onderwerpen die de samenleving raken.


















