Een gemengde politie-eenheid heeft op dinsdag 27 oktober 2026 vier personen aangehouden tijdens een drugsinval op een adres in het ressort Tamanredjo. Twee vrouwen van 21 en 25 jaar zijn in verzekering gesteld op verdenking van overtreding van de Wet op Verdovende Middelen. Twee andere verdachten, die op het adres drugs zouden hebben gekocht, zijn na verhoor heengezonden.
De politie kwam in actie nadat informatie was verkregen over een vermoedelijke drugsverkooplocatie waar actief zou worden gehandeld in crackcocaïne. Na het uitwerken van deze informatie werd besloten een inval uit te voeren.
Tijdens de politieactie werden twee personen aangetroffen die volgens de politie naar het adres waren gekomen om drugs te kopen. Ook waren twee vrouwelijke bewoners aanwezig die ervan worden verdacht ter plaatse drugs te verkopen.
Bij de twee vermoedelijke kopers, geïdentificeerd als A.R. en S.E., werd crackcocaïne aangetroffen die zij kort daarvoor zouden hebben aangeschaft. Bij een doorzoeking van de woning trof de politie eveneens een hoeveelheid crackcocaïne, verpakkingsmateriaal en een geldbedrag in Surinaamse dollars aan. De vier betrokkenen werden aangehouden en overgebracht naar het politiebureau.
Verdachten leggen verklaringen af
Tijdens het verhoor verklaarden A.R. en S.E. afzonderlijk dat zij de aangetroffen drugs hadden gekocht bij de 21-jarige M.S. en de 25-jarige N.C.
M.S. ontkende op de hoogte te zijn van de drugs die in haar woning waren aangetroffen. Volgens haar behoorden de verdovende middelen toe aan haar vriendin N.C. Laatstgenoemde verklaarde tegenover de politie dat de drugs inderdaad van haar waren en dat zij deze op het adres verkocht.
Uit politieonderzoek is verder gebleken dat beide vrouwen eerder met de politie in aanraking zijn gekomen wegens overtreding van de Wet op Verdovende Middelen. Zij werden destijds aangehouden en ingesloten. M.S. werd bij die eerdere aanhouding vanwege haar minderjarige leeftijd ondergebracht in het jeugdopvangcentrum Opa Doelie.
Twee vrouwen in verzekering gesteld
Na voorgeleiding aan een hulpofficier van justitie en afstemming met het Openbaar Ministerie werden A.R. en S.E. na verhoor vrijgelaten.
Voor M.S. en N.C. werd besloten tot inverzekeringstelling op verdenking van overtreding van de Wet op Verdovende Middelen. De politie van station Richelieu zet het onderzoek voort.





