De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft tijdens overleg met de minister van Financiën en Planning aandacht gevraagd voor verschillende financieel-economische problemen die het ondernemingsklimaat beïnvloeden. Onder meer de valutaretentie, belastinginvordering, achterstallige overheidsbetalingen en het brandstofprijsbeleid kwamen aan de orde.
Het overleg vond vrijdag 4 september plaats op het Ministerie van Financiën en Planning. De VSB besprak met de minister ook ontwikkelingen binnen de fiscale wetgeving en mogelijke wijzigingen die gevolgen kunnen hebben voor de mogelijkheden van ondernemingen om beslag te leggen en vorderingen te verhalen.
Daarnaast werd gesproken over stimuleringsmaatregelen voor onder meer de agrarische sector en het toerisme. Volgens de ondernemersorganisatie kunnen dergelijke maatregelen bijdragen aan meer investeringen, productie en economische groei.
Zorgen over liquiditeit bedrijven
De VSB vroeg eveneens aandacht voor achterstallige betalingen van de overheid aan ondernemingen. Wanneer overheidsrekeningen niet tijdig worden betaald, kan dit volgens de organisatie de liquiditeitspositie en bedrijfsvoering van ondernemers onder druk zetten.
De vereniging benadrukte dat financieel-economische maatregelen vooraf zorgvuldig moeten worden beoordeeld op hun gevolgen voor investeringen, productie, liquiditeit en de concurrentiekracht van bedrijven.
Volgens de VSB zijn voorspelbaar beleid, duidelijke regelgeving en tijdige betrokkenheid van het bedrijfsleven noodzakelijk voor een stabiel ondernemingsklimaat.
Vervolgoverleg over valutaretentie
Het gesprek met de minister heeft geleid tot verdere technische afstemming met de Deviezencommissie over de retentieregeling voor exporterende bedrijven. Binnen deze regeling gelden voorwaarden voor het repatriëren en omwisselen van inkomsten die ondernemingen uit export ontvangen.
De VSB vindt vervolgoverleg met de betrokken beleidsinstanties noodzakelijk om tot werkbare en duurzame oplossingen te komen. De organisatie zegt de ontwikkelingen te blijven volgen en de belangen en praktijkervaringen van haar leden bij toekomstige gesprekken met de overheid te zullen inbrengen.







