De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) waarschuwt dat beslissingen over de mogelijke herintroductie van het sterk praktijkgerichte LBO-B-onderwijs niet mogen worden ingegeven door politieke overwegingen. Volgens de organisatie moet beroepsonderwijs in de eerste plaats aansluiten op de behoeften van de arbeidsmarkt en jongeren concrete kansen bieden op werk, verdere scholing of ondernemerschap.
De VSB heeft hierover advies uitgebracht aan de minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. De ondernemersorganisatie stelt dat een ingrijpende wijziging van het beroepsonderwijs niet moet worden gebruikt als een kortetermijnoplossing om bepaalde groepen tevreden te stellen.
Volgens de VSB moet eerst worden vastgesteld aan welke beroepen, vaardigheden en kwalificaties Suriname daadwerkelijk behoefte heeft. Het aanbieden van opleidingen zonder voldoende aansluiting op de arbeidsmarkt kan er volgens de organisatie toe leiden dat jongeren na hun opleiding weinig perspectief hebben op werk of verdere ontwikkeling.
De organisatie wijst erop dat Suriname behoefte heeft aan onder anderen vakmensen, technici, operators en andere praktisch geschoolde werknemers. Die vraag zal volgens de VSB verder toenemen door ontwikkelingen in onder meer de bouw, techniek, productie, agro-industrie, logistiek, dienstverlening en olie- en gassector.
Pleidooi voor kortere praktijkopleidingen
De VSB vindt dat naast meerjarige beroepsopleidingen ook kortere en flexibele trajecten van één tot twee jaar moeten worden ontwikkeld. Daarmee zouden jongeren en volwassenen concrete vaardigheden kunnen aanleren waarmee zij sneller toegang krijgen tot de arbeidsmarkt.
Dergelijke trajecten zouden volgens de organisatie moeten leiden tot erkende certificaten en tegelijkertijd mogelijkheden moeten bieden om later verder te studeren of zich te specialiseren.
Langdurige opleidingen zonder duidelijke tussenresultaten of zicht op werk kunnen volgens de VSB demotiverend werken. De organisatie vreest dat jongeren hierdoor voortijdig kunnen afhaken of hun toekomst buiten Suriname gaan zoeken.
‘Geen oud systeem onder nieuwe naam’
De VSB benadrukt dat het opnieuw invoeren van een bestaande onderwijsvorm op zichzelf geen hervorming betekent. Voor goed praktijkonderwijs zijn volgens de organisatie onder meer arbeidsmarktonderzoek, moderne curricula, gekwalificeerde docenten, geschikte praktijkfaciliteiten, stages en duidelijke kwaliteitsnormen noodzakelijk.
Zonder deze voorwaarden bestaat volgens de VSB het risico dat een oud onderwijssysteem slechts onder een nieuwe naam wordt voortgezet.
De organisatie stelt daarnaast dat praktijkgericht onderwijs niet mag worden gezien als een minderwaardige route voor leerlingen die binnen theoretisch onderwijs minder goed meekomen. Vakonderwijs zou juist als een volwaardige keuze moeten worden gepositioneerd, met mogelijkheden voor certificering, doorstroming, specialisatie en zelfstandig ondernemerschap.
Bedrijfsleven wil vanaf begin betrokken worden
Een belangrijk kritiekpunt van de VSB is dat het bedrijfsleven volgens de organisatie onvoldoende wordt betrokken bij besluiten over beroepsonderwijs.
De VSB stelt dat werkgevers vanaf het begin moeten meepraten over beroepsprofielen, curricula en de vaardigheden die studenten tijdens hun opleiding moeten verwerven. Bedrijven kunnen daarnaast bijdragen door stage- en praktijkplaatsen beschikbaar te stellen.
In haar verklaring uit de VSB stevige kritiek op de wijze waarop de minister volgens haar tot besluiten komt. De organisatie stelt dat de minister “de plank volledig mis” slaat wanneer beslissingen over beroepsonderwijs worden genomen zonder het bedrijfsleven, dat zij omschrijft als het hart van de werkgelegenheid, voldoende te betrekken.
Volgens de VSB past een te sterke nadruk op leren in het klaslokaal bovendien niet bij het karakter van beroepsonderwijs, waar praktijkervaring juist een centrale rol zou moeten spelen.
Structureel overleg bepleit
De ondernemersorganisatie pleit daarom voor een structureel samenwerkingsmodel tussen de overheid, onderwijsinstellingen, het bedrijfsleven, leraren en hun vertegenwoordigende organisaties.
Opleidingen zouden daarbij periodiek moeten worden beoordeeld op concrete resultaten. Er moet volgens de VSB onder meer worden gekeken naar hoeveel afgestudeerden werk vinden, hoe werkgevers de kwaliteit van afgestudeerden beoordelen en in hoeverre opleidingen bijdragen aan het terugdringen van tekorten op de arbeidsmarkt.
Volgens de organisatie moet bij iedere hervorming van het beroepsonderwijs centraal staan welk onderwijs jongeren duurzaam perspectief biedt en welke vakmensen Suriname nodig heeft voor zijn economische en maatschappelijke ontwikkeling.
De VSB zegt haar visie en concrete aandachtspunten inmiddels aan de minister te hebben voorgelegd en verwacht dat deze worden meegenomen in de verdere besluitvorming over het beroepsonderwijs.







