De slechte staat van dienstwoningen vormt een directe belemmering voor de inzet van leerkrachten in het binnenland. Minister Dirk Currie zegt dat onderwijsgevenden niet naar bepaalde gebieden kunnen worden gestuurd zolang geschikte huisvesting ontbreekt of dringend moet worden gerenoveerd.
Dienstwoningen voor leerkrachten in verschillende delen van het binnenland verkeren volgens minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur in zo’n slechte staat dat het ministerie onderwijsgevenden daar niet verantwoord kan onderbrengen. “Eigenlijk kunnen we leerkrachten niet naar deze gebieden sturen, omdat de woningen niet verkeren in een goede staat”, zei Currie vrijdag in De Nationale Assemblee. De slechte dienstwoningen vormen daarmee niet alleen een huisvestingsprobleem, maar raken rechtstreeks aan de beschikbaarheid van onderwijs in afgelegen gebieden.
De bewindsman maakte duidelijk dat op meerdere plaatsen geschikte woonruimte voor leerkrachten ontbreekt. Wanneer een dienstwoning niet bewoonbaar is, kan het ministerie volgens hem moeilijk personeel naar die standplaats sturen. Voor leerkrachten die vanuit Paramaribo of andere delen van het land naar het binnenland worden uitgezonden, is veilige en bruikbare huisvesting een noodzakelijke voorwaarde om hun werkzaamheden te kunnen uitvoeren.
Het probleem kan daardoor ook gevolgen hebben voor leerlingen. Als een school niet over voldoende onderwijsgevenden beschikt omdat huisvesting ontbreekt, bestaat het risico dat lessen later beginnen, klassen anders moeten worden ingedeeld of vacatures langer openblijven. Currie gaf in het parlement geen afzonderlijke cijfers over het aantal leerlingen dat hierdoor mogelijk wordt geraakt.
Slechte dienstwoningen beperken inzet leerkrachten
Het ministerie heeft volgens Currie ook gekeken naar tijdelijke alternatieven. Een van de mogelijkheden is het huren van woningen van bewoners uit lokale gemeenschappen. Die oplossing blijkt echter moeilijk uitvoerbaar. Volgens de minister zijn mensen terughoudend om woningen aan het ministerie te verhuren, omdat betalingen vanuit de overheid te laat plaatsvinden.
Daarmee speelt naast de fysieke staat van de woningen ook het vertrouwen in de overheid een rol. Als particuliere verhuurders of lokale bewoners niet zeker zijn van tijdige betaling, wordt het moeilijker om snel vervangende woonruimte voor leerkrachten te regelen. Currie kondigde aan dat het ministerie binnenkort met de leiding van dorpsbesturen in gesprek gaat om te bekijken welke afspraken mogelijk zijn.
Zonder geschikte huisvesting kunnen leerkrachten niet verantwoord naar hun standplaats worden gestuurd.
Tientallen leerkrachtenwoningen vragen om renovatie
De minister presenteerde ook een overzicht van plaatsen waar renovatie of aanvullende huisvesting nodig is. In Brokopondo moeten volgens hem twaalf leerkrachtenwoningen worden gerenoveerd. Voor Sipaliwini noemde hij veertien woningen. Daarnaast sprak hij over zeven woningen in Manlobi, drie in Banavoo, vier in Apetina en één bij Granman Akontoe die aandacht nodig hebben.
Voor Pelelu Tepu is de situatie volgens Currie nog ingewikkelder. Daar zijn volgens de minister geen leerkrachtenwoningen beschikbaar. Dat betekent dat het ministerie op dit moment geen leerkrachten naar het gebied kan sturen zolang er geen passende oplossing voor hun verblijf is gevonden. De huisvestingskwestie krijgt daardoor extra urgentie.
Huisvesting onderdeel van bredere problemen in binnenland
De problemen rond huisvesting staan niet op zichzelf. Wie meer achtergrond wil over eerder gemelde knelpunten van onderwijsgevenden in het binnenland kan de eerdere berichtgeving van Key News raadplegen. De huisvesting van onderwijsgevenden blijft een belangrijk onderdeel van de omstandigheden waaronder onderwijs op afgelegen standplaatsen moet worden georganiseerd.
Voor officiële informatie over de organisatie van onderwijs in het binnenland kan ook de informatiepagina van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur worden geraadpleegd. Voor de huidige kwestie is vooral van belang hoe snel de inventarisatie van slechte dienstwoningen kan worden omgezet in renovaties, nieuwbouw of betrouwbare huurovereenkomsten.
Betalingsachterstanden bemoeilijken tijdelijke oplossing
De opmerking van Currie over te late betalingen laat zien dat renovatie alleen niet voldoende is om het probleem op korte termijn op te lossen. Wanneer het ministerie tijdelijke woonruimte wil huren, moeten afspraken met verhuurders ook financieel uitvoerbaar en betrouwbaar zijn. Zonder tijdige betaling kan een alternatief dat op papier beschikbaar is in de praktijk alsnog wegvallen.
De minister gaf tijdens zijn beantwoording geen concrete termijn waarbinnen alle genoemde woningen gerenoveerd moeten zijn. Ook maakte hij niet bekend hoeveel geld daarvoor beschikbaar is. De aangekondigde gesprekken met dorpsbesturen moeten meer duidelijkheid geven over mogelijke oplossingen voor gebieden waar het ministerie zelf onvoldoende geschikte woningen heeft.
Onderwijsstart afhankelijk van praktische voorzieningen
Voor de inzet van leerkrachten in het binnenland gaat het daardoor om meer dan alleen het invullen van vacatures. Een onderwijsgevende moet de standplaats kunnen bereiken, er veilig kunnen wonen en beschikken over de basisvoorzieningen die nodig zijn om gedurende langere tijd in het gebied te verblijven. Slechte dienstwoningen kunnen die hele keten blokkeren.
De komende gesprekken met de dorpsbesturen worden daarom belangrijk voor de vraag welke leerkrachten daadwerkelijk naar hun standplaatsen kunnen worden gestuurd. Voor gemeenschappen waar woningen ontbreken of dringend moeten worden hersteld, zal vooral duidelijk moeten worden welke maatregelen uitvoerbaar zijn en hoe de financiering daarvan wordt geregeld.






