Het Surinaamse onderwijs kampt richting het nieuwe schooljaar met een tekort van minstens 214 leerkrachten in verschillende onderwijsniveaus. Minister Dirk Currie wil afgestudeerden direct een baan aanbieden en ook gepensioneerden en digitaal onderwijs inzetten om de grootste gaten op te vangen.
Het leerkrachtentekort in Suriname blijft een belangrijk knelpunt voor het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Minister Dirk Currie deelde vrijdag in De Nationale Assemblee mee dat in het basisonderwijs 54 leerkrachten ontbreken in de onderbouw en 45 in de bovenbouw. Bij het speciaal onderwijs is er volgens hem een tekort van 31 leerkrachten.
Bij de verschillende scholen binnen het algemeen vormend onderwijs, AVO, ontbreken volgens de minister nog eens 84 leerkrachten. Daarmee komt het tekort in de door Currie genoemde categorieën op minstens 214 onderwijsgevenden. Voor de middelbare scholen is volgens de bewindsman vooralsnog geen algemeen tekort vastgesteld.
De problemen zijn binnen AVO niet gelijk verdeeld over alle vakken. Vooral voor wiskunde, Spaans, scheikunde, natuurkunde en aardrijkskunde zijn leerkrachten moeilijk te vinden. Het ministerie bekijkt daarom onder meer hoe digitaal onderwijs kan worden ingezet om lessen toch door te laten gaan wanneer op een school geen bevoegde vakleerkracht beschikbaar is.
Leerkrachtentekort Suriname moet sneller worden opgevangen
Currie wil bij de werving niet langer uitsluitend wachten totdat afgestudeerden zelf solliciteren. Het ministerie kijkt naar de uitstroom van de pedagogische instituten en het Instituut voor de Opleiding van Leraren, IOL. Afgestudeerden die geschikt zijn voor openstaande functies moeten volgens hem actief worden benaderd. “We gaan al die mensen een baan aanbieden. We gaan niet wachten totdat ze solliciteren, we gaan ze meteen een baan aanbieden”, zei de minister.
Ook gepensioneerde leerkrachten die bereid zijn opnieuw voor de klas te staan, blijven onderdeel van de aanpak. Het ministerie heeft eerder al gebruikgemaakt van deze groep om acute tekorten op scholen te verminderen. Daarmee probeert Onderwijs ervaren krachten beschikbaar te houden voor plaatsen waar nieuwe leerkrachten niet snel genoeg kunnen worden gevonden.
“We gaan niet wachten totdat ze solliciteren, we gaan ze meteen een baan aanbieden.”
Uitstroom van leerkrachten blijft een risico
Het tekort ontstaat niet alleen doordat er onvoldoende nieuwe leerkrachten beschikbaar zijn. Jaarlijks verlaten onderwijsgevenden de sector om bij andere ministeries, in het bedrijfsleven of in het buitenland te gaan werken. Daarnaast bereikt ieder jaar een groep de pensioengerechtigde leeftijd. Currie zei vrijdag geen concrete aanwijzingen te hebben dat er momenteel opnieuw een grote groep leerkrachten het land verlaat, maar het ministerie blijft volgens hem naar de personeelsbehoefte kijken.
Het behoud van personeel blijft daardoor minstens zo belangrijk als het aantrekken van nieuwe krachten. Eerder wees Currie erop dat het lerarentekort structurele gevolgen heeft voor scholen en leerlingen. Key News berichtte eerder dat scholen soms tijdelijke oplossingen moeten zoeken om lessen door te laten gaan en achterstanden te beperken. Meer hierover is te lezen in het artikel Lerarentekort blijft grote zorg voor onderwijssector.
Omscholing en mutaties moeten vacatures verkleinen
Een andere maatregel is het anders inzetten van personeel dat al binnen het onderwijs werkt. Leerkrachten van LBO scholen met relatief weinig leerlingen kunnen worden omgeschoold om vacatures binnen AVO op te vullen. Daarmee wil het ministerie voorkomen dat bevoegd en inzetbaar personeel op de ene plek onvoldoende lesuren heeft, terwijl elders lessen uitvallen vanwege een tekort.
Ook wordt gekeken naar leerkrachten met een MO A of MO B diploma die momenteel lesgeven op lagere scholen. Volgens Currie zullen deze onderwijsgevenden waar mogelijk worden gemuteerd naar scholen en niveaus waar hun bevoegdheid beter aansluit bij de behoefte. Zo moet bestaand personeel gerichter worden verdeeld over het onderwijsstelsel.
Voorbereiding nieuw schooljaar vraagt bredere aanpak
De personeelsproblemen spelen terwijl het ministerie zich voorbereidt op het schooljaar 2026/2027. Daarbij moet niet alleen voldoende personeel beschikbaar zijn, maar moeten scholen ook weten hoeveel leerlingen zij kunnen verwachten en welke vakken het meest kwetsbaar zijn. De actuele tekorten maken een vroege personeelsplanning daarom noodzakelijk.
Het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur heeft de afgelopen periode aangegeven dat het versterken van het lerarenbestand een van de voorwaarden is om onderwijsachterstanden terug te dringen. Op de officiële website van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur staat meer informatie over de organisatie en het onderwijsbeleid.
Invulling van vacatures wordt beslissend
Voor scholen zal uiteindelijk vooral van belang zijn of de aangekondigde maatregelen vóór de start van het nieuwe schooljaar voldoende leerkrachten opleveren op de plaatsen waar de nood het hoogst is. De komende personeelsverdeling zal duidelijk moeten maken hoeveel van de minstens 214 openstaande plaatsen daadwerkelijk kunnen worden ingevuld en waar digitaal onderwijs of tijdelijke inzet nodig blijft.








