De regering heeft nog geen besluit genomen over de toekomst van de brandstofcap, terwijl de maatregel de staat maandelijks ongeveer SRD 350 miljoen kost en tegelijk een belangrijke rol speelt in de onderhandelingen over hogere lonen voor ambtenaren.
De brandstofcap blijft voorlopig een van de lastigste financiële dossiers voor de regering. Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning maakte vrijdag 21 augustus duidelijk dat nog wordt onderzocht wanneer en op welke manier de maatregel kan worden afgebouwd. Tegelijk onderhandelt de regering met de vakbeweging over een structurele loonsverhoging voor ambtenaren en daaraan gelijkgestelden.
Volgens Wijnerman loopt de rekening voor de staat inmiddels fors op. Door de brandstofcap ontvangt de overheid niet de volledige belasting op brandstof. Het verschil tussen de vastgestelde maximumprijs en de werkelijke kosten wordt door de overheid gecompenseerd aan de oliemaatschappijen. De minister stelt dat de staat hierdoor ongeveer SRD 350 miljoen per maand aan inkomsten misloopt.
Tot en met juli zou het totale bedrag zijn opgelopen tot ongeveer SRD 1,4 miljard. De regeling werd in maart ingevoerd, nadat internationale spanningen en hogere olieprijzen de pompprijzen onder druk zetten. De overheid koos toen voor een maximumprijs om te voorkomen dat de volledige stijging direct bij consumenten terechtkwam. Daarmee werd de maatregel nadrukkelijk ingezet als bescherming van de koopkracht.
Geen datum voor afbouw brandstofcap
Wanneer de brandstofcap wordt losgelaten, is nog niet vastgesteld. Volgens Wijnerman worden verschillende mogelijkheden bestudeerd. Een van de opties is een gefaseerde afbouw, waardoor de prijs niet in één keer volledig marktconform wordt. Over de verdere aanpak wordt ook overlegd met president Jennifer Simons. De minister gaf aan dat de regering eerst de financiële en maatschappelijke gevolgen van verschillende scenario’s wil beoordelen.
Bij de invoering in maart werd al duidelijk dat het om een tijdelijke ingreep ging. Key News berichtte eerder over de invoering van de prijsbegrenzing, waarbij maximumprijzen werden vastgesteld om sterke schommelingen aan de pomp op te vangen. Later waarschuwden verschillende partijen dat een langdurige algemene prijssteun zwaar kan drukken op de overheidsfinanciën.
Brandstofcap speelt mee in loononderhandelingen
De discussie over de brandstofcap kan volgens Financiën niet los worden gezien van de loononderhandelingen. Een hogere loonuitkering kan voor werknemers snel aan betekenis verliezen als tegelijkertijd de prijzen van benzine en diesel stijgen. Brandstofkosten werken bovendien door in transport, productie en uiteindelijk mogelijk ook in de prijzen van goederen en diensten. Daardoor kijkt de regering naar het totale effect op de koopkracht.
Wijnerman verwoordde dat tijdens de persconferentie als volgt: “Als de overheid loslaat en loonsverhoging geeft, betekent de verhoging niets.” Daarmee onderstreept zij dat de regering niet alleen kijkt naar het bruto percentage van een loonaanpassing. De vraag is vooral hoeveel werknemers uiteindelijk werkelijk overhouden wanneer tegelijkertijd andere kosten in de economie stijgen.
Een hoger loon kan snel worden uitgehold als tegelijkertijd de brandstofprijzen stijgen.
Verschil tussen 10 en 25 procent blijft groot
De regering heeft in de onderhandelingen met de vakbeweging een eerste voorstel van 10 procent structurele loonaanpassing gedaan. Ravaksur vraagt 25 procent. Daarmee ligt er nog een aanzienlijk verschil tussen beide posities. De gesprekken zijn nog gaande en voor maandag staat opnieuw een bijeenkomst gepland, waarbij presentaties en financiële berekeningen verder moeten worden besproken.
Ravaksur heeft eerder aangegeven dat de loonaanpassing niet geïsoleerd moet worden bekeken. Ook de belastingvrije grens en de toekomst van de brandstofcap spelen volgens de vakcentrale mee bij de beoordeling van het totale koopkrachtpakket. De vakbeweging houdt vast aan een loonaanpassing van 25 procent en wil dat de verschillende maatregelen in samenhang worden beoordeeld.
Financiën kan kosten loonvoorstellen nog niet noemen
Hoeveel een loonsverhoging van 10 of 25 procent de staat precies zal kosten, kon Wijnerman vrijdag nog niet aangeven. Dat bedrag hangt onder meer af van de groep werknemers waarop de aanpassing van toepassing wordt, de wijze waarop de verhoging doorwerkt in andere vergoedingen en de uiteindelijke afspraken tussen regering en vakbeweging. Voor Financiën is vooral van belang dat structurele uitgaven ook structureel betaalbaar blijven.
De financiële ruimte is een belangrijk aandachtspunt. Wijnerman heeft eerder benadrukt dat begrotingsdiscipline noodzakelijk is om de macro-economische stabiliteit te bewaken. Het ministerie meldde in juli al dat verschillende scenario’s voor verdere afbouw van brandstofsubsidies worden onderzocht, waarbij volgens de overheid ook aandacht moet blijven bestaan voor de bescherming van kwetsbare huishoudens.
Brandstofprijzen blijven volgens minister onzeker
Volgens de minister zijn de vooruitzichten momenteel niet zodanig dat ervan kan worden uitgegaan dat de brandstofprijzen op korte termijn lager zullen uitvallen dan het huidige niveau. Dat maakt een besluit over de brandstofcap politiek en financieel gevoelig. Een verlaging van internationale olieprijzen zou de druk kunnen verminderen, maar de regering kan daar volgens de huidige inschatting niet op vooruitlopen.
Wordt de regeling gehandhaafd, dan blijft de overheid maandelijks een groot bedrag aan inkomsten mislopen. Wordt de brandstofcap afgebouwd, dan kunnen consumenten aan de pomp met hogere prijzen worden geconfronteerd. De regering moet daardoor kiezen tussen het langer beschermen van de pompprijs en het beperken van de druk op de staatsfinanciën. Beide keuzes kunnen merkbare gevolgen hebben voor huishoudens en bedrijven.
Koopkracht staat centraal in politieke afweging
Voor werknemers is niet alleen de hoogte van een eventuele loonsverhoging belangrijk. Ook de belastingdruk, vervoerskosten en prijzen van dagelijkse goederen bepalen wat een salarisverhoging uiteindelijk waard is. Een stijging van brandstofprijzen kan via busvervoer, taxi’s, goederenvervoer en productiekosten breder doorwerken. Daardoor kan een deel van de beoogde koopkrachtverbetering binnen korte tijd weer verdwijnen.
Voor de overheid speelt tegelijk de vraag hoe lang een algemene prijsmaatregel financieel kan worden volgehouden. Het bedrag van SRD 350 miljoen per maand betekent volgens de cijfers van Financiën dat de kosten snel oplopen wanneer de brandstofcap nog meerdere maanden in stand blijft. Dat geld kan niet tegelijkertijd worden ingezet voor andere uitgaven, terwijl de staat ook ruimte moet vinden voor loonmaatregelen en sociale programma’s.
Maandag opnieuw overleg over lonen
Tijdens de volgende onderhandelingsronde moet meer duidelijkheid ontstaan over de financiële onderbouwing van de loonvoorstellen. De regering en Ravaksur zullen dan verder moeten bepalen in hoeverre een loonaanpassing gecombineerd kan worden met andere maatregelen die de koopkracht beschermen. Wijnerman heeft vooralsnog geen bedrag genoemd dat de staat maximaal beschikbaar kan stellen.
Een definitief besluit over de brandstofcap is evenmin aangekondigd. De komende gesprekken zullen daarom niet alleen draaien om het percentage waarmee de lonen mogelijk stijgen, maar ook om de vraag welke lasten werknemers daarna moeten dragen. De uitkomst van beide dossiers zal uiteindelijk bepalen hoeveel ruimte burgers daadwerkelijk in hun portemonnee terugzien en hoeveel extra druk de staatsbegroting kan verdragen.









