De openbare vergadering van De Nationale Assemblée (DNA) van maandag 22 juni 2026 is volgens parlementsvoorzitter Ashwien Adhin rechtsgeldig geopend en voortgezet. Dat stelt hij in een verklaring naar aanleiding van de discussie over de presentielijst en de vraag of de vergadering opnieuw had moeten worden gestart.
Volgens Adhin is gehandeld overeenkomstig artikel 31 van het Reglement van Orde van DNA. Dat artikel bepaalt dat de griffier de presentielijst aan de voorzitter overhandigt zodra ten minste 26 leden hebben getekend. Daarna opent de voorzitter de vergadering onmiddellijk. Volgens de DNA-voorzitter was aan deze voorwaarde voldaan op het moment dat de vergadering werd geopend.
Adhin benadrukt dat de presentielijst vooral een administratief instrument is om het quorum vast te stellen en als basis dient voor het officieel verslag. Volgens hem is de lijst geen voorwaarde die bepaalt of individuele leden hun rechten kunnen uitoefenen of of de voorzitter bevoegd is om de vergadering te leiden.
In de verklaring wordt erkend dat ieder lid, inclusief de voorzitter, bij binnenkomst de presentielijst moet tekenen. Volgens Adhin staat die verplichting echter los van de bevoegdheid en plicht van de voorzitter om de vergadering te openen zodra het vereiste aantal van 26 leden heeft getekend.
De voorzitter stelt dat hij tijdens de vergadering alsnog zijn naam op de presentielijst heeft geplaatst. Daarmee is volgens hem ook geen sprake van een administratieve onvolledigheid. Hij wijst erop dat het Reglement van Orde uitdrukkelijk bepaalt dat de presentielijst bij de griffier blijft liggen, zodat later binnenkomende leden die alsnog kunnen tekenen.
Tijdens de vergadering werd door enkele leden voorgesteld om de bijeenkomst “opnieuw te starten”. Adhin stelt dat dit juridisch niet juist zou zijn. Volgens hem was de juiste kwalificatie dat de vergadering moest worden voortgezet. Een nieuwe start zou volgens hem kunnen betekenen dat eerdere handelingen, waaronder de bijdrage van de minister van Buitenlandse Zaken namens de regering in de eerste ronde, juridisch niet zouden hebben plaatsgevonden. Daarvoor bestaat volgens de DNA-voorzitter geen grondslag.
Adhin stelt dat alle handelingen die vóór de procedurele interventie zijn verricht, volledig rechtsgeldig blijven en onderdeel uitmaken van de beraadslaging. De vergadering is daarom voortgezet met behoud van alles wat tot dat moment was besproken.
Verder wijst de DNA-voorzitter erop dat het in eerdere zittingsperioden ook is voorgekomen dat de voorzitter de vergadering opende op basis van het door de leden gevormde quorum en zijn naam later op de presentielijst plaatste. Volgens hem heeft dit toen evenmin gevolgen gehad voor de voortgang of rechtmatigheid van de vergaderingen.
Adhin geeft aan dat indien leden vinden dat de rol van de voorzitter met betrekking tot de presentielijst nader moet worden uitgewerkt, dit kan worden meegenomen bij de aangekondigde herziening van het Reglement van Orde. Tot die tijd blijft volgens hem de huidige tekst van kracht, en die biedt volgens de voorzitter geen grond voor nietigverklaring van de vergadering.












