Het directoraat Veeteelt van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) heeft van 11 tot en met 13 juni 2026 een driedaagse training in pluimveeteelt verzorgd voor bewoners van Pusugrunu. Het dorp ligt aan de Saramaccarivier in het Boven-Saramaccagebied.
De training werd gegeven door Steve Brug, Ronny Kranenburg en Shaiz Soekhoe van het directoraat Veeteelt. In totaal namen zestien dorpsbewoners van de Matuariërstam deel aan de sessies. Het ging om vijftien vrouwen en één man. De deelnemers houden zich al bezig met het kweken van zogenoemde oso fowru, oftewel huiskippen, en wilden hun kennis verder uitbreiden.
Tijdens de training kwamen verschillende onderdelen van de pluimveehouderij aan bod. De deelnemers kregen uitleg over onder meer huisvesting, hygiëne, anatomie, voeding, verzorging en voortplanting van pluimvee. Er werd ook stilgestaan bij het belang van goed afgesloten kippenhokken, vooral om de dieren te beschermen tegen roofdieren die in het gebied voorkomen.
De training werd in het Surinaams verzorgd, zodat de informatie voor alle deelnemers goed te volgen was. Volgens Kranenburg was de belangstelling groot en verliep de interactie met de bewoners positief. De deelnemers stelden veel vragen, vooral over het uitbroeden van kuikens en het bevruchtingsproces van eieren. Voor meerdere deelnemers was het nieuw dat een haan nodig is om eieren te bevruchten voordat deze kunnen worden uitgebroed.
De bewoners spraken hun waardering uit voor het initiatief van LVV om kennis en praktische vaardigheden naar het binnenland te brengen. Aan het einde van de training deden zij via de trainers een oproep aan het ministerie om vaker soortgelijke activiteiten in het dorp te organiseren.
Met de woorden: “Oten unu o tyari moro koni kon fa fu unu kan kweki nanga prani”, wat betekent: wanneer komen jullie met meer landbouw- en veeteelttrainingen naar ons toe, maakten de bewoners duidelijk dat er behoefte is aan verdere scholing.
LVV geeft aan zich te blijven inzetten voor duurzame ontwikkeling van landbouw en veeteelt, zowel in de kustvlakte als in het binnenland. Daarbij staan kennisoverdracht en versterking van lokale productie centraal.











