De benoeming van bisschop Steve Meye tot niet-residerend ambassadeur van Suriname voor Israël heeft tijdens de begrotingsbehandeling in De Nationale Assemblee geleid tot stevige vragen aan de regering. Parlementariërs van onder meer de NPS, PL en NDP wilden weten hoe deze benoeming zich verhoudt tot Surinames erkenning van Palestina en de aanhoudende zorgen over de humanitaire situatie in Gaza.
NPS-fractieleider Jerrel Pawiroredjo noemde de benoeming opmerkelijk, omdat Suriname volgens hem een vreedzame multiculturele samenleving is waar verschillende etnische en religieuze groepen al eeuwen naast elkaar leven. Hij stelde dat de handelwijze van Israël tegenover de Palestijnen volgens hem niet strookt met de normen en waarden van Suriname.
Pawiroredjo verwees daarbij naar mensenrechtenkwesties en internationale kritiek op Israël. Ook wees hij erop dat Suriname Palestina in 2011 heeft erkend als onafhankelijke staat. Volgens de NPS-fractieleider roept de benoeming daarom vragen op over de richting van het Surinaamse buitenlands beleid.
Ook PL-fractieleider Bronto Somohardjo vroeg om duidelijkheid. Hij benadrukte dat de erkenning van Palestina destijds een principiële keuze was, gebaseerd op het recht van volkeren op zelfbeschikking, waardigheid en vrijheid. Somohardjo wilde van minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Internationale Samenwerking weten of de benoeming van een ambassadeur voor Israël geen afzwakking betekent van Surinames positie ten aanzien van Palestina.
“Hoe zorgt deze regering ervoor dat het kiezen voor een ambassadeur voor Israël niet onze principiële positie afzwakt ten opzichte van Palestina?”, vroeg Somohardjo. Hij vroeg de regering ook te bevestigen dat Suriname blijft staan achter het recht van het Palestijnse volk op een eigen staat en achter het internationaal recht.
NDP-parlementariër Ann Sadi stelde eveneens vragen over het moment waarop de benoeming is doorgevoerd. Volgens haar leeft de kwestie breed binnen de samenleving, mede door de aanhoudende spanningen in het Midden-Oosten en de internationale bezorgdheid over Gaza.
NDP-parlementariër Ebu Jones nam een genuanceerder standpunt in. Hij wees erop dat meerdere CARICOM-landen diplomatieke betrekkingen onderhouden met Israël, terwijl zij tegelijkertijd VN-resoluties ondersteunen die oproepen tot een staakt-het-vuren en het recht van Palestina op een eigen staat onderschrijven. Volgens Jones hoeft de benoeming van een niet-residerend ambassadeur daarom niet automatisch strijdig te zijn met Surinames positie.
Jones stelde dat Suriname juist via diplomatieke relaties zijn standpunten over mensenrechten en de internationale rechtsorde kenbaar kan maken. Wel waarschuwde hij dat Suriname geen stappen moet zetten die zouden kunnen worden uitgelegd als steun voor omstreden Israëlische standpunten, zoals het erkennen van Jeruzalem als hoofdstad of het vestigen van een ambassade daar.
Minister Bouva benadrukte in zijn reactie dat de benoeming van Meye geen koerswijziging betekent. Volgens hem onderhoudt Suriname al jarenlang diplomatieke betrekkingen met Israël en bestaan er lopende samenwerkingsprojecten op onder meer het gebied van landbouw, gezondheidszorg en onderwijs.
“Er is een bestaande diplomatieke relatie met Israël en daarin is niets veranderd”, stelde Bouva. Hij benadrukte dat ook Surinames erkenning van Palestina overeind blijft. Volgens de minister is het standpunt van Suriname sinds 2011 ongewijzigd en blijft de regering dat beleid handhaven.
Bouva maakte verder duidelijk dat de regering op dit moment niet van plan is de diplomatieke banden met Israël te verbreken. Als parlementariërs van mening zijn dat Suriname die stap wel moet zetten, dan kan dat volgens hem via het parlement aan de orde worden gesteld. Voor nu blijft het volgens de minister gaan om een niet-residerend ambassadeurschap, waarmee Suriname internationale relaties kan onderhouden zonder een permanente diplomatieke post te openen.
Met zijn verklaring probeerde Bouva de zorgen in het parlement weg te nemen. De regering houdt volgens hem vast aan bestaande diplomatieke betrekkingen met Israël, zonder afstand te nemen van Surinames erkenning van Palestina en het recht van het Palestijnse volk op een eigen staat.











