Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur vindt niet dat het ministerie een inschattingsfout heeft gemaakt door het schooljaar op 1 oktober te laten beginnen, ondanks zorgen over het tekort aan leerkrachten. Volgens hem is bewust voor de schoolstart gekozen nadat het probleem uitvoerig met de onderwijsbonden was besproken.
De minister reageerde daarmee op de vraag of het verantwoord was leerlingen naar school te sturen terwijl sommige scholen mogelijk onvoldoende leerkrachten hebben om toezicht te houden. Vanuit de bonden is onder meer gewaarschuwd dat bij incidenten of vechtpartijen onvoldoende personeel beschikbaar kan zijn om in te grijpen.
Currie zegt dat dit punt tijdens het overleg met de bonden aan de orde is geweest.
“Wanneer we praten over verstandig zijn, zijn niet alleen de bonden verstandig. Ook het ministerie is verstandig en we hebben een verstandige keuze gemaakt door de leerlingen op te roepen om op 1 oktober naar school te gaan”, zei de minister.
Volgens Currie gingen het ministerie en de bonden na het overleg uit elkaar met de duidelijke conclusie dat het schooljaar op 1 oktober zou beginnen. Daarom had hij niet verwacht dat een deel van de bonden ouders vervolgens zou oproepen hun kinderen thuis te houden.
‘Iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheid’
De minister benadrukt dat de verschillende partijen binnen het onderwijs hun eigen verantwoordelijkheid hebben. Vakbonden moeten volgens hem opkomen voor de belangen en arbeidsvoorwaarden van leerkrachten, terwijl de regering daarnaast rekening moet houden met het gehele overheidsapparaat en de financiële mogelijkheden van de Staat.
Currie wees erop dat de regering de afgelopen periode meerdere langdurige gesprekken met de bonden heeft gevoerd over arbeidsvoorwaarden en andere knelpunten.
Volgens hem werd vorige week donderdag en vrijdag overleg gevoerd en zaten de regering en bonden ook maandag van ongeveer 11.00 uur tot 17.30 uur bij elkaar, waarbij ook president Jennifer Geerlings-Simons aanwezig was.
“We kunnen niet zeggen dat we geen tijd hebben besteed of aandacht hebben gegeven aan de wensen”, aldus Currie.
Tegelijkertijd moet de regering volgens hem bij eventuele financiële verbeteringen voor leerkrachten rekening houden met de gevolgen voor andere groepen binnen het overheidsapparaat. De overheid heeft volgens de minister ongeveer 50.000 mensen in dienst.
De minister van Financiën is daarom volgens Currie bij dergelijke gesprekken betrokken om ervoor te zorgen dat eventuele maatregelen passen binnen de financiële mogelijkheden van de overheid.
Nog geen volledig beeld eerste schooldag
Currie kon donderdag nog niet aangeven hoeveel scholen daadwerkelijk met leerlingen zijn gestart. Hij heeft schooldirecties opgedragen hierover te rapporteren.
Naar verwachting moet aan het einde van donderdag of vrijdag een duidelijker beeld ontstaan van de aanwezigheid van zowel leerlingen als leerkrachten op de eerste schooldag.
Op verschillende scholen waren donderdag wel leerkrachten aanwezig, maar bleven veel leerlingen thuis. Currie schrijft dit mede toe aan de oproep van een deel van de vakbonden.
Hij benadrukte daarbij dat niet alle onderwijsbonden de oproep aan ouders hebben ondersteund. Dat heeft volgens hem voor extra verwarring gezorgd, omdat leerkrachten binnen één school soms bij verschillende bonden zijn aangesloten.
Oproep aan ouders: stuur kinderen naar school
Currie roept ouders nadrukkelijk op hun kinderen vrijdag wel naar school te sturen.
Volgens de minister draait het uiteindelijk om de toekomst van de jongeren en kan iedere gemiste onderwijsdag gevolgen hebben voor hun ontwikkeling.
“We zitten nog met de uitdagingen, maar we doen er alles aan om zoveel mogelijk leerkrachten voor de klas te hebben”, zei Currie.
Het ministerie wil eerst de rapportages van alle schooldirecties afwachten om vast te stellen hoe groot het daadwerkelijke lerarentekort is en op welke scholen aanvullende maatregelen nodig zijn.








