De mogelijke overgang van douaniers naar een nieuwe rechtspositie zorgt voor onrust binnen het Korps Douane. Minister Adelien Wijnerman verwijst medewerkers met bezwaren over het verlies van hun ambtenarenstatus naar De Nationale Assemblee, waar de wetswijzigingen worden behandeld.
De ambtenarenstatus van douaniers staat centraal in de discussie over de verdere hervorming van de Belastingdienst Suriname. Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning zegt dat douaniers die bezwaar hebben tegen de voorgestelde wijziging van hun rechtspositie hun grieven bij De Nationale Assemblee kunnen indienen.
Volgens het voorstel zouden medewerkers van de Douane niet langer onder de Personeelswet van de overheid vallen. In plaats daarvan zouden zij onder het Burgerlijk Wetboek komen te vallen en als werknemers van de nieuwe belastingautoriteit worden aangemerkt. Daarmee zou voor betrokken medewerkers een einde komen aan hun huidige positie als ambtenaar.
De kwestie speelt terwijl het parlement werkt aan een breder pakket van fiscale wetgeving. De Wet Belastingdienst Suriname werd in december 2024 al aangenomen. DNA behandelt nu verdere wijzigingen en harmonisatie die verband houden met de inrichting van de belastingautoriteit en andere fiscale wetten. De Commissie van Rapporteurs heeft betrokkenen de gelegenheid gegeven hun standpunt kenbaar te maken.
Ambtenarenstatus van douaniers onderwerp van bezwaar
De douaniers en hun vakorganisatie vrezen dat de nieuwe constructie gevolgen kan hebben voor hun rechtsbescherming, arbeidsvoorwaarden en positie binnen de overheid. De ambtenarenstatus van douaniers is daardoor uitgegroeid tot een belangrijk discussiepunt. De Commissie van Rapporteurs heeft de Douanebond en individuele douaniers opgeroepen om hun zienswijze vóór 18 augustus in te dienen.
Wijnerman zegt dat zij op de hoogte is van die oproep. Volgens haar is de overgang naar een meer zelfstandige belastingorganisatie geen nieuw beleidsvoornemen. Het traject om de Belastingdienst anders in te richten loopt al geruime tijd en maakt deel uit van een bredere hervorming van de fiscale dienstverlening.
Douaniers kunnen hun bezwaren tot 18 augustus bij het parlement kenbaar maken.
Geen rechtstreeks overleg tussen Wijnerman en Douanebond
Op de vraag of zij zelf overleg heeft gevoerd met de Douanebond over de mogelijke wijziging van de rechtspositie, antwoordt Wijnerman dat dit niet het geval is. Zij zegt dat binnen de douanedienst wel gesprekken zijn gevoerd, maar dat zij als minister niet rechtstreeks met de bond over dit specifieke onderwerp heeft gesproken.
Volgens de bewindsvrouw vonden de gesprekken plaats onder leiding van de douanedienst. De voorgenomen veranderingen zouden daar met betrokken medewerkers zijn besproken. Nu er bezwaren bestaan over onder meer de ambtenarenstatus van douaniers, vindt Wijnerman dat het parlement de aangewezen plaats is om die formeel naar voren te brengen.
DNA behandelt bredere fiscale hervormingen
De discussie over de positie van de douaniers staat niet los van andere veranderingen binnen het fiscale stelsel. DNA heeft meerdere ontwerpwetten en wijzigingen in behandeling die betrekking hebben op belastingen, invordering en de organisatie van de Belastingdienst. Op de agenda van De Nationale Assemblee wordt de Wet Belastingdienst Suriname genoemd als onderdeel van het pakket dat door de Commissie van Rapporteurs wordt behandeld.
Ook de Staatsraad heeft zich eerder in 2026 gebogen over fiscale hervormingen en nieuwe douanewetgeving. Key News berichtte eerder dat onder meer wijzigingen van de Wet Belastingdienst Suriname en de Algemene Douanewet 2026 op de wetgevingsagenda stonden. Meer daarover is te lezen in het Key News artikel over fiscale hervormingen en douanewetgeving.
Rechtspositie blijft belangrijk discussiepunt
Voor de douaniers draait de discussie niet alleen om de organisatiestructuur van de toekomstige belastingautoriteit. De kernvraag is welke rechten, zekerheden en arbeidsvoorwaarden zij behouden wanneer zij niet langer onder de Personeelswet vallen. Daarmee raakt de discussie over de ambtenarenstatus van douaniers rechtstreeks aan hun arbeidsrechtelijke positie.
Een overgang naar het Burgerlijk Wetboek kan betekenen dat de arbeidsrelatie juridisch anders wordt ingericht dan bij een traditionele ambtelijke aanstelling. Juist daarom willen tegenstanders van de wijziging dat duidelijk wordt gemaakt welke gevolgen de nieuwe constructie heeft voor bestaande rechten, voorzieningen en arbeidsvoorwaarden.
Douanebond wil invloed personeel op verandering
De Douanebond heeft eerder aangegeven dat een verandering van de rechtspositie niet zonder duidelijke uitleg en overleg met het personeel moet plaatsvinden. De bond wil dat medewerkers zelf invloed hebben op een besluit dat hun dienstverband rechtstreeks raakt. De komende schriftelijke inbreng bij DNA moet duidelijk maken welke bezwaren en voorwaarden vanuit het korps naar voren worden gebracht.
De kwestie is ook belangrijk vanwege de bijzondere taken van de Douane. Douaniers zijn niet alleen betrokken bij de inning van invoerrechten en andere fiscale werkzaamheden, maar vervullen ook controle- en handhavingstaken aan de grenzen en bij goederenstromen. Veranderingen in hun rechtspositie kunnen daardoor verder reiken dan alleen de interne organisatie van de Belastingdienst.
18 augustus cruciaal voor ambtenarenstatus van douaniers
Wijnerman houdt vooralsnog vast aan het standpunt dat de formele behandeling bij DNA ligt. “Het ligt al bij het parlement, dus ik denk dat ze hun grieven en hun mening bij het parlement moeten deponeren”, aldus de minister in gesprek met Sun Web TV.
Met de uiterste datum van 18 augustus in zicht verschuift de aandacht nu naar de reactie van de Douanebond en individuele medewerkers. Hun inbreng kan een rol spelen bij de verdere parlementaire behandeling, vooral wanneer DNA zich buigt over de personele gevolgen van de nieuwe structuur.
Daarmee blijft de ambtenarenstatus van douaniers een belangrijk onderdeel van het debat over de toekomst van de belastingorganisatie in Suriname. De behandeling in DNA zal duidelijk moeten maken in hoeverre de bezwaren van het personeel worden meegenomen voordat definitieve besluiten over hun rechtspositie worden genomen.








