Het nieuwste Suriname EITI-rapport over 2023 en 2024 schetst een sector die miljarden aan staatsinkomsten oplevert, maar waar transparantie en controle achterblijven. De Rekenkamer kon EITI-templates niet certificeren, licentiegegevens zijn versnipperd en betalingen verlopen geregeld via ondoorzichtige verrekeningen.
Suriname heeft in 2023 en 2024 volgens het EITI-reconciliatieproces circa SRD 12,6 miljard respectievelijk SRD 13,3 miljard aan ontvangsten uit de extractieve sector gerapporteerd (bedragen in de EITI-tabellen: SRD x 1.000).
De cijfers komen uit het Suriname EITI-rapport (Extractive Industries Transparency Initiative), waarin betalingen van bedrijven worden vergeleken met ontvangsten die overheidsinstanties registreren, om verschillen te verklaren en governance te verbeteren.
Die vergelijking laat echter ook zien dat de reconciliatie nog niet op een stevig fundament staat. Voor bedrijven die wél rapporteerden, lijkt in 2023 sprake van netto onderrapportage door de overheid (SRD 129.278 x 1.000), terwijl in 2024 juist een netto overrapportage wordt gerapporteerd (SRD 377.108 x 1.000, circa 3,1% in die vergelijking).
Een belangrijk deel van het verschil hangt samen met bedrijven die geen EITI-templates indienden, terwijl er wél overheidsontvangsten op naam van die partijen staan. In 2023 gaat het om SRD 1.626.276 (x 1.000) aan non-reporting ontvangsten; in 2024 om SRD 1.386.671 (x 1.000). Het rapport noemt onder meer Licensed GE, Century Mining, Surmetex, Suriname Natural Stone Company, M&M Mining en PETRONAS Suriname E&P als non-reporters in beide jaren.
Licenties en basisdata niet op orde
In de key findings is het rapport kritisch over de beschikbaarheid van basisinformatie. Zo stelt het dat er geen publiek mining cadaster bestaat en dat licentie-informatie niet eenvoudig beschikbaar was. Ook wordt beschreven dat het ministerie van Financiën (MOFP) geen lijst had van extractieve bedrijven met licenties en daarom bij de scopebepaling vooral grote bedrijven en anderen meenam. Volgens het rapport voldoet dat niet aan de eis om ontvangsten uit de hele sector te dekken.
Bovendien zou de belastinginformatie die voor de scope werd gebruikt onvolledig zijn geweest (zoals ontbrekende gegevens over import duties) en niet goed uitgesplitst per bedrijf.
Rekenkamer kon EITI-templates niet certificeren
Een zwaarwegend punt is ministerie van Financiënde rol van de Rekenkamer/SAI. De SAI zegt dat MOFP de datatemplates voor de EITI-reconciliatie over 2023/24 niet heeft aangeleverd, waardoor de SAI de vereiste rapportage/certificering niet kon afgeven. In het rapport wordt ook uitgelegd dat de beoogde laatste stap van het assurance-proces (sign-off door SAI) daardoor feitelijk niet is behaald.
Los daarvan meldt de SAI dat de laatst ondertekende gecontroleerde staatsrekening die beschikbaar is 2021 betreft en dat er op die rekening een disclaimer opinion is afgegeven vanwege ontbrekende informatie en verklaringen.
Gemiste btw en veel rekeningen: zwakke interne controle
Het rapport noemt een concreet voorbeeld van datakwaliteit: in de eerste MOFP-templates ontbrak btw van Staatsolie (SRD 276.534 x 1.000 in 2023 en SRD 522.750 x 1.000 in 2024), die pas tijdens de reconciliatie werd ontdekt en gecorrigeerd.
Verder wordt gewezen op een versnipperde inning- en administratiestructuur met meerdere bankrekeningen bij verschillende onderdelen, wat controle kan verzwakken. MOFP werkt volgens het rapport aan het opzetten van een Treasury-structuur om toezicht te verbeteren.
Verrekeningen en “offsets” maken geldstromen minder transparant
Een ander terugkerend thema is dat verplichtingen in de sector niet altijd via directe cashbetalingen lopen, maar via verrekeningen. Het rapport noemt voorbeelden zoals verrekening rond EBS en betalingen die via andere routes worden voldaan, wat extra inspanning vraagt om correct te boeken en te controleren.
In de aanbevelingen wordt de Multi-Stakeholder Group (MSG) opgeroepen om alle offset-arrangementen te identificeren, overeenkomsten op te vragen, per periode te controleren en de details openbaar te maken.
Grassalco en staatsdeelnemingen: grote achterstand
Het rapport stelt dat de audit-omgeving bij Staatsolie actueel en bevredigend is, maar noemt die bij Grassalco zwak omdat de laatste gecontroleerde jaarrekening van Grassalco uit 2017 dateert. In de aanbevelingen wordt bovendien aangegeven dat Grassalco nauwelijks de gevraagde informatie aanleverde (met uitzondering van personeel en productie) en dat Suriname een volledig en publiek overzicht van Grassalco moet waarborgen.
Aanbevelingen: register, contracten, BO en spaarfonds
Het rapport adviseert onder meer:
-
een publiek register/cadaster voor mijnbouwlicenties op te zetten, met tijdslijnen en voortgangsupdates;
-
beleid en praktijk rond contract-/licentie-openbaarmaking te documenteren en een lijst met actieve contracten/licenties en publicatielinks te publiceren;
-
beneficial ownership openbaar te maken en toe te werken naar een publiek BO-register (bijv. gekoppeld aan het handelsregister/SCCI).
Daarnaast is het rapport scherp over het Savings and Stabilisation Fund: wetswijzigingen zijn eind 2024 ondertekend, maar MOFP geeft aan dat het fonds nog niet operationeel is en dat er nog geen arrangementen zijn getroffen. Het rapport dringt aan op een spoedplan met tijdpad voor bestuur, beheer via de Centrale Bank, audit en communicatie naar bedrijven.
Qua productie meldt het rapport dat de goudproductie (CBvS-data) in 2023 uitkwam op 30.108 kg en in 2024 op 27.642 kg. Voor onshore ruwe olie rapporteert Staatsolie 6.269.598 vaten in 2023 en 6.413.255 vaten in 2024.











