De regering van Guyana ligt onder vuur vanwege de vermeende rechtstreekse toekenning van brandstofcontracten aan BB Energy. Volgens het dagblad Kaieteur News zijn de contracten voor elektriciteitsschepen zonder openbare aanbesteding verstrekt, terwijl ook vragen bestaan over de internationale zakelijke achtergrond van het bedrijf.
De regering van Guyana wordt geconfronteerd met vragen over de brandstofcontracten met BB Energy, een internationaal energiehandelsbedrijf dat in verband wordt gebracht met de levering van zware stookolie aan elektriciteitsschepen. Volgens een publicatie van Kaieteur News van vrijdag 30 oktober 2026 zijn de contracten toegekend zonder openbare aanbestedingsprocedure.
Het Guyanese medium baseert zich op bronnen binnen de overheid en de energiesector. Volgens deze bronnen is de National Procurement and Tender Administration Board (NPTAB), de nationale instantie die toezicht houdt op overheidsaanbestedingen, bij de betreffende contractverlening gepasseerd. De precieze contractwaarde en voorwaarden zijn niet openbaar gemaakt in het bericht.
De beschuldigingen hebben betrekking op de brandstofvoorziening van twee zogenoemde powerships die momenteel worden ingezet om het elektriciteitsnet van Guyana te ondersteunen. Het gaat om drijvende elektriciteitscentrales die elektriciteit produceren met behulp van brandstof en vervolgens stroom leveren aan het nationale netwerk.
Brandstofcontracten BB Energy roepen vragen op
De belangrijkste vraag is waarom de overheid volgens de berichtgeving niet heeft gekozen voor een openbare aanbesteding. Bij een dergelijke procedure kunnen verschillende bedrijven een aanbieding indienen, waarna de overheid de voorstellen kan beoordelen op prijs, kwaliteit, leveringszekerheid en andere voorwaarden.
Het ontbreken van een openbare aanbesteding betekent echter niet automatisch dat een contract onrechtmatig is. Dat hangt af van de toepasselijke Guyanese wetgeving, eventuele uitzonderingsbepalingen en de manier waarop de beslissing is genomen.
Omdat de volledige contractdocumenten niet publiek beschikbaar zijn, kan op basis van de berichtgeving niet onafhankelijk worden vastgesteld of de regering de aanbestedingsregels daadwerkelijk heeft overtreden.
Guyana afhankelijk van elektriciteitsschepen
Guyana gebruikt momenteel twee elektriciteitsschepen om tekorten in de opwekkingscapaciteit op te vangen. Een schip ligt in de Berbicerivier en beschikt over een capaciteit van 36 megawatt. Het tweede schip bevindt zich in de Demerararivier en heeft volgens eerdere officiële mededelingen een contractcapaciteit van 75 megawatt.
De schepen zijn onderdeel van overeenkomsten waarbij de overheid elektriciteitsopwekkingscapaciteit huurt. Guyana Power and Light (GPL), het staatsbedrijf dat verantwoordelijk is voor de elektriciteitsvoorziening, moet daarnaast zorgen voor de zware stookolie die nodig is om de installaties te laten draaien.
Daardoor bestaan de kosten niet alleen uit de huur en het onderhoud van de schepen, maar ook uit de aankoop en levering van brandstof. Vooral bij langdurig gebruik kunnen deze brandstofuitgaven een aanzienlijk deel van de totale kosten vormen.
Oppositie stelt vragen over financiële belangen
Oppositieleider Azruddin Mohamed heeft volgens Kaieteur News kritiek geuit op de aanhoudende afhankelijkheid van gehuurde elektriciteitscentrales. Hij vraagt zich af waarom de regering niet sneller overstapt op permanente oplossingen voor de elektriciteitsvoorziening.
Mohamed heeft daarnaast vragen gesteld over mogelijke persoonlijke financiële voordelen voor betrokken overheidsfunctionarissen bij brandstofcontracten. Voor deze verdenking wordt in de aangehaalde publicatie geen onafhankelijk vastgesteld bewijs gepresenteerd.
Het ontbreken van openbare contractinformatie roept vragen op over de besteding van overheidsgeld.
De kwestie draait daardoor niet alleen om de keuze van een brandstofleverancier, maar ook om de controleerbaarheid van overheidsuitgaven. Openbaarmaking van de aanbestedingsmethode, contractwaarde en selectiecriteria zou meer duidelijkheid kunnen geven over de besluitvorming.
Internationale achtergrond van BB Energy onderzocht
Kaieteur News besteedt ook aandacht aan eerdere controverses waarbij BB Energy en aan het bedrijf verbonden zakelijke partijen zijn genoemd. Het bedrijf wordt gecontroleerd door de familie Bassatne, die haar oorsprong heeft in Libanon.
In Libanon kwam BB Energy eerder voor in berichtgeving over de levering van brandstof aan de staatselektriciteitssector. Daarbij ontstonden juridische vragen over aanbestedingsprocedures, onderaanneming en de kwaliteit van geleverde brandstoffen.
Ook het internationale medium The National publiceerde in september 2026 over een onderzoek van Libanese autoriteiten naar de herkomst van geïmporteerde brandstof. Daarin werden scheepvaarttransacties besproken waarbij BB Energy werd genoemd, evenals mogelijke zakelijke verbindingen met ondernemingen die in verband worden gebracht met gesanctioneerde Russische oliehandel.
Het feit dat een onderneming in een onderzoek of internationale berichtgeving wordt genoemd, vormt op zichzelf geen bewijs dat zij strafbare feiten heeft gepleegd. Evenmin staat daarmee vast dat de brandstofleveringen aan Guyana onrechtmatig zijn verlopen.
Onderzoek naar Russische oliehandel
Een van de kwesties die Kaieteur News aanhaalt, betreft een brandstoftransport uit 2025 waarbij de tanker TM Hai Ha 568 betrokken zou zijn geweest. Volgens de berichtgeving van The National werd daarbij olie betrokken van een leverancier die in verband wordt gebracht met een netwerk van ondernemingen rond de internationale Russische oliehandel.
De kwestie is relevant omdat internationale sancties beperkingen kunnen opleggen aan bepaalde bedrijven, handelsconstructies en financiële transacties. Voor importeurs en overheden is het daarom van belang om zorgvuldig vast te stellen wie de uiteindelijke leveranciers en betrokken handelspartijen zijn.
Er is in de geraadpleegde berichtgeving echter geen bewijs gepresenteerd dat de brandstof die voor de Guyanese elektriciteitsschepen wordt geleverd afkomstig is uit een gesanctioneerde handelsketen.
Nieuwe elektriciteitscentrale moet afhankelijkheid verminderen
De regering van president Irfaan Ali werkt ondertussen aan het Gas to Energy Project, waarmee aardgas uit de offshore olieproductie moet worden gebruikt voor elektriciteitsopwekking aan land.
Het project moet op termijn de afhankelijkheid van ingevoerde zware stookolie verminderen. Volgens minister Deodat Indar is elektriciteitsopwekking met gas aanzienlijk goedkoper dan het gebruik van gehuurde schepen die op zware stookolie draaien.
De minister maakte in augustus bekend dat het contract voor het schip in de Berbicerivier met twee jaar is verlengd. De toekomst van het andere schip zou mede worden bepaald door de voortgang van het Gas to Energy Project.
Ondertussen is in Guyanese media ook gesproken over de mogelijke komst van een derde, aanzienlijk groter elektriciteitsschip. Volgens Kaieteur News wordt een capaciteit van ongeveer 300 megawatt overwogen. Een definitief besluit over deze uitbreiding is niet bevestigd in de geraadpleegde bronnen.
Openheid over contracten en kosten blijft belangrijk
Bij de beoordeling van de Guyanese brandstofcontracten blijven verschillende vragen onbeantwoord. Zo is niet duidelijk welke bedragen BB Energy ontvangt, voor welke periode de leveringsafspraken gelden en waarom voor de betreffende contracteringsmethode is gekozen.
Ook is van belang of de betrokken overheidsinstanties de prijzen hebben vergeleken met alternatieve leveranciers en welke garanties zijn overeengekomen voor de kwaliteit en continuïteit van de brandstofleveringen.
De publicatie van Kaieteur News maakt duidelijk dat er behoefte bestaat aan meer informatie over deze overeenkomsten. Een officiële toelichting van de Guyanese regering en de betrokken aanbestedingsautoriteit kan helpen vaststellen hoe de contractverlening is verlopen en welke wettelijke procedures daarbij zijn gevolgd.







