Wendy Jap-A-Joe kan na het verstrijken van haar benoemingstermijn als directeur van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) niet automatisch terugkeren in haar voormalige functie als onderdirecteur.
Het Hof van Justitie heeft ook dit argument van Jap-A-Joe verworpen tijdens de behandeling van haar hoger beroep. Dat blijkt uit de toelichting die persrechter Ingrid Lachitjaran vrijdag 30 oktober 2026 heeft gegeven.
Het standpunt over haar voormalige functie was een van de argumenten waarmee Jap-A-Joe haar rechtspositie bij TAS probeerde te onderbouwen. Zij stelde dat zij vóór haar benoeming tot directeur al als onderdirecteur werkzaam was en dat zij na afloop van haar vijfjarige benoeming opnieuw aanspraak kon maken op die eerdere functie.
Volgens Lachitjaran heeft het Hof deze redenering niet gevolgd. Het aanvaarden van een nieuwe functie betekent volgens de rechterlijke beoordeling dat de eerdere functie wordt beëindigd. Jap-A-Joe kan daarom niet uitsluitend op basis van haar vroegere onderdirecteurschap aanspraak maken op terugkeer naar die positie.
Benoemingstermijn bepalend voor rechtspositie
Het Hof heeft bij de beoordeling van het hoger beroep vastgesteld dat Jap-A-Joe op 20 oktober 2021 voor een periode van vijf jaar tot directeur van TAS werd benoemd. Die benoemingstermijn verstreek op 19 oktober 2026.
Volgens artikel 2, lid 2, van de Wet Telecommunicatievoorzieningen wordt de directeur voor een termijn van vijf jaar benoemd. Het Hof heeft geoordeeld dat deze wettelijke bepaling bepalend is voor de duur van het directeurschap.

Jap-A-Joe stelde dat haar directeurschap niet kon eindigen zonder een afzonderlijke ontslagresolutie van de president. Het Hof verwierp dit argument, omdat de benoeming volgens de rechterlijke beoordeling van rechtswege eindigde na het verstrijken van de wettelijke termijn.
Een eventuele ontslagresolutie zou volgens de uitleg van de persrechter slechts dienen als schriftelijke bevestiging van een beëindiging die al uit de wet voortvloeit.
Arbeidsovereenkomst biedt geen grond om aan te blijven
Een belangrijk onderdeel van het geschil betreft de arbeidsovereenkomst van 1 november 2021, die Jap-A-Joe met de toenmalige president-commissaris van TAS sloot.
De overeenkomst bevat bepalingen die volgens Jap-A-Joe bedoeld waren om de continuïteit van het bestuur te waarborgen. Op grond daarvan stelde zij dat zij haar directeurswerkzaamheden mocht voortzetten zolang geen andere directeur was benoemd.
Het Hof heeft echter geoordeeld dat deze contractuele bepalingen op gespannen voet staan met de wettelijke benoemingstermijn.
Ook de totstandkoming van de overeenkomst werd beoordeeld. Volgens de persrechter heeft het Hof erop gewezen dat de arbeidsvoorwaarden van de directeur volgens de wet door de verantwoordelijke minister moeten worden vastgesteld, nadat de Raad van Commissarissen is gehoord en goedkeuring van de Raad van Ministers is verkregen.
Volgens het Hof is niet gebleken dat deze wettelijke procedure bij de betreffende overeenkomst is gevolgd.
De kantonrechter had eerder al besloten de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voorlopig buiten werking te stellen, voor zover deze betrekking heeft op de voortzetting van het directeurschap na de wettelijke benoemingstermijn. Over de definitieve rechtsgeldigheid van de overeenkomst kan nog in een bodemprocedure worden beslist.
Raad van Commissarissen mag bestuur waarnemen
De beëindiging van het directeurschap heeft ook gevolgen voor de bestuurlijke bevoegdheden binnen TAS.
Jap-A-Joe stelde dat de Raad van Commissarissen (RvC) de leiding alleen mocht overnemen wanneer sprake was van belet of ontstentenis van de directeur. Volgens haar was daarvan geen sprake, omdat zij zich op basis van haar arbeidsovereenkomst nog steeds als directeur beschouwde.
Het Hof heeft dit standpunt verworpen.
Doordat de wettelijke benoemingstermijn op 19 oktober 2026 eindigde, was volgens het Hof wel sprake van ontstentenis. De wet voorziet in dat geval in een regeling voor de tijdelijke waarneming van het bestuur.
Omdat geen onderdirecteur was aangewezen om het bestuur over te nemen, mocht de Raad van Commissarissen volgens de rechterlijke beoordeling de bestuurlijke verantwoordelijkheden waarnemen.
Daarmee heeft het Hof bevestigd dat de RvC bevoegd is om de leiding van TAS tijdelijk uit te oefenen.
Overdracht mocht vooraf worden voorbereid
Ook de overdrachtsbrief van 16 oktober 2026, waarin de RvC Jap-A-Joe verzocht haar werkzaamheden en verantwoordelijkheden op 19 oktober over te dragen, werd door het Hof beoordeeld.
Jap-A-Joe had bezwaar gemaakt tegen het feit dat de overdracht al vóór het verstrijken van haar benoemingstermijn werd verlangd.
Volgens Lachitjaran vond het Hof het niet onredelijk of onbehoorlijk dat de RvC vooraf een brief stuurde om de overdracht bij het einde van de benoemingsperiode te regelen.
Het Hof heeft uiteindelijk alle door Jap-A-Joe aangevoerde bezwaren verworpen en het eerdere vonnis van de kantonrechter bevestigd.
Dat betekent dat zij geen handelingen meer namens TAS mag verrichten, het gebouw niet meer mag betreden en de opgelegde overdrachtsverplichtingen van kracht blijven.
Arbeidsrechtelijke kwestie nog niet definitief afgesloten
Hoewel het Hof duidelijkheid heeft gegeven over het beëindigde directeurschap, betekent de uitspraak niet dat alle mogelijke arbeidsrechtelijke geschilpunten tussen Jap-A-Joe en TAS definitief zijn afgehandeld.
De rechtsgeldigheid van de arbeidsovereenkomst en eventuele aanspraken die daaruit voortvloeien, kunnen nog in een afzonderlijke bodemprocedure worden beoordeeld.
Het gepubliceerde vonnis van de kantonrechter van 26 oktober 2026 maakt dit onderscheid tussen de beëindiging van de wettelijke benoeming en de verdere beoordeling van de arbeidsovereenkomst.
Het Hof van Justitie bevestigde vrijdag officieel dat het eerdere vonnis onder aanvulling van gronden in stand blijft. Jap-A-Joe moet daarnaast SRD 18.000 aan proceskosten in hoger beroep betalen.







