Minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid heeft gereageerd op de beschuldigingen rond de arbeidsovereenkomst van voormalig directeur Wendy Jap-A-Joe van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS). De bewindsman, die tijdens de vorige regeerperiode president-commissaris van TAS was, ontkent dat hij een overeenkomst zou hebben gefabriceerd of achteraf opgesteld.
Volgens hem is het contract in 2021 volgens de gebruikelijke procedures tot stand gekomen en waren de toenmalige regering en president op de hoogte van de gemaakte afspraken.
Monorath zegt verbaasd te zijn over de beschuldigingen die naar aanleiding van de bestuursstrijd bij TAS naar voren zijn gebracht. Hij benadrukt dat hij de overeenkomst destijds zelf heeft ondertekend, nadat de benoeming en de arbeidsvoorwaarden waren behandeld.
“Wat me opvalt, is dat men nu zegt dat ik een contract zou hebben gefabriceerd”, verklaarde de minister tegenover journalisten.
Benoeming volgens gebruikelijke procedure
Volgens Monorath werd bij de benoeming van Jap-A-Joe dezelfde procedure gevolgd als bij eerdere directeuren van TAS. De voordracht werd via de verantwoordelijke minister behandeld in de Raad van Ministers, waarna een presidentiële resolutie volgde.
De bewindsman stelt dat de arbeidsvoorwaarden vooraf met de toenmalige regering en de president zijn besproken. Vervolgens heeft hij als president-commissaris de arbeidsovereenkomst ondertekend.
Het contract voorzag volgens Monorath in een maandsalaris van USD 4.000. Hij stelt dat vergelijkbare salarissen ook bij andere parastatale instellingen werden gehanteerd.
Monorath benadrukt dat hij geen enkele bedoeling had Jap-A-Joe persoonlijk te bevoordelen.
“Op geen enkele manier heb ik geprobeerd te bevoordelen”, aldus de minister.
Monorath betwist beschuldiging van antidatering
Tijdens het interview werd Monorath ook geconfronteerd met de beschuldiging dat de arbeidsovereenkomst mogelijk achteraf is opgesteld en van een eerdere datum is voorzien.
De minister wijst die beschuldiging van de hand. Hij voert daarbij aan dat Jap-A-Joe gedurende haar benoemingsperiode overeenkomstig de gemaakte afspraken is uitbetaald.
“Wat ga je vervalsen als de persoon vijf jaar lang het bedrag uitgekeerd heeft gekregen?”, vroeg hij zich af.
Volgens Monorath was de overeenkomst bovendien geen geheim document. Hij zegt dat de voorwaarden destijds openlijk zijn besproken en dat ook de toenmalige aandeelhouder daarvan op de hoogte was.
Contract voor onbepaalde tijd moest bestuurlijk vacuüm voorkomen
Een belangrijk onderdeel van het geschil is de bepaling in de arbeidsovereenkomst waarin wordt gesproken over een dienstverband voor onbepaalde tijd.
Monorath verklaart dat deze bepaling was opgenomen om te voorkomen dat TAS zonder directie zou komen te zitten wanneer een wettelijke benoemingstermijn verstreek zonder dat tijdig een opvolger was aangewezen.
Volgens hem hadden zich bij eerdere directeuren situaties voorgedaan waarbij de overheid de opvolging niet tijdig administratief had geregeld.
De bepaling voor onbepaalde tijd moest volgens de minister de continuïteit van de werkzaamheden waarborgen. Hij erkent dat de rechter inmiddels anders heeft geoordeeld over de bestuurlijke positie van Jap-A-Joe.
Rechter heeft nog geen definitief oordeel gegeven over contract
De kantonrechter heeft maandag 26 oktober 2026 geoordeeld dat de wettelijke benoemingstermijn van Jap-A-Joe is verstreken. Zij mag niet langer namens TAS optreden en moet haar bestuurstaken en bedrijfsmiddelen overdragen aan de Raad van Commissarissen (RvC).
De arbeidsovereenkomst van 1 november 2021 is door de rechter voorlopig buiten werking gesteld. Over de nietigheid of rechtsgeldigheid van het contract moet eventueel in een bodemprocedure worden beslist.
Het kortgedingvonnis bevat daarmee nog geen definitieve beslissing over de rechtsgeldigheid van de arbeidsovereenkomst.
Monorath zegt te hebben vernomen dat betrokkenen overwegen in hoger beroep te gaan. Hij wil afwachten welke verdere beslissingen de rechterlijke macht neemt.
Jaarrekeningen en financiële positie TAS
De minister ging tijdens het interview ook in op het financiële beheer van TAS gedurende zijn voorzitterschap.
Volgens hem waren bij zijn aantreden in 2020 de jaarrekeningen over 2018, 2019 en 2020 nog niet afgehandeld. Hij stelt dat onder zijn voorzitterschap de jaarrekeningen over de periode 2018 tot en met 2023 zijn afgewerkt.
Voor het boekjaar 2024 zou hij in 2025 nog opdracht hebben gegeven om de jaarrekening op te stellen. Monorath uit kritiek op de huidige RvC vanwege de volgens hem nog openstaande financiële verantwoording over latere jaren.
Daarnaast stelt de minister dat gedurende zijn voorzitterschap aanzienlijke financiële overschotten zijn opgebouwd. Volgens hem beschikt TAS nog over enkele miljoenen Amerikaanse dollars aan surplusmiddelen die de Staat zou moeten ontvangen.
Ook wijst hij op salarisverhogingen voor het personeel en ondersteuning die TAS tijdens de coronaperiode en de overstromingen in het binnenland heeft verleend.
Minister wil niet betrokken raken bij politieke strijd
Monorath zegt dat hij zich als minister terughoudend wil opstellen in de publieke discussie over zijn voormalige functie bij TAS.
Hij stoort zich aan de manier waarop volgens hem beschuldigingen worden geuit zonder dat de volledige achtergrond wordt besproken.
De minister zegt dat hij niet voortdurend wil reageren op uitlatingen van de huidige RvC en politici over de bestuurskwestie.
Volgens hem moet eventueel verder onderzoek duidelijkheid brengen over de gang van zaken. Vooralsnog blijft hij bij zijn standpunt dat de arbeidsovereenkomst destijds met medeweten van de regering is gesloten en dat hij geen reden had om Jap-A-Joe te bevoordelen.






