Grootschalige toepassing van kunstmatige intelligentie kan de economie van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied over een periode van tien jaar met ongeveer 5,1 procent vergroten.
Daar staat volgens nieuw onderzoek van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) een stevige waarschuwing tegenover: wanneer werknemers onvoldoende kunnen overstappen naar nieuwe beroepen en groeisectoren, kunnen lonen juist sterk onder druk komen te staan. Voor Suriname brengt de snelle opmars van AI daarmee niet alleen economische kansen, maar ook vragen over onderwijs, scholing en de toekomst van banen met zich mee.
De IDB presenteerde de nieuwe ramingen tijdens bijeenkomsten in New York, waar regeringsvertegenwoordigers uit Latijns-Amerika en het Caribisch gebied samenkwamen met leidinggevenden uit de technologiesector. Ook Suriname was vertegenwoordigd. Aan de gesprekken namen daarnaast vertegenwoordigers deel van onder meer Google, Microsoft, Nvidia en Anthropic.
Volgens de berekeningen kan brede invoering van kunstmatige intelligentie het gezamenlijke bruto binnenlands product van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied over tien jaar 5,1 procent hoger doen uitvallen dan zonder die brede toepassing van AI. Bij slechts beperkte invoering zou de economische winst volgens Reuters aanzienlijk kleiner zijn: ongeveer 0,3 procent.
De economische winst komt onder meer doordat bedrijven met AI processen kunnen automatiseren, werknemers productiever kunnen maken en nieuwe producten en diensten kunnen ontwikkelen.
Werknemers moeten kunnen overstappen
Het grootste risico zit volgens de IDB op de arbeidsmarkt.
Wanneer werknemers die door automatisering worden geraakt erin slagen over te stappen naar sectoren en beroepen waar de vraag naar arbeid groeit, kunnen de lonen volgens de onderzochte scenario’s met ongeveer 2,3 tot 5,3 procent toenemen.
Wanneer die overstap echter niet of onvoldoende plaatsvindt, kunnen de gevolgen veel zwaarder uitvallen. De IDB berekent dat lonen in een dergelijk scenario met maximaal 20,9 procent kunnen dalen.
Daarmee benadrukt de ontwikkelingsbank dat de uiteindelijke gevolgen van AI niet alleen worden bepaald door de technologie zelf. Onderwijs, omscholing, digitale infrastructuur, investeringen en het vermogen van werknemers om nieuwe vaardigheden te leren, spelen eveneens een belangrijke rol.
Veel bedrijven gebruiken AI, maar opbrengst nog beperkt
Eerder onderzoek van de IDB laat zien dat bedrijven in de regio inmiddels op grote schaal experimenteren met kunstmatige intelligentie. Ongeveer 80 procent van de ondernemingen die in het betreffende onderzoek werden bekeken, gebruikte al AI-toepassingen.
De economische resultaten daarvan zijn tot nu toe echter veel beperkter. Slechts 23 procent meldde economische voordelen en maar 6 procent zag een aanzienlijke positieve impact.
Volgens de IDB moeten bedrijven AI daarom niet alleen als losse digitale hulpmiddelen inzetten, maar bedrijfsprocessen daadwerkelijk aanpassen en de technologie integreren in hun dagelijkse werkzaamheden. Ook betere digitale infrastructuur, gekwalificeerd personeel en duidelijke regelgeving zijn volgens de bank noodzakelijk.
Wat betekent dit voor Suriname?
De regionale cijfers betekenen niet dat de Surinaamse economie automatisch 5,1 procent extra zal groeien door kunstmatige intelligentie. De uiteindelijke gevolgen verschillen per land en hangen onder meer af van de economische structuur, beschikbaarheid van technologie, opleidingsniveau van werknemers en investeringen in digitale infrastructuur.
Voor Suriname kan de ontwikkeling vooral belangrijk worden in sectoren waar veel administratieve, analytische of routinematige werkzaamheden worden uitgevoerd.
Banken en verzekeraars kunnen AI bijvoorbeeld gebruiken voor klantenservice, risicoanalyse en fraudedetectie. Overheidsdiensten kunnen administratieve processen automatiseren, terwijl media AI al kunnen inzetten bij onder meer transcriptie, vertaling en verwerking van grote hoeveelheden informatie.
Ook callcenters, administratiekantoren en andere dienstverlenende bedrijven kunnen steeds meer werkzaamheden automatiseren.
Dat betekent niet noodzakelijk dat deze banen volledig verdwijnen. Functies kunnen ook veranderen, waarbij werknemers andere vaardigheden nodig hebben om met AI-systemen te kunnen werken.
Onderwijs krijgt belangrijke rol
Juist daar ligt volgens de bredere analyse van de IDB een belangrijke uitdaging voor landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.
Wanneer werknemers snel nieuwe vaardigheden kunnen aanleren en kunnen overstappen naar productieve sectoren, kunnen zowel de economie als de lonen profiteren. Wanneer grote groepen werknemers die overstap niet kunnen maken, dreigt AI bestaande verschillen op de arbeidsmarkt juist te vergroten.
De vraag wordt daardoor niet alleen hoeveel bedrijven in Suriname kunstmatige intelligentie gaan gebruiken, maar vooral of het onderwijs en de arbeidsmarkt werknemers tijdig voorbereiden op de veranderingen.
De IDB werkt inmiddels aan een regionale AI Readiness Scorecard, waarmee landen hun AI-ecosysteem, institutionele capaciteit en knelpunten beter moeten kunnen beoordelen. Het programma werd in juni 2026 goedgekeurd en moet regeringen ondersteunen bij het ontwikkelen van beter onderbouwd AI-beleid.
Volgens IDB-president Ilan Goldfajn biedt kunstmatige intelligentie de regio een mogelijkheid om de al langer bestaande zwakke productiviteitsgroei aan te pakken. De voordelen zullen volgens de instelling echter niet vanzelf ontstaan.
De volledige bevindingen over de mogelijke economische gevolgen van AI worden naar verwachting opgenomen in een nieuw vlaggenschiprapport van de IDB dat in november verschijnt.
Voor Suriname maakt het onderzoek daarmee één punt duidelijk: AI kan nieuwe economische mogelijkheden creëren, maar hoeveel daarvan daadwerkelijk worden benut, zal mede afhangen van investeringen in mensen, onderwijs, digitale infrastructuur en de manier waarop de arbeidsmarkt zich aanpast.








