Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank gaan het gezamenlijke raamwerk voor de beoordeling van de houdbaarheid van schulden van lage-inkomenslanden aanpassen. De hervormingen moeten beter inzicht geven in de risico’s rond publieke schulden, binnenlandse leningen en de financieringsruimte voor ontwikkeling en klimaatmaatregelen.
De Executive Board van het IMF besprak op 9 september het zogenoemde Debt Sustainability Framework for Low-Income Countries (LIC-DSF). Volgens het IMF is de schuldomgeving voor lage-inkomenslanden sinds de vorige grote evaluatie in 2017 complexer en risicovoller geworden. In veel landen zijn de schulden gestegen, terwijl overheden vaker geld lenen via uiteenlopende binnenlandse en buitenlandse bronnen, waaronder commerciële financiering.
Het bestaande raamwerk heeft volgens de evaluatie goed gefunctioneerd bij het vroegtijdig signaleren van ernstige schuldproblemen en bij het ondersteunen van overheden en kredietverstrekkers bij financiële beslissingen. Tegelijkertijd ziet het IMF ruimte voor verdere verbetering om beter rekening te houden met veranderende economische omstandigheden.
Duidelijker onderscheid tussen schuldproblemen
Een belangrijk onderdeel van de hervorming is een scherper onderscheid tussen landen die risico lopen op schuldproblemen en landen waarvan de schuld daadwerkelijk als onhoudbaar wordt beoordeeld.
Daarvoor wordt onder meer gekeken naar de capaciteit van landen om schulden te dragen. Ook worden bestaande grenswaarden voor schuldstress aangepast en uitgebreid en komen er nieuwe instrumenten om de houdbaarheid van schulden te beoordelen.
Meer aandacht voor binnenlandse schuld
Het vernieuwde raamwerk moet daarnaast systematischer rekening houden met binnenlandse schulden. Die zijn in veel lage-inkomenslanden belangrijker geworden.
Ook langetermijnuitdagingen, zoals investeringen in ontwikkeling en klimaatadaptatie, moeten nadrukkelijker worden meegenomen. Het doel is dat landen beter kunnen inschatten hoeveel financiële ruimte zij hebben om noodzakelijke investeringen te doen zonder dat de schulden op langere termijn onbeheersbaar worden.
Verder wil het IMF de kwaliteit en betrouwbaarheid van schuldgegevens verbeteren. Landen worden gestimuleerd om uitgebreidere en transparantere informatie over hun publieke schulden beschikbaar te stellen. Ook worden stresstesten en modellen aangepast om financiële ramingen consistenter en nauwkeuriger te maken.
Raamwerk bestaat sinds 2005
Het Debt Sustainability Framework werd in 2005 ingevoerd en vormt sindsdien een belangrijk instrument bij de beoordeling van schuldrisico’s in lage-inkomenslanden. Het raamwerk werd eerder herzien in 2006, 2009, 2012 en 2017.
Bij de jongste evaluatie zijn behalve het IMF en de Wereldbank ook vertegenwoordigers van kredietverlenende en kredietnemende landen, ontwikkelingspartners, academici, maatschappelijke organisaties en de private sector geraadpleegd.
De geharmoniseerde discontovoet die binnen het raamwerk wordt gebruikt, blijft ongewijzigd op 5 procent.
Het vernieuwde raamwerk moet naar verwachting in de tweede helft van 2027 operationeel worden. Voor die tijd worden nieuwe richtlijnen opgesteld en krijgen medewerkers en nationale autoriteiten training over de toepassing ervan.
Volgens de IMF-directeuren zijn de wijzigingen nodig omdat schuldkwetsbaarheden zijn toegenomen en de verschillen tussen lage-inkomenslanden groter zijn geworden. Zij benadrukken tegelijkertijd dat duidelijke richtlijnen, goede communicatie en ondersteuning van landen noodzakelijk zijn om het nieuwe systeem effectief te kunnen invoeren.







