De aanhoudende rookontwikkeling en stankoverlast als gevolg van de brand op de vuilstortplaats Ornamibo maken het dagelijks leven voor omwonenden vrijwel onmogelijk.
Dat stelde VHP-parlementariër Mahinder Jogi dinsdag tijdens een vergadering van De Nationale Assemblée (DNA). Hij riep de regering op dringend maatregelen te treffen om de gezondheid en veiligheid van de bewoners te beschermen.
“Leven is onmogelijk geworden”, zei Jogi. Volgens het parlementslid dreigt de situatie rond de vuilstortplaats verder te escaleren. “De burgers zijn helemaal niet veilig. De enorme stank en rookontwikkeling zijn niet meer te verdragen”, benadrukte hij.
Jogi waarschuwde dat de voortdurende blootstelling aan rook gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, waaronder luchtweginfecties en andere aandoeningen aan de luchtwegen. Hij drong er bij de regering op aan snel in te grijpen voordat de situatie verder verslechtert.
Brandweer rukt niet automatisch uit
De meest recente melding van een brand op de vuilstortplaats kwam maandag 26 oktober binnen. Daarbij werd aangegeven dat de brandweer niet zou uitrukken. Over de exacte omvang van de brand en de oorzaak is vooralsnog geen nadere informatie beschikbaar. Evenmin is duidelijk in welke mate omliggende woongebieden door de rookontwikkeling worden getroffen.
Minister Harish Monorath van Justitie en Politie verklaarde eerder deze maand begrip te hebben voor het besluit van het Korps Brandweer Suriname om niet langer automatisch uit te rukken bij branden op de vuilstortplaats.
Volgens de bewindsman is het onverantwoord om brandweerlieden herhaaldelijk dagenlang in te zetten bij branden die kort na het blussen opnieuw ontstaan. Daarbij wees hij op de gezondheidsrisico’s voor het personeel dat langdurig wordt blootgesteld aan mogelijk schadelijke rook.
Monorath stelde destijds dat de vuilstortplaats in korte tijd viermaal door vuilrapers in brand was gestoken. Hij vindt dat de beheerders van het terrein meer verantwoordelijkheid moeten nemen en structurele maatregelen moeten treffen om nieuwe branden te voorkomen.
Tekort aan materieel en personeel
De terughoudendheid van de brandweer houdt volgens de minister ook verband met de beperkte operationele capaciteit van het korps. De brandweer kampt met een tekort aan inzetbare blusvoertuigen, water en personeel.
Daarnaast vergroot de aanhoudende droogte het risico op gras- en bosbranden. Hierdoor moeten de beschikbare middelen zorgvuldig worden ingezet. Woningbranden en incidenten waarbij mensenlevens direct gevaar lopen, krijgen volgens Monorath voorrang.
De minister benadrukte eerder dat het standpunt van de brandweer niet betekent dat het korps onder alle omstandigheden wegblijft van Ornamibo. Bij ernstige branden kan alsnog worden beoordeeld of inzet noodzakelijk is.
Met zijn oproep vraagt Jogi opnieuw aandacht voor de gevolgen van de terugkerende branden op de vuilstortplaats. Vooralsnog is niet duidelijk welke concrete maatregelen de regering zal treffen om de rookoverlast te verminderen en nieuwe branden te voorkomen.







