Initiatiefnemer Ebu Jones (NDP) stelde in De Nationale Assemblee dat de hervorming van de rechterlijke macht niet moet worden gezien als een politiek machtsvraagstuk, maar als een noodzakelijke modernisering van het systeem. Hij wees erop dat er binnen de huidige inrichting – met name bij het Openbaar Ministerie (OM) – al langere tijd kwetsbaarheden bestaan die volgens hem om een structurele aanpak vragen.
Jones riep op om het debat over de ontwerpwetten te voeren op basis van principes en instituties, en niet op basis van personen of incidenten. Wetten, zo benadrukte hij, moeten bedoeld zijn om het systeem duurzaam te laten functioneren, ongeacht wie op enig moment een functie bekleedt.
Volgens Jones begint het recht op een eerlijk proces niet pas in de rechtszaal, maar al bij opsporing en vervolging. Juist in die fase ligt er volgens hem veel invloed bij het OM en de procureur-generaal, onder meer bij beslissingen over vervolging, aanhouding, voorlopige hechtenis en sepot.
Meer waarborgen rond opsporing en vervolging
Jones stelde dat een grote concentratie van bevoegdheden vraagt om duidelijke wettelijke waarborgen, toetsbaarheid en transparantie. Wanneer besluiten onvoldoende uitlegbaar zijn, kan dat volgens hem het vertrouwen in het vervolgingsapparaat aantasten, ook als handelingen juridisch verdedigbaar zijn.
Pleidooi voor derde rechtsinstantie
Een belangrijk punt in zijn betoog is het ontbreken van een derde rechtsinstantie in Suriname. Jones gaf aan dat na hoger beroep de rechtsgang in straf- en civiele zaken in feite eindigt, en dat dit vragen oproept over rechtsbescherming en internationale verplichtingen. Een derde instantie ziet hij als een instrument voor toetsing van rechtsregels, procedurele zorgvuldigheid en motivering, met als doel meer rechtszekerheid en uniformiteit.
Collegiale besluitvorming bij het OM
Over het voorstel voor een collegiaal model binnen het OM – met meerdere procureurs-generaal of een vergelijkbare structuur – zei Jones dat dit volgens hem niet tegen een individuele functionaris is gericht, maar bedoeld is om besluitvorming evenwichtiger te maken. In zo’n model zouden interne controle en spreiding van verantwoordelijkheid kunnen toenemen, terwijl de concentratie van macht bij één persoon wordt verminderd.
Grondwetswijziging als kader voor verdere uitwerking
Jones benadrukte dat de voorgestelde wijzigingen vooral de constitutionele ruimte moeten creëren om hervormingen mogelijk te maken. De concrete keuze voor de invulling van een derde instantie – bijvoorbeeld een cassatievoorziening, aansluiting bij een regionale rechterlijke instantie of een combinatie – zou daarna uitgewerkt kunnen worden. In zijn betoog verwees hij ook naar het standpunt dat in de Grondwet in elk geval de verplichting tot een derde instantie verankerd kan worden, waarna nadere wetgeving volgt.











