De Local Content Summit, die in augustus wordt gehouden, moet het startpunt vormen voor een langetermijnvisie op de ontwikkeling van Suriname richting 2040 en 2050. Volgens minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu (OGM) moet het land nu al bepalen hoe de opbrengsten en kansen uit de olie- en gasindustrie kunnen worden benut om ook andere sectoren duurzaam te versterken.
Ter voorbereiding op de bijeenkomst wordt op 3 augustus een officiële lancering gehouden. Het programma bestaat uit presentaties, paneldiscussies en een interactieve peiling, waarbij ook online deelnemers hun visie kunnen delen. De summit vindt plaats op 10 en 11 augustus. Een derde bijeenkomst staat gepland voor de eerste week van oktober.
Gezamenlijk toekomstbeeld
Tijdens de eerste dag moeten de deelnemers gezamenlijk een toekomstbeeld voor Suriname formuleren. Daarmee wil de regering voorkomen dat het land te maken krijgt met de zogenoemde Dutch disease. Dit is een economisch verschijnsel waarbij de sterke groei van de grondstoffensector andere bedrijfstakken verdringt en de economie te afhankelijk wordt van natuurlijke hulpbronnen.
Brunings benadrukt dat local content niet uitsluitend draait om het creëren van banen. Het gaat volgens hem ook om het inzetten en opleiden van Surinamers, het ontwikkelen van lokale dienstverlening en het produceren van goederen die de olie- en gasindustrie nodig zal hebben.
Wanneer Suriname daar onvoldoende op inspeelt, zullen arbeidskrachten, producten en diensten uit het buitenland moeten worden gehaald. Volgens de minister zou daarmee een belangrijke kans verloren gaan om lokale bedrijven en de Surinaamse bevolking te versterken.
De bewindsman stelt dat Suriname al belangrijke voorbereidingen heeft getroffen. Hij merkt dat inwoners en bedrijven zich steeds meer oriënteren op de mogelijkheden binnen de sector en bereid zijn te investeren in kennis en capaciteit. De private sector heeft volgens hem tijdig op de ontwikkelingen ingespeeld, al moet de organisatie daarvan verder worden verbeterd.
Brunings wees onder meer op de bouw van een luchthaven voor de olie- en gassector, de ontwikkeling van verschillende shorebases en de vestiging van grote internationale dienstverleners in Suriname.
Nationale roadmap
Een belangrijk doel van de summit is het verzamelen van gegevens over de toekomstige behoefte aan arbeidskrachten, goederen, diensten, kennis en vaardigheden. Op basis van deze informatie wil de regering een nationale roadmap opstellen.
Die ontwikkelingsroute moet volgens Brunings verder gaan dan alleen de olie- en gasindustrie. Ook sectoren zoals landbouw, toerisme en lokale productie moeten worden versterkt, zodat zij op langere termijn kunnen bijdragen aan de nationale welvaart.
De minister waarschuwt dat olie- en gasvoorraden op termijn kunnen afnemen en dat de wereld steeds meer kan overstappen op andere energiebronnen. Andere economische sectoren moeten daarom tijdig worden ontwikkeld om de welvaart ook na de olie- en gasperiode te behouden.
Wettelijke basis
Tijdens de summit zal ook aandacht worden besteed aan wetgeving. Brunings vindt het belangrijk dat de uiteindelijke roadmap niet afhankelijk is van de regering die op dat moment aan de macht is. De ontwikkelingskoers moet volgens hem daarom een wettelijke basis krijgen, zodat deze ook op lange termijn kan worden voortgezet.
Voor een succesvolle local content-strategie zijn betrouwbare gegevens over de beschikbare vaardigheden en capaciteiten noodzakelijk. Grote internationale bedrijven worden daarom bij de summit betrokken om inzicht te geven in hun toekomstige behoefte aan personeel, kennis en competenties.
Voor de bijeenkomst worden vertegenwoordigers van ministeries, het bedrijfsleven, niet-gouvernementele organisaties, belangenverenigingen, jeugdorganisaties en religieuze instellingen uitgenodigd.
Om de summit werkbaar te houden, richt de organisatie zich vooral op overkoepelende organisaties, waaronder de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven en de Associatie van Surinaamse Fabrikanten. Individuele bedrijven kunnen via deze organisaties hun voorstellen en aandachtspunten inbrengen. Indien nodig kunnen later afzonderlijke bijeenkomsten met individuele ondernemingen worden georganiseerd.







