VHP assembleelid Krishna Mathoera pleit voor een ingrijpende herinrichting van het veiligheidsapparaat. Zij wil verschillende veiligheidsdiensten onder één ministerie brengen en vindt dat Suriname meer nodig heeft dan alleen de recente wijziging van de naam Justitie en Politie.
Volgens Mathoera moet het debat over het veiligheidsbeleid veel verder gaan dan de naam van een ministerie. De voormalige minister van Defensie ziet meer in een brede veiligheidsstructuur waarin verschillende diensten onder één bestuurlijke paraplu worden samengebracht. Daarmee zouden samenwerking, aansturing en professionalisering volgens haar beter kunnen worden georganiseerd.
Mathoera zei in gesprek met TBN Prime Alert dat zij onder meer Defensie, de Dienst Nationale Veiligheid en andere veiligheidsorganisaties in een bredere structuur zou willen onderbrengen. Zij vindt dat de veiligheidsvraagstukken waarmee Suriname wordt geconfronteerd steeds minder binnen de grenzen van één ministerie of één korps passen.
De discussie kreeg extra aandacht nadat het voormalige ministerie van Justitie en Politie officieel verderging als Ministerie van Justitie en Veiligheid. Key News berichtte eerder dat minister Harish Monorath de nieuwe naam ziet als een manier om de verschillende onderdelen van de veiligheidsketen nadrukkelijker als één geheel te presenteren. Lees hier meer over de visie van Monorath op de veiligheidsketen.
Mathoera wil veiligheidsbeleid breder organiseren
Mathoera heeft geen principieel bezwaar tegen de nieuwe naam Justitie en Veiligheid, maar waarschuwt dat een andere benaming op zichzelf geen garantie biedt voor beter veiligheidsbeleid. Volgens haar moet de discussie daarom vooral gaan over de organisatie, verantwoordelijkheden en onderlinge samenwerking van de betrokken diensten.
Onder het ministerie vallen immers meer organisaties dan alleen de politie. Mathoera wees onder meer op de brandweer, penitentiaire inrichtingen en het Korps Beveiliging Suriname. Juist daarom vindt zij het logisch dat wordt gekeken naar een model waarin veiligheid ruimer wordt gedefinieerd en waarin taken beter op elkaar worden afgestemd. Een dergelijke herinrichting zou volgens haar bovendien niet alleen moeten draaien om het verplaatsen van diensten op papier. Er zou ook moeten worden gekeken naar gezamenlijke planning, opleiding, informatievoorziening en de manier waarop beschikbare mensen en middelen worden ingezet.
Caribische voorbeelden voor bredere veiligheidsstructuur
Mathoera verwees naar landen in het Caribisch gebied waar veiligheid bestuurlijk al breder is georganiseerd. Trinidad en Tobago heeft bijvoorbeeld een Ministry of Homeland Security, waarbinnen ook de nationale politie is geplaatst. De officiële website van dat ministerie beschrijft de Trinidad and Tobago Police Service als onderdeel van die veiligheidsstructuur. Bekijk hier de officiële informatie van Trinidad en Tobago.
Volgens Mathoera kan Suriname onderzoeken welke elementen uit zulke modellen bruikbaar zijn, zonder die systemen simpelweg te kopiëren. De kern van haar voorstel is dat de overheid eerst bepaalt welke veiligheidsrisico’s gezamenlijk moeten worden aangepakt en vervolgens beoordeelt welke diensten daarvoor structureel moeten samenwerken of bestuurlijk dichter bij elkaar moeten worden gebracht.
Veiligheid vraagt volgens Mathoera om één samenhangende aanpak en niet alleen om een nieuwe naam.
Veiligheidsbeleid gaat verder dan criminaliteit
Een belangrijk onderdeel van haar redenering is dat veiligheid volgens haar niet langer uitsluitend draait om criminaliteitsbestrijding, politiezorg en openbare orde. Nieuwe risico’s raken volgens Mathoera ook andere beleidsterreinen en maken samenwerking tussen ministeries en gespecialiseerde diensten noodzakelijk.
Zij noemt daarbij klimaatverandering, milieuveiligheid en de bescherming van mensen en gebouwen tegen zwaardere weersomstandigheden. Ook ontwikkelingen in het binnenland en op zee, de olie en gassector, gezondheidszorg en voedselveiligheid vragen volgens haar om duidelijke veiligheidsnormen en een overheid die snel tussen verschillende diensten kan schakelen.
Ook jongerenbescherming onderdeel van bredere aanpak
Mathoera plaatst ook de bescherming van jongeren binnen dat bredere veiligheidsbeeld. Geweld tegen jongeren, seksueel misbruik en drugsgebruik zijn volgens haar problemen die niet uitsluitend bij politie en justitie kunnen worden neergelegd. Preventie, onderwijs, zorg, sociale begeleiding en handhaving moeten volgens haar beter op elkaar aansluiten.
Daarmee raakt het veiligheidsbeleid volgens het assembleelid aan vrijwel alle grote beleidsterreinen. De uitdaging is volgens haar om te voorkomen dat ministeries en diensten naast elkaar werken zonder voldoende informatie uit te wisselen of gezamenlijke prioriteiten vast te stellen. Een bredere veiligheidsstructuur zou volgens haar juist moeten zorgen voor duidelijkere verantwoordelijkheden.
Mathoera ziet grotere rol voor Nationaal Leger
Binnen die aanpak kan volgens Mathoera ook het Nationaal Leger actiever worden ingezet, uiteraard binnen de wettelijke taken en bevoegdheden. Zij verwees naar haar periode als minister van Defensie, toen militairen samenwerkten met de politie bij onder meer surveillance, verkeerscontroles en operaties in het binnenland.
Volgens haar kan zichtbare aanwezigheid van het leger in bepaalde situaties bijdragen aan preventie en aan het versterken van het overheidsgezag. Zij benadrukte dat samenwerking tussen leger en politie destijds ook werd gebruikt om illegaliteit en criminaliteit vroegtijdig tegen te gaan, vooral in gebieden waar permanente aanwezigheid van overheidsdiensten beperkt is.
Naamswijziging mag andere diensten niet buitensluiten
Tegelijk waarschuwt Mathoera voor een mogelijk neveneffect van de benaming Justitie en Veiligheid. Andere organisaties die eveneens veiligheidstaken uitvoeren, zouden volgens haar niet het gevoel moeten krijgen dat veiligheid uitsluitend bij dit ministerie is ondergebracht. Zij noemt onder meer inspectiediensten en organisaties die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van flora en fauna.
Daarom moet volgens haar helder worden vastgelegd hoe de verschillende onderdelen van de overheid zich tot elkaar verhouden binnen het veiligheidsbeleid. Niet iedere veiligheidsdienst hoeft noodzakelijk onder één departement te vallen, maar er moet volgens haar wel een duidelijke centrale visie zijn op samenwerking, informatie, preventie en operationeel optreden. Daarmee wordt volgens haar ook belangrijk dat vooraf duidelijk is welke dienst de leiding heeft wanneer meerdere risico’s tegelijk spelen. Juist bij complexe incidenten kan onduidelijkheid over bevoegdheden leiden tot vertraging of versnipperde inzet.
Discussie verschuift naar inrichting veiligheidsapparaat
De opmerkingen van Mathoera plaatsen de recente naamswijziging in een bredere politieke discussie. Minister Monorath heeft juist benadrukt dat de naam Justitie en Veiligheid beter aansluit bij de bestaande keten van korpsen en diensten binnen zijn ministerie. Mathoera gaat een stap verder en vraagt zich af of ook de structuur van het nationale veiligheidsbeleid opnieuw moet worden bekeken.
De komende discussie zal daardoor niet alleen gaan over de vraag welke naam het ministerie draagt, maar vooral over wie in Suriname verantwoordelijk is voor welke vorm van veiligheid en hoe diensten elkaar moeten aanvullen. De vraag is daarbij of de regering kiest voor verdere samenwerking binnen de bestaande ministeries of op termijn ruimte ziet voor een veel bredere bestuurlijke hervorming.







