Het ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) heeft maandag 29 juni 2026, in samenwerking met de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), de Nationale Milieuweek 2026 officieel geopend in Coronie. De opening stond in het teken van natuurbehoud, duurzame ontwikkeling, REDD+ en de voorbereiding van een financieringsvoorstel voor Resultaatgerichte Betalingen via het Green Climate Fund.
Tijdens de bijeenkomst kwamen vertegenwoordigers van de overheid, FAO, maatschappelijke organisaties, jongeren en andere belanghebbenden samen om te praten over de rol van Surinames bossen in de strijd tegen klimaatverandering. Ook werd aandacht besteed aan internationale klimaatfinanciering en de betrokkenheid van gemeenschappen bij de verdere ontwikkeling van het nationale REDD+-beleid.
Districtscommissaris Eric Boldewijn verwelkomde de aanwezigen en noemde de opening van de Milieuweek in Coronie een belangrijk moment om gezamenlijk stil te staan bij het milieu. Hij sprak waardering uit voor de deskundigen die informatie en inzichten met de deelnemers deelden.
FAO-vertegenwoordiger dr. Gillian Smith benadrukte in haar toespraak dat Surinames bossen belangrijk zijn voor de wereldwijde aanpak van klimaatverandering. Volgens haar werkt de FAO samen met de regering van Suriname aan een projectvoorstel voor Resultaatgerichte Betalingen onder het Green Climate Fund. Binnen dit traject is al gewerkt aan systemen voor bodem- en bosmonitoring.
Smith wees er ook op dat verschillende groepen actief worden betrokken bij het proces. Het gaat onder meer om jongeren, vrouwen en inheemse en tribale gemeenschappen. Hun betrokkenheid wordt gezien als belangrijk voor de verdere uitwerking van het REDD+-beleid.
Minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu stelde dat Suriname niet alleen beschikt over belangrijke natuurlijke hulpbronnen in de ondergrond, maar ook over uitgestrekte bossen die internationaal van grote waarde zijn. Volgens hem draagt Suriname met zijn hoge bosbedekking bij aan de wereldwijde strijd tegen klimaatverandering. Dat brengt volgens de minister ook een verantwoordelijkheid met zich mee om deze natuurlijke rijkdommen duurzaam te beheren.
Brunings ging daarnaast in op de visie Suriname 3.0. Hij gaf aan dat de regering samen met maatschappelijke groepen wil werken aan een toekomstvisie voor duurzame ontwikkeling, waarbij economische groei en natuurbehoud met elkaar in balans moeten worden gebracht.
Tijdens de bijeenkomst werden presentaties gehouden over REDD+, klimaatfinanciering en het projectvoorstel voor Resultaatgerichte Betalingen dat wordt voorbereid voor indiening bij het Green Climate Fund. Deelnemers kregen uitleg over onder meer de Nationale Klimaatbijdrage, de Groene Ontwikkelingsstrategie en de voorwaarden en standaarden die gelden binnen het Green Climate Fund en de FAO.
Ook werd stilgestaan bij klachtenmechanismen en het belang van participatie van belanghebbenden bij de voorbereiding en uitvoering van klimaatprojecten. In interactieve sessies konden deelnemers ideeën aandragen voor projecten die bijdragen aan duurzame ontwikkeling en mogelijk in aanmerking kunnen komen voor financiering binnen het kader van Resultaatgerichte Betalingen.
Volgens de organisatie maken de consultaties deel uit van een doorlopend proces waarbij verschillende groepen in de samenleving worden betrokken bij de verdere ontwikkeling van het projectvoorstel.
Als onderdeel van de opening vond ook een gezamenlijke boomplantactie plaats. Minister Brunings, vertegenwoordigers van de FAO, leerlingen van de Tata Colinschool in Totness en andere deelnemers plantten tamarinde- en zusterdruifbomen. Deze boomsoorten komen volgens de organisatie steeds minder voor in Coronie. De aanplant moet bijdragen aan het behoud van biodiversiteit en de bescherming van Surinames natuurlijk erfgoed.
In de middag stond de Coronie Zwamp centraal, het grootste zoetwaterreservoir van Suriname. Daarbij werd besproken hoe natuurbehoud, klimaatbestendigheid en duurzame ontwikkeling elkaar kunnen versterken.











