De Nederlandse excuses voor het slavernijverleden krijgen pas betekenis wanneer zij worden gevolgd door zichtbare en controleerbare maatregelen in Suriname. Die boodschap stond centraal in de toespraak van de Nederlandse ambassadeur Walter Oostelbos tijdens de nationale KetiKoti-herdenking op 1 juli bij het Kwakoemonument.
Oostelbos benadrukte dat erkenning belangrijk is, maar dat daarmee het proces niet is afgerond. Volgens hem moet het slavernijverleden blijvend zichtbaar blijven in musea, schoolboeken, monumenten en de publieke ruimte. De geschiedenis mag volgens de ambassadeur niet worden behandeld als een voetnoot, maar moet een vaste plaats innemen in het gedeelde verleden van Suriname en Nederland.
De ambassadeur stond stil bij de afschaffing van de slavernij in de Nederlandse koloniën op 1 juli 1863. In Suriname leefden toen nog ruim 33.000 mensen in slavernij. Ondanks de formele afschaffing moesten zij daarna nog tien jaar verplicht doorwerken onder het zogenoemde staatstoezicht. Daarmee werd de vrijheid volgens Oostelbos niet onmiddellijk werkelijkheid voor de tot slaaf gemaakten.
Oostelbos verwees naar de excuses die eerder door voormalig Nederlands minister-president Mark Rutte zijn aangeboden en later ook door koning Willem-Alexander tijdens zijn staatsbezoek aan Suriname zijn herhaald. Maar volgens hem mogen excuses niet op zichzelf blijven staan.
“Excuses zonder herstel en herdenken zonder handelen is niet genoeg,” stelde Oostelbos.
Nederland heeft na de excuses in totaal 200 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de verdere uitwerking van het slavernijdossier binnen het Koninkrijk en Suriname. Voor Suriname is 66,6 miljoen euro gereserveerd. Daarvan is 33,3 miljoen euro bestemd voor beleidsontwikkeling door de overheid en 33,3 miljoen euro voor projecten vanuit de samenleving.
Volgens Oostelbos moet dit geld bijdragen aan onderwijs, musea, erfgoed, bewustwording en maatschappelijke initiatieven waarmee nazaten en gemeenschappen zelf invulling kunnen geven aan herstel en erkenning. Hij gaf aan dat Nederland erkent dat structurele achterstanden nog steeds zichtbaar zijn en dat beleid nodig is om die daadwerkelijk aan te pakken.
De ambassadeur benadrukte dat vertrouwen niet vanzelf ontstaat, maar moet worden verdiend door blijvende inzet. Daarmee plaatste hij de Nederlandse toezeggingen nadrukkelijk in het teken van verantwoordelijkheid, uitvoering en samenwerking.
Tijdens de herdenking stond Oostelbos ook stil bij de kracht en veerkracht van de nazaten van tot slaaf gemaakten. Volgens hem hebben zij, ondanks eeuwen van onderdrukking, hun cultuur, tradities, talen en identiteit weten te behouden en doorgegeven aan volgende generaties. Hij noemde onder meer de Surinaamse muziek, keuken, klederdracht en culturele tradities als levende voorbeelden van een gemeenschap die zich niet heeft laten breken.
Aan het slot van zijn toespraak verwees Oostelbos naar de toezegging van de Nederlandse premier om zich persoonlijk te blijven inzetten voor beleid rond heling en herstel, de aanpak van racisme, gelijkwaardigheid binnen het Koninkrijk en aandacht voor de positie van inheemse en marrongemeenschappen.










