De NPS-fractie, onderleiding van Jerrel Pawiroredjo wil van de regering duidelijkheid over de aansluiting tussen de begroting 2026, het Financieel Jaarplan en het staatsschuldenplan. Tijdens de eerste ronde van de begrotingsbehandeling stelde de fractie dat De Nationale Assemblee (DNA) haar controlerende en autoriserende taak alleen goed kan uitvoeren als de cijfers in de verschillende documenten helder op elkaar aansluiten.
Volgens de NPS-fractie is op dit moment onvoldoende duidelijk hoe het begrotingstekort, het financieringstekort en de schuldenlast zich tot elkaar verhouden. In het schuldenplan worden onder meer een begrotingstekort van SRD 10,7 miljard, een financieringstekort van SRD 9,5 miljard en een schuldenlast van SRD 15,7 miljard genoemd. Daartegenover staat volgens de fractie dat in de Nota van Wijziging een tekort van SRD 12,863 miljard wordt vermeld.
“Het is niet duidelijk hoe deze bedragen zich tot elkaar verhouden”, stelt de fractie tijdens haar betoog. Zonder een duidelijke cijfermatige aansluiting tussen de begroting, het staatsschuldenplan en het financieel overzicht kan volgens de NPS niet worden vastgesteld of de documenten uitgaan van dezelfde begrotings- en financieringsveronderstellingen.
De fractie benadrukt dat DNA niet alleen moet beoordelen of de regering binnen de wettelijke kaders handelt, maar ook of er sprake is van een transparante en geloofwaardige schuldstrategie. Die strategie moet volgens de fractie aansluiten op de begroting en aannemelijk maken dat Suriname binnen de wettelijke termijn terugkeert naar een houdbaar schuldniveau.
Ook vraagt de NPS zich af welke financieringsruimte DNA feitelijk autoriseert wanneer de begroting wordt goedgekeurd. De enkele mededeling in het Financieel Jaarplan dat, indien noodzakelijk, binnen de wettelijke grenzen externe financiering zal worden aangetrokken, noemt de fractie onvoldoende voor de begrotingsautorisatie.
Volgens de NPS moet de regering inzicht geven in de omvang van de gevraagde financieringsruimte, de wijze waarop die zal worden ingevuld, de grenzen waarbinnen nieuwe schuldverplichtingen mogen worden aangegaan en de relatie tussen deze financieringsruimte, het leenplan, de schuldstrategie en de wettelijke schuldnorm.
De fractie waarschuwt dat anders het risico ontstaat dat DNA wel een begrotingstekort autoriseert, maar dat niet duidelijk is welke concrete financieringshandelingen daaruit kunnen voortvloeien. Daarmee zou volgens de NPS onduidelijk blijven welke ruimte de regering krijgt om nieuwe leningen of andere schuldverplichtingen aan te gaan.
Verder vraagt de fractie om verduidelijking over het verschil tussen het begrotingstekort en het financieringstekort. In de rede wordt verwezen naar tabellen in het Financieel Jaarplan 2026, waarin volgens de NPS niet helder wordt gemaakt hoe beide begrippen van elkaar worden onderscheiden. Bij vergelijking van de tabellen zou het verschil tussen een begrotingssaldo van SRD 12,863 miljard en een tekort van SRD 19,483 miljard worden verklaard door trekkingen van SRD 6,620 miljard.
Volgens de NPS worden die trekkingen in de ene tabel als ontvangsten meegenomen, terwijl zij in een andere tabel buiten beschouwing worden gelaten. De fractie stelt dat trekkingen economisch gezien geen opbrengsten zijn, maar een vorm van financiering. Daarom wil zij van de regering weten welk saldo als begrotingstekort en welk saldo als financieringstekort moet worden beschouwd.
De NPS-fractie koppelt haar kritiek aan bredere zorgen over de begrotingssystematiek van Suriname. Volgens de fractie wijkt de wijze waarop de begroting per ministerie wordt opgesteld nog altijd sterk af van internationale standaarden. Daarbij wordt gewezen op tekortkomingen in transparantie, planning en rapportage van de staatsfinanciën, zwakke uitvoering en verantwoording, en een gebrek aan gespecialiseerd personeel op ministeries.
De fractie vraagt de regering daarom om meer duidelijkheid voordat DNA definitieve politieke en financiële verantwoordelijkheid neemt voor de begroting en de daaraan gekoppelde schuldstrategie.











