Ik ben sinds ik begon met radio altijd een hiphopfanatic geweest, zowel nationaal als internationaal. Dus het bevreemde mijn nieuwsmanager, die we Raoul OH! zullen noemen, dat ik niets over Drake zijn albums had geschreven. Een lastige griepaanval overviel me met koude rillingen, alsof Drake de juiste naam voor zijn album had gekozen: ICEMAN. Maar ik heb mijn tijd genomen. Ik heb geluisterd. De blogs gelezen. De reacties bekeken van critici, social media, podcasts en gewone luisteraars die Drake al jaren volgen, sommigen trouw, anderen met hun vinger al op de “Drake is klaar”-knop.
En eerlijk? Misschien ligt de waarheid ergens tussen die twee kampen in. De Canadese superster Drake deed iets wat bijna niemand meer aandurft in een tijdperk van korte aandachtsspannes: hij dropte drie albums tegelijk: ICEMAN, HABIBTI en MAID OF HONOUR. In totaal meer dan veertig tracks. Een muzikale lawine die tegelijkertijd voelde als een statement, een therapiesessie én een marketingstunt.
En precies daar begint de verdeeldheid. Volgens critici van onder meer Pitchfork was vooral ICEMAN een vermoeiende trip door Drake’s frustraties, oude beefs en paranoia. De recensent noemde het project “een lange filibuster van zelfmedelijden” en vond dat Drake te veel bleef hangen in Kendrick Lamar, streamingcijfers en persoonlijke vetes. Ook The Guardian spaarde hem niet. Daar werd het hele triple-album omschreven als “bloated” en “directionless” een opgeblazen project met te veel filler en te weinig focus. Volgens die analyse leek het alsof Drake vooral wilde bewijzen dat hij nog steeds relevant is, in plaats van echt iets nieuws te zeggen.
Maar tegelijkertijd kwam er ook een ander geluid. GQ noemde ICEMAN juist zijn beste soloalbum in tien jaar, mits je niet te diep let op de verbitterde teksten. Zij prezen de productie, de videovisuals en het feit dat Drake muzikaal weer risico’s durfde te nemen. The FADER zag de albums als iets wat Drake simpelweg nodig had: een soort muzikale reset na zijn publieke nederlaag tegen Kendrick Lamar in de grootste rapbeef van het afgelopen decennium. Niet perfect, maar wel levendig genoeg om mensen opnieuw te laten praten.
En social media? Zoals altijd was het complete oorlog. Op Reddit en X noemden sommigen het “streaming service bloatware” alsof Drake bewust zoveel tracks dumpte om algoritmes kapot te slaan. Anderen vonden juist dat hij slim inspeelde op zijn verschillende fanbases: de rapfans kregen ICEMAN, de R&B-liefhebbers kregen HABIBTI en de clubmensen kregen MAID OF HONOUR. Podcastwereld en YouTube-analisten zaten ook verdeeld. Sommige hiphopcommentatoren vonden dat Drake eindelijk weer energie had. Dat hij weer écht klonk alsof hij iets wilde bewijzen. Terwijl anderen zeiden dat hij artistiek gevangen zit in dezelfde onderwerpen: vrouwen, verraad, rijkdom, status en slachtofferschap.
En misschien is dát uiteindelijk de echte discussie rondom Drake anno 2026. Niet of hij talent heeft, want dat stadium zijn we al lang voorbij. De vraag is nu: kan Drake zichzelf nog opnieuw uitvinden?
Want objectief bekeken is het onmogelijk om zijn impact te ontkennen. Hij blijft een artiest die met één release het hele internet stil krijgt. Een artiest die streamingrecords blijft domineren. Een artiest die tegelijkertijd massaal geliefd én vermoeid bekeken wordt.
Maar objectief betekent ook eerlijk zijn over de kritiek. Drake heeft een probleem met zelfediting. Niet elk idee hoeft een track te worden. Niet elke emotie hoeft uitgesproken te worden op een beat. Soms voelt het alsof hij zó bang is om irrelevant te worden, dat hij liever té veel zegt dan één keer stil blijft. Toch zitten er tussen die 43 nummers absoluut sterke momenten. Momenten waar de oude Drake weer doorschemert: introspectief, melodisch, scherp en emotioneel berekenend. Alleen moet je als luisteraar tegenwoordig harder graven om die diamant tussen het puin te vinden. En misschien moeten wij als publiek ook nuchter blijven kijken. Want muziek anno nu is bijna El Clásico geworden. Fans kiezen kampen. Alles moet óf een meesterwerk zijn óf trash. Terwijl de waarheid meestal genuanceerder is.
Ok Raoul OH!, nu mijn mening. Deze drie albums zijn geen klassieke meesterwerken zoals Take Care of Nothing Was The Same. Maar het zijn ook niet de rampzalige mislukkingen die sommige haters ervan maken. Wat Drake hier afleverde, voelt eerder als een gigantische spiegel van waar hij nu staat als artiest: succesvol, invloedrijk, vermoeid, defensief, creatief, onzeker en nog steeds hongerig naar bevestiging. En misschien is dat precies waarom zoveel mensen blijven luisteren.











