De Verenigde Staten staan niet op de rand van een klassieke burgeroorlog met twee legers, twee vlaggen en een duidelijke frontlinie. Maar wie denkt dat Amerika stabiel is, vergist zich. Wat zich vandaag ontvouwt, lijkt steeds meer op een ‘Burgeroorlog 2.0’: geen open veldslagen, maar een sluipende, institutionele en identitaire strijd die van binnenuit knaagt aan de republiek.
De Amerikaanse Burgeroorlog in de 19e eeuw draaide formeel om slavernij, maar in essentie ging het om iets fundamentelers: wie bepaalt wat Amerika is, en wie de macht heeft om die definitie af te dwingen. Die vraag is nooit echt opgelost, alleen tijdelijk onderdrukt.
Vandaag is slavernij vervangen door thema’s als immigratie, ras, cultuur en nationale identiteit. De strijd is niet langer uitsluitend economisch, maar existentieel: niet alleen hoe Amerika bestuurd moet worden, maar voor wie Amerika bestaat.
Voor 1861 negeerden zuidelijke staten federale wetten. Gouverneurs trotseerden Washington openlijk. De federale overheid verloor moreel en praktisch gezag. Vandaag zien we een verontrustend vergelijkbaar patroon:
- Sanctuary cities die federale immigratiewetgeving blokkeren
- Gouverneurs en burgemeesters die zich openlijk verzetten tegen het Witte Huis
- Rechters, senatoren en media die door politieke leiders worden gedelegitimeerd
- Verkiezingen die door grote groepen burgers als ‘onwettig’ worden bestempeld
Wanneer een staat niet langer gelooft in zijn eigen instituties, begint hij zichzelf van binnenuit op te eten.
Trump is niet de oorzaak
Donald Trump heeft deze breuklijnen niet gecreëerd. Ze bestonden al decennia. Maar hij deed iets cruciaals: hij normaliseerde de aanval op het systeem zélf.
Net zoals slavernij destijds een mobiliserend symbool was, fungeert immigratie nu als politiek wapen. Dat gaat verder dan beleid; het is taalgebruik dat tegenstanders demoniseert en het conflict voedt.
Een van de gevaarlijkste signalen in elke staat is verdeeldheid binnen de veiligheidsstructuur. In het huidige Amerika zien we onder meer:
- Lokale politie die weigert samen te werken met ICE
- Federale diensten die hun bevoegdheden hard doordrukken
- Agenten en diensten die politiek, ideologisch of regionaal uit elkaar lijken te drijven
Historisch gezien is dit een laat-fase waarschuwingssignaal. Staten vallen zelden uiteen door protesten alleen, maar door gebroken loyaliteit binnen het geweldsmonopolie.
Een conflict zonder frontlinie
Waar de eerste Burgeroorlog geografisch helder was, is deze nieuwe strijd diffuus:
- De scheidslijn loopt door steden
- Door families
- Door kerken
- Door politiediensten
Dat maakt een ‘American Civil War 2.0’ gevaarlijker dan zijn voorganger. Het is geen oorlog die je beëindigt met een overgave. Het is een conflict zonder duidelijke einddatum.
Wat Amerika nu doormaakt, lijkt minder op 1861 en meer op:
- De Weimarrepubliek vóór haar instorting
- Latijns-Amerikaanse staten in de fase van pre-autoritair verval
- Een ‘koude burgeroorlog’, gekenmerkt door politieke intimidatie, institutionele sabotage, periodiek geweld en media als strijdwapen
Democratie functioneert in zo’n context nog slechts technisch, niet moreel.
Niet alleen een Amerikaanse kwestie
Dit is geen louter binnenlandse Amerikaanse kwestie. Een verdeeld Amerika is:
- Onvoorspelbaar in buitenlands beleid
- Gevaarlijk als bondgenoot
- Een drukmiddel voor kleinere staten
Landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, inclusief Suriname, voelen de gevolgen direct: economisch, diplomatiek en strategisch. Wanneer het centrum wankelt, trilt de periferie.
American Civil War 2.0 is geen herhaling van geschiedenis, maar haar evolutie: geen kanonnen, maar rechtbanken. Geen legers, maar instituties. Geen frontlinie, maar een moreel vacuüm.
De vraag is niet of Amerika deze strijd herkent. De vraag is of het land haar op tijd durft te benoemen, vóór het systeem zichzelf definitief versplintert.
Geschiedenis herhaalt zich niet. Ze waarschuwt.











