De regering heeft dinsdag 27 oktober in De Nationale Assemblée (DNA) kritiek gekregen vanwege de gebrekkige informatievoorziening over buitenlandse dienstreizen van bewindslieden.
Regeringscoördinator en minister van Binnenlandse Zaken Marinus Bee kon aanvankelijk niet volledig aangeven welke regeringsfunctionarissen zich in het buitenland bevonden en met welk doel zij waren vertrokken. Na herhaaldelijke vragen vanuit het parlement bood hij zijn verontschuldigingen aan en verstrekte hij aanvullende informatie over de reis van vicepresident Gregory Rusland naar Nederland.
Tijdens de vergadering drongen verschillende parlementariërs erop aan dat de regering het parlement tijdig en volledig informeert over buitenlandse reizen van ministers en andere regeringsfunctionarissen. Volgens de volksvertegenwoordigers is deze kwestie al meerdere keren aan de orde gesteld, zonder dat er structurele verbetering is gekomen in de informatievoorziening.
VHP-fractieleider Asiskumar Gajadien vroeg waarom de regering niet uit eigen beweging duidelijkheid verschafte over de afwezigheid van bewindslieden. Hij benadrukte dat het parlement niet telkens om dezelfde informatie zou moeten vragen.
Minister Bee verklaarde daarop dat minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning en minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu zich in het buitenland bevonden. Ook maakte hij bekend dat vicepresident Gregory Rusland op het punt stond naar het buitenland te vertrekken.
Parmessar: parlement moet weten waar vicepresident naartoe gaat
NDP-fractieleider Rabin Parmessar vond de verstrekte informatie onvoldoende. Volgens hem kan de regering niet volstaan met de mededeling dat de vicepresident vertrekt, zonder daarbij de bestemming en het doel van zijn reis bekend te maken.
Parmessar stelde dat het parlement moet weten welke werkzaamheden regeringsfunctionarissen in het buitenland uitvoeren en welke resultaten deze bezoeken opleveren.
Hij vroeg daarnaast waarom de regering nog schriftelijke instructies nodig zou hebben om verslagen van dienstreizen aan het parlement te verstrekken. Volgens de fractieleider is dit verzoek al duidelijk tijdens eerdere vergaderingen gedaan.
DNA-voorzitter Ashwin Adhin gaf aan dat hij via de griffie zou nagaan welke correspondentie hierover reeds heeft plaatsgevonden. Indien noodzakelijk kunnen volgens hem nadere schriftelijke afspraken met de regering worden gemaakt over de wijze waarop reisverslagen aan het parlement worden aangeboden.
Bee erkent onvoldoende voorbereiding
Gajadien vroeg vervolgens of ook minister Miquella Huur van Regionale Ontwikkeling zich buiten Suriname bevond. Hij benadrukte dat van de regeringscoördinator verwacht mag worden dat deze beschikt over actuele en geverifieerde informatie over de aanwezigheid van ministers.
Bee erkende daarop dat zijn voorbereiding op de vragen onvoldoende was geweest.
“Misschien heb ik me wat dit stukje betreft in onvoldoende mate voorbereid. Mijn verontschuldigingen daarvoor”, verklaarde de minister.
Hij beloofde zich voortaan beter voor te bereiden en het parlement vollediger te informeren.
Rusland naar UNESCO-conferentie in Den Haag
Later tijdens de vergadering verstrekte Bee alsnog nadere bijzonderheden over het buitenlandse bezoek van vicepresident Gregory Rusland.
Volgens de minister reist Rusland op uitnodiging van UNESCO naar Nederland om deel te nemen aan een internationale conferentie in Den Haag. Het gaat om het vijfde UNESCO Global Forum against Racism and Discrimination, dat op 29 en 30 oktober 2026 wordt gehouden in het World Forum.
Tijdens deze bijeenkomst staan internationale samenwerking en concrete maatregelen tegen racisme en discriminatie centraal.
Naast deelname aan de conferentie zal Rusland volgens Bee gebruikmaken van de gelegenheid om bilaterale gesprekken te voeren. Op zijn agenda staan onder meer contacten met het Nederlandse koningshuis, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en de Surinaamse diasporagemeenschap.
De minister gaf aan dat ook koning Willem-Alexander op de agenda staat. Of een afzonderlijk gesprek tussen Rusland en de Nederlandse koning definitief is bevestigd, werd tijdens de besproken uitwisseling niet duidelijk. De vicepresident wordt op maandag 2 november 2026 terugverwacht in Suriname.
Parlement wil structurele rapportage
De discussie over de buitenlandse dienstreizen staat niet op zichzelf. In eerdere vergaderingen hebben parlementariërs eveneens aangedrongen op een vaste procedure waarbij ministers na terugkeer verslag uitbrengen over hun buitenlandse werkzaamheden.
Daarbij moet volgens de volksvertegenwoordigers duidelijk worden welke gesprekken zijn gevoerd, welke afspraken namens Suriname zijn gemaakt en welke concrete voordelen dergelijke bezoeken voor het land opleveren.
Bee verklaarde dat de regering bereid is hieraan mee te werken en de verdere correspondentie van de DNA-voorzitter af te wachten.
De kwestie onderstreept de aanhoudende discussie tussen regering en parlement over transparantie en verantwoording bij buitenlandse dienstreizen.







