Vertrekkend Grassalco-directeur Wesley Rozenhout zegt het staatsmijnbouwbedrijf met een gerust hart achter te laten. Volgens hem zijn de salarissen van het personeel en de operationele uitgaven voor de komende zeven jaar veiliggesteld. Ook het verdienvermogen en de productiecapaciteit van het bedrijf zijn de afgelopen jaren versterkt.
Rozenhout blikte in gesprek met LIM FM terug op zijn periode aan het hoofd van Grassalco. Hij zegt dankbaar te zijn dat hij de ruimte en wijsheid heeft gekregen om het bedrijf verder te ontwikkelen. Een van de belangrijkste resultaten is volgens hem de versterking van de financiële positie van het staatsbedrijf.
Daarnaast wijst Rozenhout op de uitbreiding van het verdienvermogen en de verhoogde productiecapaciteit bij de steenslagoperaties in Royal Hill en Powakka. Daardoor kan Grassalco volgens hem een belangrijke bijdrage blijven leveren aan de verdere ontwikkeling van de infrastructuur in Suriname.
De voormalige directeur benadrukt dat Grassalco niet toebehoort aan een politieke partij, maar aan de Surinaamse samenleving. “Het bedrijf is niet van de politiek, maar van het volk. En het volk bepaalt uiteindelijk wie het land mag leiden”, aldus Rozenhout.
Hoewel hij stelt dat hij een financieel gezond bedrijf achterlaat, vertrekt Rozenhout naar eigen zeggen niet met een goed gevoel. Hij uitte scherpe kritiek op ontwikkelingen binnen de samenleving en de politiek. “Ik walg van dat ding”, zei hij. Volgens hem is het moeilijk te begrijpen dat Suriname, dat binnenkort 51 jaar onafhankelijk is, nog steeds moeite heeft om zich duurzaam te ontwikkelen.
Grassalco zal voortaan worden geleid door een meerhoofdige directie. Of de nieuwe leiding afkomstig is uit de gelederen van de ABOP, zegt Rozenhout niet te weten. “Ik houd mij niet bezig met politiek”, merkte hij op.
Rozenhout ging ook opnieuw in op de kwestie rond de vermeende verdwijning van vier kilogram goud uit een kluis van Grassalco. Hij blijft ontkennen dat er goud is verdwenen. Volgens hem wacht hij nog altijd op een onderzoek dat duidelijkheid moet brengen in de zaak. “Dat onderzoek komt maar niet”, aldus de voormalige directeur.











