De Nationale Democratische Partij (NDP) stemt in met de vorderingen van de procureur-generaal om de gewezen ambtsdragers Gillmore Hoefdraad, Bronto Somohardjo en Riad Nurmohamed in staat van beschuldiging te stellen. Dat maakte parlementariër Raymond Sapoen duidelijk tijdens zijn betoog in De Nationale Assemblee.
Sapoen voerde het woord namens de NDP-fractie, omdat fractieleider Rabin Parmessar zijn betoog niet kon houden. Parmessar was namelijk voorzitter van de commissie die belast was met het onderzoek naar de drie vorderingen van de procureur-generaal.
Volgens Sapoen gaat het om een pijnlijke, maar noodzakelijke parlementaire verantwoordelijkheid. “Vandaag buigen wij ons als DNA over liefst drie vorderingen ingesteld door de procureur-generaal tot het in staat van beschuldiging stellen van drie gewezen ambtsdragers,” zei hij. Hij benadrukte dat het voor politici “ongetwijfeld een onbehaaglijke, maar bovenal pijnlijke aangelegenheid” is om zich uit te spreken over andere politici.
Sapoen wees erop dat er in de samenleving vaak misverstanden bestaan over het begrip in staat van beschuldigingstelling. Volgens hem betekent dit niet dat iemand al schuldig is verklaard. “Ten onrechte wordt met het begrip ‘in staat van beschuldiging’ gesuggereerd alsof betrokkene al schuldig is of de status van verdachte heeft. Dit is onjuist, maar creëert wel een soort stigma,” aldus Sapoen.
Tegelijkertijd erkende hij dat er onder burgers een gevoel leeft dat politici anders worden behandeld dan gewone burgers. Dat beeld klopt volgens hem niet wanneer alle staatsmachten zich houden aan hun grondwettelijke en wettelijke rol. “Wanneer elke macht in de trias exact doet wat het recht van hem verlangt volgens de Grondwet en de WIPA, dan staat niemand boven de wet. Ook politici niet,” stelde hij.
Parlement moet niet op stoel van de rechter zitten
Sapoen ging uitvoerig in op de rol van het parlement bij de beoordeling van de vorderingen. Volgens hem moet De Nationale Assemblee zich niet uitspreken over de inhoudelijke schuldvraag. Die beoordeling is voorbehouden aan het Openbaar Ministerie en de rechter.
“Wanneer het parlement niet mag treden in de beoordeling van de gegrondheid van de zaak, betekent het gewoon dat het niet aan het parlement gelegen is om een uitspraak te doen over de inhoudelijke beoordeling van een juridisch geschil door de rechter,” zei Sapoen.
Volgens hem moet het parlement vooral beoordelen of strafrechtelijke vervolging van de betrokken gewezen ambtsdragers de politieke stabiliteit en maatschappelijke rust in gevaar kan brengen. Zijn conclusie is dat daarvan geen sprake zal zijn.
“Mogelijke strafrechtelijke vervolging van betrokkenen zal niet leiden tot een situatie waarin het niet mogelijk is het land langer voorspelbaar, effectief en vreedzaam te besturen,” aldus Sapoen. Hij voegde eraan toe dat vervolging volgens hem niet zal leiden tot een kabinetscrisis, coalitiebreuk, extreme polarisatie, burgerlijke ongehoorzaamheid of massaal maatschappelijk protest.
Kritiek op houding procureur-generaal
Hoewel Sapoen instemt met de vorderingen, uitte hij ook kritiek op de houding van de procureur-generaal tegenover de onderzoekscommissie. De commissie had volgens hem behoefte aan nadere toelichting op bepaalde punten, zonder daarbij de inhoudelijke schuldvraag te beoordelen.
Sapoen noemde het begrijpelijk dat de commissie opheldering wilde over onder meer de formulering van de verdenkingen, mogelijke andere verdachten en de verhouding tot eerdere vervolgingen. Volgens hem had de procureur-generaal de commissie te woord kunnen staan of op een andere manier duidelijk kunnen maken dat zij schriftelijk wilde reageren.
“De boute weigering van de PG om de commissie te woord te staan, is een desavouering van het parlement. Of misschien moet ik zeggen: heel onhoffelijk,” zei Sapoen. Volgens hem had dit anders gekund. “Dat is op een volwassen manier met elkaar omgaan als staatsmacht in een democratische rechtsstaat.”
Hij stelde dat de procureur-generaal met haar opstelling “de rechtsstaat beslist geen dienst heeft bewezen”, maar benadrukte dat het parlement desondanks zijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen en de rechtsstaat moet eerbiedigen.
Vertrouwen in rechtsstaat onder druk
Sapoen plaatste de behandeling van de drie vorderingen in een bredere maatschappelijke context. Volgens hem is er sprake van afnemend vertrouwen in de politiek, politici en instituten zoals regering en parlement. Ook de rechterlijke macht is volgens hem niet gevrijwaard van maatschappelijke kritiek.
“Voor deze realiteit kunnen en mogen wij onze ogen niet sluiten,” zei hij. Volgens Sapoen is het een opdracht voor alle staatsmachten om met respect voor elkaar te werken aan herstel van vertrouwen in de rechtsstaat.
Hij noemde de vorderingen daarom een nieuwe test voor zowel de wetgevende als de rechterlijke macht. Voor het parlement gaat het volgens hem om de vraag of het zijn beoordeling zuiver baseert op politieke stabiliteit. Voor de rechterlijke macht gaat het om de vraag of zij onafhankelijk en zonder politieke bevooroordeling kan vervolgen en eventueel berechten.
NDP stemt voor vorderingen
Sapoen benadrukte dat het ministerschap in Suriname geen makkelijke taak is. Volgens hem wordt van ministers verwacht dat zij een balans vinden tussen politiek leiderschap, bestuurlijke bekwaamheid en integriteit. In een kleine samenleving als Suriname worden ministers volgens hem voortdurend geconfronteerd met druk vanuit de privéomgeving, de partijpolitiek en de samenleving.
Toch vindt hij dat de samenleving erop moet kunnen vertrouwen dat de Grondwet en de wetten consequent worden nageleefd. “Vervolging zal ertoe leiden dat de samenleving erop mag vertrouwen dat de Grondwet en de wetten in dit land consistent worden nageleefd,” zei Sapoen.
Namens de NDP-fractie stelde hij dat de partij zich inzet voor burgerrechten, ook die van politici, maar ook voor de bescherming van democratie, rechtsstaat en de bestrijding van corruptie.
“Wij hebben ons gecommitteerd om corruptie zoveel als mogelijk te bestrijden,” aldus Sapoen. “Het is daarom dat ik op basis van mijn eigen politieke en parlementaire verantwoordelijkheid zal instemmen met de vordering van de PG tot het in staat van beschuldiging stellen van Hoefdraad, Somohardjo en Nurmohamed.”
Met deze verklaring maakte Sapoen duidelijk dat de NDP-fractie de vorderingen van de procureur-generaal ondersteunt.













