President Jennifer Simons verzet zich tegen het kappen van primair regenwoud voor grootschalige landbouw door mennonieten in het Surinaamse binnenland. In het radioprogramma Welingelichte Kringen zei zij zondag 4 oktober dat landbouwontwikkeling op beschikbare landbouwgronden moet plaatsvinden.
“Het gaat er in feite om dat het primair Amazoneregenwoud niet wordt gekapt voor grootschalige landbouw. Daar ben ik tegen”, aldus het staatshoofd. Zij ging daarbij in op de vestiging van mennonieten in onder meer de Tibiti-regio en Bantipasi.
Volgens Simons zijn er alternatieve gronden beschikbaar, onder andere in Saramacca, waar landbouw kan worden bedreven zonder het regenwoud aan te tasten. “Als er mensen zijn die dat willen gaan helpen beplanten, heb ik geen bezwaar.”
De president stelde dat mennonieten zich doorgaans willen afzonderen en daarom voor vestiging in bosgebieden kiezen. Zij benadrukte zich tegen de daarmee gepaard gaande ontbossing te zullen verzetten.
Volgens Simons heeft de overheid de betrokken mennonieten via een deurwaardersexploot gesommeerd hun landbouw- en bouwactiviteiten onmiddellijk te staken en de gebieden te verlaten. Personen zonder geldige verblijfsstatus zijn volgens haar overgedragen aan justitie voor verdere maatregelen.
De president zei verder dat Mexico en Bolivia zijn geïnformeerd dat reizigers uit die landen voorlopig niet meer met een toeristenkaart kunnen binnenkomen en voortaan een visum moeten aanvragen. Zij verwacht dat binnen twee tot drie maanden meer duidelijkheid ontstaat over de verdere aanpak.
Simons benadrukte ook dat de huidige regering geen publiek-private samenwerking met mennonieten of Braganza is aangegaan. Bestaande grondtoewijzingen en contracten worden volgens haar tegen het licht gehouden wanneer niet aan de voorwaarden wordt voldaan.
“Met alles wat in mijn vermogen ligt, zal ik mij verzetten tegen het kaalkappen van het bos en het binnenland”, aldus de president.







