Tijdens de begrotingsbehandeling in De Nationale Assemblée noemde minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, Dirk Currie, het “triest” dat er ook leerkrachten zich bevinden onder de mensen die solliciteren naar een baan bij Tulip Supermarkt.
De beelden gingen de afgelopen dagen massaal rond op sociale media. Honderden mensen stonden urenlang in de rij om een sollicitatieformulier in te dienen. Onder hen jongeren, werkzoekenden, mensen met een baan die op zoek zijn naar een beter inkomen en volgens de minister ook onderwijsgevenden.
Dit beeld verdient aandacht.
Niet omdat mensen solliciteren. Werken is niets om je voor te schamen. Integendeel. Het laat zien dat mensen bereid zijn om hun verantwoordelijkheid te nemen en voor hun inkomen te werken.
Wat wel zorgwekkend is, is dat zoveel mensen tegelijkertijd het gevoel hebben dat zij elders betere kansen moeten zoeken. Wanneer zelfs leerkrachten, die verantwoordelijk zijn voor de vorming van onze kinderen, hun toekomst buiten het onderwijs zoeken, dan is er meer aan de hand dan alleen een tekort aan personeel.
De beelden van de lange rijen laat een dieper probleem zien.
Veel Surinamers hebben het gevoel dat hun talent onvoldoende tot ontwikkeling komt en dat de mogelijkheden om economisch vooruit te komen beperkt zijn.
Daarom gaat deze discussie niet alleen over salarissen. Het gaat over kansen.
Kansen voor jongeren om een vak te leren. Kansen voor afgestudeerden om werk te vinden. Kansen voor ondernemers om een bedrijf op te bouwen. Kansen voor leerkrachten om een waardig inkomen te verdienen. Kansen voor mensen om zich verder te ontwikkelen zonder afhankelijk te zijn van politieke connecties of gunsten.
Een land dat zijn mensen wil laten bloeien investeert zwaar in onderwijs, beroepsopleidingen, ondernemerschap, innovatie, technologie en een arbeidsmarkt die aansluit op de behoeften van de economie. Het zorgt ervoor dat mensen kunnen groeien, niet alleen overleven.
Zowel president Jennifer Simons als vicepresident Gregory Rusland hebben de afgelopen periode benadrukt dat ieder kind recht heeft op onderwijs.
Dat is een mooie uitspraak. Niemand zal het daarmee oneens zijn.
Maar mooie woorden alleen bouwen geen scholen. Mooie woorden betalen geen leerkrachten. Mooie woorden houden geen gekwalificeerde onderwijsgevenden voor de klas.
Wanneer onderwijs werkelijk een nationale prioriteit is, moet dat zichtbaar zijn in de begroting. Niet in toespraken, maar in cijfers.
Hoeveel procent van de nationale begroting gaat daadwerkelijk naar onderwijs? Is dat in de buurt van de internationale norm van ongeveer 15 tot 20 procent van de overheidsuitgaven? Of blijft het onderwijs opnieuw achter bij de ambities die worden uitgesproken?
Want uiteindelijk geldt een eenvoudige regel: prioriteiten zijn zichtbaar in waar een regering haar geld aan uitgeeft.
Als onderwijs werkelijk de sleutel is tot ontwikkeling, dan moet dat terug te zien zijn in investeringen in scholen, leermiddelen, opleidingen, technologie en vooral in de mensen die iedere dag voor de klas staan.
“Put your money where your mouth is”.
Zeg niet dat onderwijs belangrijk is.
Laat het zien.
Alles daaronder blijft niet meer dan een intentieverklaring.
Tra Fas’ De
In Tra Fas’ De deelt auteur Gloria Bottse haar visie op maatschappelijke, politieke en bestuurlijke vraagstukken in Suriname. De rubriek biedt ruimte voor kritische duiding, reflectie en opinie, met als doel verdieping te brengen in onderwerpen die de samenleving raken.













