De regering en de onderwijsbonden hebben eerder vandaag overeenstemming bereikt over verschillende secundaire arbeidsvoorwaarden voor onderwijsgevenden. Het akkoord kwam tot stand na intensief overleg op het Kabinet van de President, waar de gesprekken die maandag waren gestart, werden voortgezet.
Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OWC) spreekt van een belangrijk resultaat na constructief overleg. Volgens hem stond de voortgang van het onderwijsproces centraal, naast het verbeteren van voorzieningen voor leerkrachten. “In goed overleg zijn wij tot een oplossing gekomen en hebben partijen overeenstemming bereikt. De voortgang van het onderwijs blijft onze prioriteit, evenals het verbeteren van voorzieningen voor leerkrachten”, aldus Currie.
In het akkoord zijn onder meer afspraken gemaakt over de verhoging van verschillende toelagen. De brillentoelage wordt per juni 2026 verhoogd van SRD 2.000 naar SRD 7.000. Per januari 2027 wordt deze verder opgetrokken naar SRD 9.000.
Afstandsonderwijs en permanente educatie
Ook de toelage voor afstandsonderwijs wordt aangepast. Deze gaat van SRD 350 naar SRD 850 per maand, met terugwerkende kracht tot 1 juni 2026. De uitbetaling vindt plaats in september en oktober 2026. Een deel van de terugwerkende kracht wordt in september uitbetaald en het resterende deel in oktober.
Verder wordt de vergoeding voor permanente educatie verhoogd van 7 procent naar 14 procent. De kledingtoelage wordt per 1 augustus 2026 verhoogd naar SRD 2.500. In januari 2027 volgt opnieuw een aanpassing.
Voor docenten van het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), die de opleiding Bachelor of Science MOB verzorgen, is afgesproken dat zij vanaf juli 2026 voor alle studiejaren een volledige vergoeding ontvangen op basis van overuurvergoedingen.
Bonden in werkgroepen
De onderwijsbonden zullen ook worden betrokken bij werkgroepen die zich richten op het wegwerken van achterstanden en het verbeteren van processen. Daarbij gaat het onder meer om automatisering, snellere afhandeling en meer transparantie.
Volgens minister Currie is het belangrijk dat de bonden in deze trajecten worden meegenomen. “Het is zo dat de bonden in die werkgroepen zullen worden meegenomen, zodat ze ook op de hoogte zijn van de wijze waarop en hoe de achterstanden worden ingelopen”, stelt de minister.
Bernice Barron geeft aan dat de acties van de afgelopen periode vooral gericht waren op verbetering van de secundaire arbeidsvoorwaarden. Volgens haar hebben de bonden op de meeste punten resultaat geboekt. “We hebben haast alles gekregen waar we om hebben gevraagd. Voor afstandsonderwijs hadden we SRD 1.200 gevraagd; we hebben wat ingeleverd en volstaan voor nu met SRD 850. Het beraad is voor nu opgeschort en we zullen onze mensen vragen het werk te hervatten.”
Loonoverleg wordt voortgezet
Barron benadrukt dat de gesprekken over primaire arbeidsvoorwaarden, waaronder loonaanpassingen, niet zijn afgerond. Die besprekingen worden voortgezet binnen RAVAKSUR-verband. De eerstvolgende bijeenkomst tussen partijen staat gepland voor 12 juni 2026.
Met het bereikte akkoord wordt het beraad opgeschort en zal het onderwijsproces worden hervat. Volgens minister Currie blijft onderwijs van groot belang voor de toekomst van het land. “Educatie is belangrijk voor onze toekomst”, aldus de bewindsman.











