VHP-fractievoorzitter Asis Gajadien vindt dat de regering-Simons na haar eerste regeringsjaar nog altijd geen duidelijke beleidskoers heeft gepresenteerd. Volgens hem ontbreekt een concreet en uitgewerkt plan waarin staat hoe de regering haar doelen wil bereiken en financieren.
Gajadien uitte zijn kritiek tegenover TBN Prime Alert, dat hem vroeg een beoordeling te geven van het eerste regeringsjaar van president Jennifer Simons en vicepresident Gregory Rusland. Volgens de politicus heeft de VHP-fractie de nieuwe regering bij haar aantreden het voordeel van de twijfel gegeven.
De afspraken waarmee de samenwerkende partijen van start gingen, bestonden volgens Gajadien voornamelijk uit algemene uitgangspunten. Ook in de jaarrede van de president werden volgens hem vooral doelstellingen genoemd waar weinig mensen bezwaar tegen zullen hebben.
Het blijft volgens de VHP-fractievoorzitter echter onduidelijk hoe de regering deze doelen concreet wil uitvoeren. Tijdens de begrotingsbehandeling zou bovendien zijn gebleken dat rekening wordt gehouden met aanzienlijke financiële tekorten, zonder dat duidelijk is gemaakt hoe deze zullen worden gedekt.
Gajadien plaatste ook vraagtekens bij het benoemingsbeleid van de regering. Volgens hem zijn personen met een omstreden verleden op belangrijke posities benoemd. Dat staat naar zijn oordeel op gespannen voet met de belofte van de regering om streng en zonder aanzien des persoons op te treden.
Ook over de voorbereiding van het Meerjarenontwikkelingsprogramma is Gajadien kritisch. Hij vindt dat de samenleving, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden inmiddels betrokken hadden moeten worden bij het proces. Het programma moet volgens de planning nog dit jaar worden vastgesteld.
De fractievoorzitter ziet wel enkele positieve ontwikkelingen, waaronder de aangekondigde uitbreiding van digitalisering en e-government. Hij zegt echter eerst te willen zien of deze plannen daadwerkelijk worden uitgevoerd.
De grootste zorg van Gajadien blijft het financiële beleid. Volgens hem worden financiële lasten doorgeschoven naar toekomstige generaties, terwijl nog onvoldoende zichtbaar is dat Suriname structureel een betere richting opgaat.








