Junior-arbeidsinspecteurs van het directoraat Arbeidsinspectie hebben woensdag 15 juli op het hoofdkantoor van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid de eed of belofte van geheimhouding afgelegd. Minister André Misiekaba waarschuwde de inspecteurs tijdens de plechtigheid nadrukkelijk voor corruptie en pogingen van werkgevers om controles te beïnvloeden.
Door het afleggen van de eed verbinden de arbeidsinspecteurs zich ertoe vertrouwelijke informatie die zij tijdens hun werkzaamheden verkrijgen, niet met onbevoegden te delen. De geheimhoudingsplicht blijft ook na beëindiging van hun dienstverband van kracht. Na afloop ontvingen de inspecteurs een oorkonde als bewijs van de eedaflegging.
Volgens het ministerie vormt de beëdiging een belangrijke stap in de verdere professionalisering van de Arbeidsinspectie. De junior-inspecteurs worden voorbereid op het toezicht op eerlijke arbeidsverhoudingen, veilige werkomstandigheden en de naleving van de arbeidswetgeving.
Minister Misiekaba hield de inspecteurs voor dat zij niet alleen voor een baan, maar voor een maatschappelijk verantwoordelijk beroep hebben gekozen. Werknemers zijn binnen de arbeidsverhouding volgens hem vaak de economisch zwakkere partij, waardoor de overheid een bijzondere verantwoordelijkheid heeft om hen te beschermen.
De minister stelde dat uitbuiting van werknemers in Suriname nog steeds voorkomt. Daarbij gaat het onder meer om slechte arbeidsomstandigheden, onjuiste beloning, incorrecte bejegening en andere overtredingen van de arbeidswetgeving.
Misiekaba waarschuwde dat malafide werkgevers kunnen proberen arbeidsinspecteurs om te kopen om overtredingen buiten beeld te houden. Hij riep de inspecteurs op zich niet te laten verleiden en hun werkzaamheden onafhankelijk, integer en volgens de wet uit te voeren.
Tegen inspecteurs die zich schuldig maken aan corruptie of ander plichtsverzuim zal volgens de minister streng worden opgetreden. Tegelijkertijd beloofde hij steun aan inspecteurs die hun werk eerlijk uitvoeren. De Arbeidsinspectie moet volgens hem worden voorzien van de noodzakelijke instrumenten om effectief toezicht te kunnen houden.
Inspecteur-generaal Rowan Noredjo noemde de eedaflegging een mijlpaal in de loopbaan van de arbeidsinspecteurs. Hij sprak er echter zijn ongenoegen over uit dat de huidige groep pas drie jaar na het succesvol afronden van de opleiding tot junior-arbeidsinspecteur kon worden beëdigd.
Volgens Noredjo schrijft de wet voor dat iedere arbeidsinspecteur bij de aanvaarding van de functie de eed of belofte van geheimhouding aflegt. Hij benadrukte dat inspecteurs dagelijks toegang krijgen tot vertrouwelijke bedrijfs- en personeelsgegevens.
Ook ontvangen zij meldingen van werknemers die uit angst voor represailles anoniem willen blijven. Wanneer de identiteit van een melder bij een werkgever bekend wordt, kan dat volgens Noredjo leiden tot intimidatie, rancune of het wegpesten van de betrokken werknemer.
De inspecteur-generaal benadrukte dat de eed geen formaliteit is, maar een wettelijke en morele verplichting. Inspecteurs die vertrouwelijke informatie met onbevoegden delen, riskeren disciplinaire en tuchtrechtelijke maatregelen.
.









